Zoekresultaten voor: spel

Blog

Spel of gevecht?

In de psyche & brein van deze maand stond een heel leuk artikel over spelen. Het is de beste leerschool voor onze kinderen.

Spelen maakt je slim…, gezond en sociaal. Het verandert je hersenen, en dat komt je als volwassene ten goede. Bovendien kan je zo oefen op competenties die je in het volwassen leven kan nodig hebben zoals onderhandelen, leiding geven, …

Dit is niet enkel zo bij kinderen maar ook bij onze dieren. Onderzoek bij buideldieren suggereert zelfs dat speelse diersoorten een groter brein hebben dan minder speelse. Spel is namelijk complex en zit vol verrassingen. Dus leren spelen, leert je flexibel zijn op veranderende omstandigheden in je leven.

Bij onderzoek bij o.a ratten en muizen is vastgesteld dat bij meer vrij spel de angststoornissen en verslaving verminderd. Dieren die de kans krijgen om te spelen zijn socialer en beter in bijvoorbeeld jachttechnieken, omdat ze veel hebben kunnen oefenen.

Het is dus als hondeneigenaar belangrijk om je hond vrij spel te geven. Met jouw, maar ook met soortgenoten.
Als 2 of meer honden bij elkaar zijn is het wel de bedoeling dat ze spelen en geen andere motivatie hebben.

Vechtende honden zijn een veel voorkomend onderwerp, dit kan escaleren als de eigenaars niet op een juiste manier hiermee omgaan. De honden het maar laten uitzoeken is niet aan te raden. Als je honden vechten, bel een professional.

Het is niet ongewoon, want het is heel onnatuurlijk dat 2 teven of reuen van ongeveer dezelfde leeftijd en niet van dezelfde familie samen leven in 1 gezin. Maar het is zeker niet gewenst.

Vaak zie je ook honden in interactie en je weet niet of ze aan het vechten zijn, op de grens van beginnen te vechten zitten of dat het enkel spel is.

Spel herken je aan:

  • In rondjes lopen, rollen, …
  • Najagen
  • Positie wisselen
  • Vrijwillige deelname (ook na scheiding niet verstoppen)
  • Tanden en mond open
  • “Worstelen”
  • Niet vasthouden (paar seconden)
  • Poten slaan zonder pijn te willen doen
  • Spelagressie
  • ‘Kataanval’ is ok behalve als de hond daarna weg wil
  • Speloren en spelboog
  • Spelgrom ok maar geen escalatie bij harder en dieper grommen

https://www.youtube.com/watch?v=6XCmnOeAHDg&t=13s

Het wordt spannend wanneer de honden:

  • ‘Mouthen’ (met de bek open) naar de nek
  • Constant op de achterpoten staan
  • Frontale/speer bewegingen maken
  • Uitdagend contact vertonen
  • Dominante handelingen (poot, hoofd en lichaamsgewicht) verrichten
  • Geen pauzes inlassen

Hoe ga je ermee om als het escaleert?

  • Preventief; laat het niet zo ver komen!
  • Niet roepen want dan gaat de stress omhoog
  • Commando’s “liggen” en “blijven” aanleren
  • Uit de situatie halen bv gaan wandelen
  • Positieve bekrachtiging in de training
  • Rustige sfeer en relaxatie creëren

Als het mis gaat, hoe haal je dan de vechtende honden uit elkaar?

Als je twee vechtende honden uit elkaar wilt halen, neem je een groot risico en kan je gebeten worden. Dit is redirectie van de hond op jou door de grote mate van opgewondenheid waarin ze verkeren.

  • Achterhand opnemen
  • Water
  • Splitten (uit elkaar halen)
  • Lig en blijf (afkoelen) zonder beloning
  • Geen hond verwijderen = winnen
  • Negeren van beiden
  • Niet ‘laten uitvechten’ en stoppen voor de escalatie en er zo voor zorgen dat het een succeservaring is.

Wat zijn de mogelijke oorzaken van agressie tussen honden?

Er zijn hierin geen zwart/wit regels. Bijvoorbeeld een hond kan niet toestaan dat een ander naar een speeltje wilt komen, maar in een andere situatie wel toestaan dat de hond uit dezelfde voerbak eet.

  • Genetisch bv Alaska Malamut, American Staffords, Boxers want hoe meer honden onafhankelijk van elkaar werken bv terriër hoe meer agressie naar hetzelfde geslacht
  • Ontstaat vaak tussen 12 en 36 maanden en heeft dan vaak te maken met recht van voortplanting
  • Hormonale huishouding bijvoorbeeld bij loopsheid en zwangerschap bij de teef of bij de reu het teveel aan testosteron
  • Sociaal gedrag van een individu: de meeste honden zijn goed in rituelen rond agressie- en conflictvermijding. Rituele agressie vindt plaats wanneer honden een conflict proberen te beëindigen zonder bijten. Bijvoorbeeld door te grommen, te borstelen, tanden te laten zien, enzovoort. Problemen starten als dit dreiggedrag geen effect heeft.
  • Toegang tot belangrijke bronnen. Deze bronnen zijn subjectief en situatie/persoonsgerelateerd:
    Bijvoorbeeld:

    • de eigenaar geeft aandacht aan het bezoek bv begroeten of interactie
    • voeding bv te kort eten op elkaar
    • speelgoed! De nieuwe pup
    • slaapplaatsen bv een hoger gelegen of favoriete plaats
    • botten! hoge waarde
    • ruimte en persoonlijke ruimte
    • toegang tot privileges bijvoorbeeld de slaapplaats
    • voortplantingsrecht
  • Honden die qua taken hetzelfde willen, zijn geneigd met elkaar te vechten of honden die van karakter meer extravert zijn, zijn ook meer geneigd om agressie in te zetten.
  • In hoge opwinding kan het zijn dat er over grenzen wordt gegaan voorbeeld bij begroeten van de eigenaar na een hele tijd. Je komt in een “ rode reactieve staat” en vertoont geen normaal gedrag meer, dat je wel vertoont als je rustig bent.
  • Redirectie-agressie aan bijvoorbeeld een omheining! Pas op als je wil tussenkomen
  • Veranderingen in de sociale groep bijvoorbeeld doordat een pup opgroeit, door ziekte of overlijden, door de komst van een nieuwe hond, …taken die in het gezin veranderen
  • Als een hond slecht gesocialiseerd werd, reageert hij niet altijd even sociaal of normaal op gedrag. Zij vallen sneller andere honden aan. Zij moeten door de hondentaal beter of terug leren spreken.
  • Medische oorzaken
    • Chronische pijn: bijvoorbeeld een oorinfectie zorgt ervoor dat de hond gromt als je zijn hoofd aanraakt, nek- of ruggenwervelproblemen kunnen agressie veroorzaken als een hond de halsband aangedaan wordt, artrose of artritis veroorzaakt een kort lontje.
    • Hypothyroidisme: (te traag werkende schildklier) dit tast het endocriene systeem van honden aan, en wordt veroorzaakt door een tekort aan schildklierhormonen. Dit kan ontdekt worden door een bloedtest, de symptomen zijn: veel bijkomen, veel ruiven, slaapzucht, snel koud hebben en gedragsverandering met angst, hypergedrag of agressie.
    • Hersenaanval: in de post-ictale fase, gevolgd door een aanval (epilepsie). Hier kan een deel van de hersenen, verantwoordelijk voor het regelen van agressie, aangetast worden. Dit is dikwijls te zien in de rassen zoals Cocker en Springer Spaniels en Chesapeake Bay Retrievers.
    • De conditie van de hersenen: een trauma kan bepaalde regio’s van de hersenen aantasten en neurologische afwijkingen veroorzaken zoals agressief gedrag. Dit treedt op als de hond hersenschade heeft gekregen bijvoorbeeld bij hersenkanker bij oudere honden, encephalitis of ontsteking in de hersenen zoals bijvoorbeeld hondsdolheid of distemper. Hydrocephalus of een vergroting van het brein geeft ook neurologische reacties waaronder soms agressie.
    • Andere: artrose, slecht gehoor, tandproblemen, … Zeker bij ouder wordende honden.

Het is zinloos je rol op te eisen als ‘baas of roedelleider’ om respect af te dwingen. De dominantietheorie is al jaren weerlegd en deze bevestigt dat honden geen status zoekende wezens zijn die proberen je positie over te nemen, maar gewoonweg opportunisten die het gedrag vertonen dat bekrachtigd wordt.

Het is zonde dat veel hondeneigenaars de hond dan weg geven, naar een asiel brengen of laten inslapen. Vaak is het gedrag aan te passen of de medische oorzaak of pijn op te lossen. Eigenaars geven de honden dikwijls niet meer het voordeel van de twijfel door onkunde en onwetendheid of angst voor een eigen hond.

Een agressieve hond is meestal ook een angstige hond, vooral wanneer de agressie gericht is naar mensen en kinderen. Het is dus heel belangrijk om te kijken of er geen onderliggend probleem is. Want studies hebben aangetoond dat er bij een plotselinge uitbraak van agressie meestal medische problemen gerelateerd zijn.

Hoe ga je tewerk als je zelf een agressieve hond hebt? Wat is het stappenplan

  1. De eerste stap is om de muilkorf aan te leren en naar de dierenarts te gaan voor onderzoek om eventuele medische oorzaken uit te sluiten of te achterhalen.
  2. Maak een afspraak bij een gecertificeerd/gediplomeerd hondengedragstherapeut en noteer hierbij dat hoe sneller je het gedrag aanpakt, hoe beter de prognose zal zijn. (www.dierengedragstherapeuten.be)
  3. Doe aan management en voorkom (tijdelijk) dat de twee honden bij elkaar kunnen vooraleer er weer een bloederige aanval volgt. Het risico is te groot dat de honden verder gaan in agressie of dat je zelf gewond wordt. Laat honden nooit samen zonder supervisie en als ze samenkomen zorg dat ze aangelijnd zijn of eventueel een muilkorf dragen. De honden leiden dus een apart leven. Dit wil zeggen dat je de honden apart in een bench houdt of er een aparte ruimte is, dat ze elkaar kunnen zien en ruiken maar zeker niet aan elkaar kunnen. Je moet dus een relatiesysteem in je huishouden inbouwen zo dat elke hond een deel van de dag bij jou kan zijn. Soms is, bij agressie in hetzelfde gezin, herplaatsten de enige oplossing en het beste voor de hond omdat hij in een constante stress en angst leeft, ook al zijn de twee honden van elkaar gescheiden.

Wil je meer weten volg dan onze avond workshop!

https://www.toscanzahoeve.be/events/spel-en-sociaal-zijn-bij-honden/

Blog

Spel bij katten

Denk eens na over de manier waarop jouw kat beweegt en speelt. Springt hij rond, crosst hij door het huis of klimt hij graag? Beweging is voor je kat net zo belangrijk als voor jou. Het is van vitaal belang voor zowel hun fysieke als mentale gezondheid. Het voorkomt depressie, vermindert verveling, houdt hen in vorm, leert hen jagen, verbetert hun intelligentie, versterkt de band tussen jou en je kat, en nog veel meer. Dit geldt des te meer als je kat voornamelijk binnenshuis leeft. Katten beginnen te spelen rond de leeftijd van 4 weken, wanneer ze nog kittens zijn. Ze leren veel van spelen, zowel van elkaar als van hun omgeving. Het is dus niet alleen leuk, maar ook een belangrijke leerervaring en een sociale activiteit. Het doel is om je kat dagelijks ongeveer 12 minuten te laten spelen.

Er zijn drie soorten spelen die katten graag doen:

  1. Sociaal spel: Dit omvat interactie met andere katten, meestal met hun nestgenootjes in het begin, en later ook met mensen met wie ze een sociale groep vormen.
  2. Objectspel: Hierbij spelen katten met kleine voorwerpen. Dit helpt hen hun jachtvaardigheden te ontwikkelen en te verbeteren, zodat ze voor zichzelf kunnen zorgen en de wereld om hen heen kunnen verkennen. Ze kunnen met deze voorwerpen gooien, erop bijten, eraan krabben of ze rond dragen.
  3. Locomotiespel: Een actieve kat is zelfverzekerd en sterk. Spel helpt bij de ontwikkeling en het behoud van spierkracht, coördinatie en flexibiliteit.

Kies het juiste speelgoed voor je kat:

Er is een overvloed aan speelgoed beschikbaar, maar weet je wat jouw kat het leukst vindt? Probeer verschillende soorten speelgoed en kijk welke de favorieten van je kat worden. Je kat zal vaak zelf aangeven welk type speelgoed zijn voorkeur heeft. Sommige katten houden bijvoorbeeld van zakjes met kattengras of valeriaan, terwijl andere gek zijn op balletjes, pluche voorwerpen, hengels, denkpuzzels of speeltjes die bewegen. Zorg ervoor dat het speelgoed veilig is, dat je kat het niet kan inslikken en dat het past bij de interesses van je kat.

Je kunt ook zelf speelgoed en denkspellen maken voor je kat. Bij Toscanzahoeve bieden we workshops aan voor het maken van kattenspeelgoed en denkspellen.

Enriching the environment (het verrijken van de omgeving):

Zorg ervoor dat je kat naar buiten kan kijken of zelfs naar buiten kan gaan als dat veilig is. Als je kat binnenshuis moet blijven, geef hem dan toegang tot een raam of overweeg de bouw van een buitenren. Zorg voor voldoende speelgoed, krabpalen en schuilplaatsen om te spelen en te krabben.

Leuke spelletjes om te spelen:

Er zijn tal van leuke spelletjes die je kunt spelen met je kat. Een pingpongballetje is bijvoorbeeld ideaal omdat het licht is en geen schade toebrengt aan je kat of meubels. Gooi het balletje in een lange gang, in de badkuip of in een kamer zonder tapijt of obstakels. Je kunt je kat ook leren het balletje op te halen en terug te brengen. Een hengel met een prooi eraan bevestigd is ook leuk en kun je vanuit je luie stoel gebruiken. Een snuffelmat of puzzel waar je lekkernijen in verstopt, is ook altijd vermakelijk. Nieuwe dozen of manden die je kat kan verkennen, worden meestal met enthousiasme begroet. Een papieren zak met gaten erin en een balletje zijn ook favorieten bij veel katten. Vergeet niet om speelgoed en speelstijlen af te wisselen en maak tijd vrij in je agenda voor speelsessies met je kat.

Veel plezier samen!


Blog

Waar wordt je hond nu echt gelukkig van?

We vinden het fijn dat onze hond vrolijk en gelukkig is.

Maar we zijn mensen en geen honden dus weten we niet altijd even goed wat echt goed is. Waar kan je hem of haar nu echt een plezier mee doen? Ontdek hier de 10 tips van dierengedragstherapeute Inge Pauwels.

Een hond voelt zich gelukkig als:

  1. Er genoeg en juist spel, beweging, actie, wandelen en bewegen in zijn of haar leven is en in het tempo waar je zin in hebt, en liefst los
  2. Eten en wanneer je zin hebt
  3. Weten waar je aan toe bent
  4. Je veilig voelen
  5. Geen pijn hebben
  6. Je eigen leef ritme bepalen vb rustig kunnen slapen en kunnen ontlasten wanneer je wil
  7. Een gelukkige baas
  8. Samenzijn
  9. Je neus mogen gebruiken
  10. Genieten en gewoon zijn

Geef je hond voldoende en juiste manieren van: Spel, beweging, actie, wandelen en bewegen in het tempo waar je zin in hebt en liefst los

Als je graag bezig bent met je hond, is er van alles op de markt. Maar hoe kies je nu de juiste sport voor je hond? Hier vindt u een aantal tips:

  1. Kijk naar wat je hond écht leuk vindt. Je doet de sport tenslotte in de eerste plaats voor hem.
  2. Kijk naar wat jij ook graag doet en wat vol te houden is qua tijd en locatie. Soms vindt je iets leuk maar is het te ver weg of te vroeg op de dag en dan ga je er ook niet van blijven genieten.
  3. Neem hier ook de beslissing of je het als hobby gaat doen of als competitie sport. Dat heeft gevolgen voor jou en je hond.
  4. Zie dat een hyper actieve hond niet nog hyperder wordt door een ‘oppeppende’ sport. Kies eerder een rustgevende en grondende sport. Daar worden ze ook moe van maar op een minder hevige manier. De meest grondende sporten zijn zwemmen, wandelen en speuren. De meest actieve sporten zijn agility en flyball.
  5. Kijk naar het genetisch materiaal en de oorspronkelijke taak van je hond. Denk hierbij aan het hoeden van schapen voor de border collie en zoek een sport die dit kan vervangen zoals bijvoorbeeld treibball.

Zorg dat u op de hoogte bent van waar uw hond los mag en kan. Vaak vind je aan de ingang van wandel- en natuurparken bordjes waar dit aangegeven staat. Houd in losloopgebieden rekening met het broedseizoen of wild.

Je kan uw hond beter aan de lijn houden als:

  • uw hond niet goed naar u luistert
  • u mensen, aangelijnde honden of paarden passeert
  • u met uw hond in een woonwijk loopt
  • bij twijfel

Sommige honden spelen graag met andere honden. Maar het is een misverstand dat honden altijd met andere honden willen en kunnen spelen! Ook is het niet waar dat honden alles onderling wel kunnen oplossen. Het is zeer belangrijk om vrij spel van meerdere honden goed te bekijken en bij bepaalde signalen het spel te stoppen of de honden te (helpen) kalmeren.

  • Vraag aan de eigenaar of de hond met uw hond mag spelen
  • Geen speelgoed tussen meerdere honden
  • Grijp in als spel te ruw wordt of de hond bang is of achterna wordt gezeten.
  • Geen groepen honden naar andere honden laten rennen

Eten en drinken wanneer en waar je zin in hebt

Geef je hond zo veel mogelijk natuurlijk voeding, zonder kleurstoffen en bewaarmiddelen en let op de giftige stoffen:

  • Zuivelproducten die lactose bevatten vb melk, ijs, kaas (ook teveel zout) en cafeine in vb koffie.
  • Tomaten, champignons, maïs, rabarber, veel leverworst, vissengraatjes, kalkoenhuid, Pitjes van het klokhuis van de appel, perziken, de stof isothiocynate in broccoli, geven maagkrampen en hevige buikpijn.
  • Rauwe aardappelen (schil) en spruiten
  • Zout maakt misselijk en geeft diarree – grote hoeveelheid is bewustzijnsverlies vb chips
  • Mosterd blokkeert de nieren
  • Sloot of stilstaand water kan door het gif botuline botulisma veroorzaken met mogelijk dodelijke verlamming.
  • Beschadiging van rode bloedlichaampje en bijgevolg kans op bloedarmoede: niet gefermenteerd knoflook en bieslook en het eten van asperges, prei en ui
  • Extreem giftig; Satesaus, pindakaas en chocolade, amandelen, nootmuskaat en spinazie (stof oxalates is schadelijk voor de nieren), druiven en advocado (de stof persine)
  • Het stofje cyaogenische glycosiden in kersen, krenten en rozijnen, peer
  • Rauw varkensvlees
  • Alcohol en zoetstoffen zoals xylitol en aspartaam
  • Bloemen en planten: hyacint, sago palm, oleander, kerstroos, aronskelk, gatenplant, dieffenbachia, salomonszegel, vingerhoedskruid, aster, monnikskap, ridderspoor berenklauw, rhododendron, wonderboom, hortensia, lelietje van dalen, taxus, ficus, blauwe regen, lelie, tulp, goudenregen, maretak en herfsttijlloos. De meeste verzoorzaken maag en darm klachten maar enkele zijn extreem giftig en bijgevolg dodelijk.

Sport en spel met je hond

Laat je hond eens extra verwennen met speuren, massage en zwemmen in ons welness/hondenzwembad.

Valentijnactie

Valentijn is de periode om je geliefde te verwennen. Ook je hond verdient iets extra dan.

In Toscanzahoeve hebben we hiervoor 2 opties:

1. Boek samen met je hond een leuk arrangement vol spel en verwennerij: https://www.toscanzahoeve.be/winkel/valentijns-arrangement/
2. Boek samen met je hond een Valentijns duo- massage. Massage voor jou en je hond dus: https://www.toscanzahoeve.be/winkel/valentijns-duo-massage-voor-jou-en-je-hond/

Blog

Vuurwerk en je hond.

Vuurwerk en honden, het is als water en vuur. Als hondenliefhebber zouden we het liefst vuurwerk verbieden. Je kent het gevoel: het is bijna het einde van het jaar en als echte dierenliefhebbers denken we onmiddellijk aan de angst van onze viervoeters voor het vuurwerk. Veel dieren hebben angst voor die harde knallen. Ze zijn hele dagen in stress, trillen over hun hele lijfje of breken uit. We kunnen onze dieren echter voorbereiden op deze zware avond. Met de juiste middelen en/of trainingstechnieken kunnen we deze angst voorkomen of verminderen.

Om te starten maak je een spel van het hele gebeuren. Je werkt in stapjes om tot een leuk spel te komen.

Er bestaan bv CD’s met vuurwerkgeluiden, donder, geknal van een jachtgeweer, enz.
Je zet de CD heel zacht en trekt de aandacht van je hond naar jou toe. Je geeft telkens een snoepje als zijn/haar aandacht naar jou komt. Je begint met maximum 20 seconden en bouwt zo op tot je elke dag 5 min kan oefenen met het zachte geluid van de CD.

Pas als je de tijd opgebouwd hebt tot 5 min ga je starten met het geluid luider te zetten. Doe dit ook in kleine stapjes. Doet je hond het goed, kan je een beetje luider gaan. Merk je dat het minder gaat, ga een stap terug. Let er goed op dat je niet te snel gaat!

Een 2e spel dat je kan aanleren, is een snuffelmat, een kong of ander speelgoed waar je snoep of eten in kan steken. Dit doe je onafhankelijk van het geluid. Er zijn verschillende filmpjes te vinden op youtube.

In de volgende stap kan je de combinatie maken. Je vult bv een snuffelmat met snoepjes of een kong met lekkers en geeft deze zolang de CD op staat. Zorg dat je er niet teveel snoep in doet dat je niet een volle snuffelmat moet wegnemen als de CD stopt. Met je stem mag je zachtjes extra belonen en helpen bij het zoeken. Niet pushen en opjutten, dit brengt meer stress voor de hond. Je zet het geluid weer af als het snoep op is. Je neemt de mat weg en geeft weer een snoepje in ruil. Bij deze stap is het een pluspunt als je met 2 mensen bent zodat iemand de CD kan bedienen en iemand de snuffelmat of kong kan geven en wegnemen.
Zo kan je het geluid ook weer opbouwen in sterkte en duur.

Als dit allemaal goed gaat, kan je tijdens een spel het geluid plots opzetten. Je start weer met het geluid zachter dan waar je in de vorige stap mee geëindigd bent. Doet je hond gewoon verder met zijn spel of komt hij rustig steun bij u zoeken, mag je hem direct belonen. Je kan dan weer op bouwen met sterkte van het geluid. Gaat dit nog niet goed moet je de vorige stappen hernemen en daar eerst op verder oefenen.

Let ook op waar je hond zich het meest comfortabel voelt en laat hem daar plaats nemen als er onverwacht geluid is. Dat is vaak steun zoekend bij u als eigenaar, maar kan ook een bepaald plekje in huis zijn. Leer hem/haar dit aan als ‘veilige plaats’. Beloon hem/haar dan ook onmiddellijk als hij zijn ‘veilige plek’ opzoekt en benoem dit ook met een commando bv plaats.

Je hond leert zo beter met vuurwerk omgaan.


Verder zijn er ook een heleboel producten op de markt die je hond kunnen helpen bij angst. Je kan er een aantal combineren.

Let wel op dat er geen acepromazine in zit, deze zorgt voor sufheid en versterking van de prikkels waardoor ze net meer angst hebben.
– Adaptil is een natuurlijk feromoon van de moederhond die rust brengt bij angstige honden. Dit bestaat in tabletten, halsband, verdamper of verstuiver.
– Bachbloesem rescue kan ook meer rust brengen door de spanning te verminderen in een acute situatie. Er bestaat een alcoholvrije variant voor dieren. Je start met 4 druppels en dat kan je herhalen. Er is ook een spray als je de druppels niet in de mond kan geven.
– Zylkène is een natuurlijk voedingssupplement dat stress vermindert. Start 1 à 2 dagen voor de acute stressfase voor ene goede werking. Het bestaat nu in chews die graag gegeten worden.
– Etherische oliën: lavendel of Ylang Ylang brengt rust en verdrijft negatieve energieën.
– Thundershirt: honden voelen zich meer op hun gemak net als baby’s als ze ingebakerd zijn: https://www.toscanzahoeve.be/winkel/thundershirt/
– Oorbescherming
– Benzodiazepines op korte termijn, acuut kunnen gebruikt worden. Bespreek dit goed met je dierenarts.

De dag zelf!

Ga ruim op voorhand buiten met je hond zodat je niet verrast kan worden door een vroegtijdige knal van vuurwerk. Ga zeker niet meer buiten met je hond tijdens het vuurwerk. Denk eraan dat sommigen al ruim voor tijd beginnen met vuurwerk.

Sluit al goed van tevoren gordijnen, rolluiken, zet de TV of muziek aan.
Laat je hond voor en tijdens vuurwerk op zijn veilige plek plaats nemen, liefst is deze in jouw buurt. Steun is belangrijk op dat moment zonder hem/haar te betuttelen. Blijf zelf zeker rustig.

Denk ook aan de andere dieren, haal tijdig je katten binnen, zorg dat paarden, ezels, enz veilig staan. Indien mogelijk probeer aanwezig te zijn. Ze zijn vaak veel rustiger door je aanwezigheid of je kan hen kalmeren met je stem.

Heb je nog vragen of persoonlijke hulp nodig bij deze stappen, mag je ons steeds contacteren.

Blog

Veel voorkomende ongewenst gedrag bij honden

Honden vertonen ongewenst gedrag in de ogen van hun eigenaar. Belangrijk is om te gaan zoeken naar de motivatie van dit gedrag.

Het gedrag van de hond dat jij als een probleem ziet, is vaak normaal hondsgedrag. Blaffen is bijvoorbeeld geen probleem op een boerderij en vaak zelfs nodig, iets dat de boer verwacht van zijn hond. Maar op een appartement daarentegen is het onaangenaam.

Bijten tijdens spel

Een hond mag niet bijten tijdens een spel. Om hem dit af te leren, moet je heel hard “Au” roepen, de pup boos aankijken en het spel stoppen. Negeer de pup een paar minuten, hij moet begrijpen dat tandjes in jou niet toegelaten zijn. Armen, benen en kleding zijn geen speelgoed. Tanden voelen is dus direct stoppen met spelen.

Dingen stukbijten

Een hond mag niet bijten tijdens een spel. Om hem dit af te leren, moet je heel hard “Au” roepen, de pup boos aankijken en het spel stoppen. Negeer de pup een paar minuten, hij moet begrijpen dat tandjes in jou niet toegelaten zijn. Armen, benen en kleding zijn geen speelgoed. Tanden voelen is dus direct stoppen met spelen.

Opspringen en ander opdringerig gedrag

Als een hond tegen je opspringt, negeer hem dan. Je doet dit door niets te zeggen tegen de hond, hem niet aan te kijken en ook niet aan te raken (of weg te duwen). Pas als hij braaf is, bijvoorbeeld door met 4 poten op de grond te staan in plaats van op te springen, mag je hem terug aandacht geven.

Niet graag alleen zijn

Honden die een groot deel van de dag alleen thuis zijn omdat hun baasje uit werken is, kunnen zich alleen voelen en hierdoor allerlei dingen gaan doen die niet mogen. Honden zijn niet gemaakt om alleen te zijn. Ze hebben graag gezelschap. Elke keer dat hun baas vertrekt, weten ze ook niet zeker of die nog zal terugkomen. Dat geeft stress.
Als je een hond in huis haalt, moet je hem vanaf het begin al gedurende korte periodes alleen laten. Als mensen van huis vertrekken maken ze er vaak een drama van zodat de hond gaat denken dat het iets heel belangrijks is. Kom niet terug binnen als je de hond hoort blaffen of huilen, maar wacht tot hij stil is. Laat je hond niet te lang alleen want hij moet ook op tijd kunnen plassen.
Een puppy kan maximum 4 uur alleen zijn, een volwassen hond 9 uur.

Zindelijkheid

Een pup moet leren waar hij mag plassen en ontlasten. In het begin doet hij dit gewoon in het nest en dan houdt de moeder het nest schoon door dit op te eten of op te likken. Na een tijdje kan de pup stappen en gaat hij zijn behoeften buiten zijn nest doen. De moeder leert hem waar.
Een pup weet dus dat hij niet in het nest zijn behoefte mag doen. Als de pup bij jouw thuis komt, moet hij ook duidelijk de plaats weten waar hij wel mag plassen en ontlasten. Hij moet er ook toegang tot hebben bijvoorbeeld door een deur die altijd open staat of een hondenluikje.
Als dat niet kan moet hij het leren vragen, zodat iemand van het gezin de deur kan opendoen naar buiten toe. Als je geen tuin hebt moet je met de hond gaan wandelen waar hij zijn behoefte kan doen. Je moet altijd wel poepzakjes (minimum 2 stuks) mee hebben en de ontlasting opkuisen.
Anders kan je hiervoor een boete van de politie of boswachter krijgen.

Trekken aan de lijn

Waarom doet een hond dat eigenlijk? Aan de hondenlijn trekken of vooraan lopen?
Een pup volgt zijn eigenaar omdat hij zich onzeker voelt. Met het ouder worden, wordt de pup zelfstandiger en gaat hij meer op onderzoek uit en dus ook verder van de baas weg. We zien het bijvoorbeeld bij wolven vaak dat jongen vooraan lopen en de oudere dieren achteraan. Dat heeft te maken met het feit dat jongere honden meer energie en snelheid hebben dan oudere honden. Vaak krijgen de honden in de groep ook gewoon de opdracht om vooraan te lopen. Omdat ze beter het wild ruiken dan de anderen. Denk maar aan blindengeleidehonden, die lopen ook voor hun slechtziende of blinde eigenaar uit.
Om het wandelen zonder trekken aan te leren is het belangrijk dat je als eigenaar snapt dat de hond dit niet doet omdat hij ‘baas’ wil zijn. Hij loopt gewoon sneller dan jij. Het begint allemaal bij het nemen van de leiband. Vaak moeten we ‘vechten’ om de leiband uiteindelijk rond de nek van de hond te krijgen. Dit kan anders. Hoe enthousiast een hond ook is, hij moet leren zich een beetje te beheersen. We doen de leiband dus pas aan als de hond rustig gaat zitten of liggen. Dan gaan we naar de deur. Meestal wil de hond als eerste door de deur. Ook hier tracht je de hond zich te laten beheersen en respect te tonen door zelf als eerste door de deur te gaan.
Bij de eerste stappen buiten is het al belangrijk aan de hond duidelijk te maken dat het niet de bedoeling is dat hij gaat trekken. Op het moment dat hij de deur uitvliegt en je verder trekt, draai je je plots en zonder iets te zeggen weer om. Na een paar keren zal je hond de bedoeling begrijpen. Er wordt enkel verder gewandeld als hij rustig is. Het kan natuurlijk gewoon zijn dat de hond niet genoeg beweging krijgt! Dus als de hond terug kalm is en netjes is kunnen buiten komen, kun je hem een tijd vrij geven aan een iets langere lijn of los laten lopen zodat hij kan snuffelen, bokkensprongen maken en geuren opnemen zoals hij zelf wil.

Dingen eten en uitwerpselen pikken en opeten

Honden doen dit uit verveling, omdat ze je aandacht willen trekken of omdat ze honger hebben. Kijk eens waarom je de hond aandacht geeft?
Misschien geef je hem wel te veel aandacht voor dingen die hij verkeerd doet en dat gaat hij blijven doen. Kijk ook eens naar zijn eten en geef hem natuurvoeding.

Baknijd

We spreken van baknijd als de hond zijn eten of snoep bewaakt. Niemand mag er aan of in de buurt van komen. Dan gromt of bijt hij. Baknijd doet zich voor wanneer je hond je niet bij zijn eten vertrouwt. De hond heeft het recht om zijn eten te verdedigen. Leer je hond dat er leuke dingen gebeuren als je in de buurt komt van zijn bak.

Dit kan je doen door:

  • Als je in de buurt van de etensbak komt ga je niets afpakken maar iets bijgooien. Kom niet te kort met de handen bij de etensbak want de hond kan bijten.
  • Het bot dat hij heeft, ruilen voor snoep en dadelijk teruggeven. Het is ook belangrijk dat je traint op het loslaten om te voorkomen dat hij bijvoorbeeld iets giftigs zou opeten. Hiervoor leer je het bevel “nee of foei”

Niet komen als je roept

Kies een woord dat je alleen gebruikt om je hond tot bij jou te laten komen en te blijven zitten of staan totdat hij weer weg mag. Het bevel ‘hier’ is vaak negatief geworden voor de hond. We gaan wandelen met onze hond en onderweg is er wel van alles te ruiken, te zien, te horen…
Bij de speelweide of een veld aangekomen, het hoogtepunt van de wandeling, mag de hond los. Na enkele minuten willen we terug naar huis, dus roepen we de hond. Maar de hond komt niet. We proberen het nog eens, misschien heeft hij ons niet gehoord. We merken dat zijn oren in de juiste richting bewegen, maar nog komt hij niet. We verliezen ons geduld. Onze stem en lichaam lijken boos. Dus de hond komt zeker niet. Het is dus belangrijk als je de hond roept dat je een bevel gebruikt dat de hond begrijpt. Je moet dat woord aanleren. Iedereen in het gezin moet hetzelfde woord/bevel gebruiken. Anders raakt de hond verward. Het ‘hier’ komen moet leuk zijn en niet altijd het beëindigen van iets leuks betekenen zoals bijvoorbeeld aanlijnen om naar huis te gaan.

Algemeen

Als de hond iets doet en je geeft hem aandacht dan gaat hij datgene wat hij deed opnieuw doen. Een hond vindt aandacht leuk. Als hij iets doet wat niet mag, laat hem dan duidelijk weten dat het niet ok is en dat hij moet ophouden. Ongewenst gedrag wil zeggen dat de hond iets doet wat jij niet wilt. Maar dit wil niet altijd zeggen dat hij stout is. Misschien begrijpen je hond en jij elkaar gewoon niet zo goed?

Blijft je hond ongewenst gedrag vertonen? contacteer dan een gedragstherapeut voor meer info.
www.toscanzahoeve.be of www.dierengedragstherapeuten.be

Blog

Puppybijten of ‘mouthing’

Vele puppy’s bijten op jonge leeftijd in vanalles en nog wat: speeltjes, takken, maar ook handen of broekspijpen! Die scherpe puppytanden kunnen best pijn doen en dit vindt geen enkele hondeneigenaar leuk natuurlijk.
Daarom leggen we graag even uit waarom een hond dit kan doen en welke tips je kan toepassen om het te verhelpen.

Waarom doen ze dit?

Puppy’s krijgen hun melktanden als ze ongeveer 3 weken oud zijn. De wisselperiode waarbij de puppy’s hun tanden wisselen is tussen de leeftijd van 13 weken en 21 weken. Het wisselen en groeien van tanden kan een vervelend, pijnlijk gevoel geven waardoor de puppy gaat willen kauwen in bepaalde zaken.

Puppy’s willen natuurlijk ook de wereld verkennen en ze moeten leren hoe hard ze kunnen en mogen bijten (en vooral ook waarin). Dit doen ze met hun tandjes. In het nest doen ze dit door het bijten van nestgenootjes. Als ze te hard bijten gaat vervolgens de andere pup weglopen of maakt de pup een piepgeluid. Hierop zal de moederhond reageren met een correctie.
Ook jij zal moeten laten weten aan je pup wanneer hij/zij te hard bijt en het dus pijn gaat doen.

Opgelet! Sommige puppy’s gaan puppybijten of ‘mouthen’ bij het hebben van (groei)pijn. Hou hier rekening mee. Pijn zorgt vaak voor ongewenst gedrag, en dan is de sleutel om de pijn eerst te verhelpen en dan verder te gaan met je training. Raadpleeg in dit geval of bij twijfel je dierenarts of specialist.

Hoe keer je dit gedrag om?

Sommigen gaan de pup straffen. Dit is niet de juiste oplossing. Hierdoor kan je pup bang van je worden en, als hij/zij ouder wordt, erger gaan bijten. Dat willen we natuurlijk niet.
Wat je wel kan doen is, zodra je tanden voelt in je huid, het spel stopzetten (zonder iets te zeggen) en wegstappen.
Na enkele minuten kan je het spel hervatten. Gaat de pup weer bijten, stop je het spel opnieuw en stap je weer weg. Blijf dit herhalen.
Zo ontneem je de puppy namelijk iets heel leuks: jouw aandacht.

Een andere manier om het puppybijten te stoppen, is door luid “AU!” te roepen. Negeer hem voor een paar minuten en probeer dan opnieuw met hem te spelen. Ook dit blijf je herhalen als de pup zijn ongewenst gedrag blijft verder zetten. Deze techniek heeft niet op alle honden hetzelfde effect. Als je merkt dat dit niet helpt, pas je een andere techniek toe.

Challenge: in 8 weken tijd een fantastische pup (of hond) in huis!

In deze 8-weken-durende challenge dagen we je uit om echt aan de slag te gaan met je pup of nieuwe hond.

In die 8 weken geven we je elke week een uitdaging om rond te werken. Zo maak je een fijne start met je nieuwe hond.

geweldige pup
Neem deel voor 29,98 EURO of klik hier voor meer info

Bij sommige pups is het stopzetten van het spel en weglopen of luid “au!” roepen niet voldoende. De pup gaat je achterna lopen en aan je broek hangen of in je schoenen bijten. In dit geval is er een time-out nodig zodat je puppy kan kalmeren. Bij een time-out zet je hem/haar in een speciale time-out plaats, dat niet de gebruikelijke slaapplaats is. Bijvoorbeeld vastmaken aan een lijn aan de verwarming. Een time-out gebeurd dus in dezelfde ruimte. Een time-out hoeft niet lang te duren. 1-2 minuutjes is meer dan genoeg. De hond leert in dit geval dat hij/zij met dit gedrag niets ‘verdient’, waardoor het bijtgedrag langzaam aan gaat uitdoven.

Bij het afleren moet iedereen in huis hieraan meedoen anders snapt de hond niet wat de bedoeling is. Consequent zijn is zeer belangrijk. Anders zal de hond het gedrag bij de ene wel doen en de andere niet, of het gedrag zo gewoon helemaal niet beteren.

Wat kan je doen tijdens de wisselperiode van de tanden?

Tijdens de wisselperiode kunnen puppy’s tandpijn hebben waardoor ze op ALLES gaan knabbelen en het bijtgedrag gaat toenemen. Belangrijk is om er voor te zorgen dat je puppy genoeg andere mogelijkheden heeft om op te knabbelen zoals speelgoed waar hij/zij in kan bijten of een kauwsnack. Knabbelt je pup toch in je meubels of materiaal, ruil dit dan met een speeltje of iets waar hij wel op mag kauwen of zet je pup in een time-out.

Bij vele pups is het een fase en gaat het vanzelf over eensde tanden gewisseld zijn (tussen 5 en 6 maanden). Als de hond veel succes heeft geboekt met het bijten in ongewenste zaken, zal de puppy het gedrag wel verder zetten na de tandenwisseling. Dit kan namelijk een manier zijn om aandacht te krijgen, maar ook medische redenen zijn niet uit te sluiten.

Als het bijtgedrag erger lijkt te worden of je twijfelt over de intentie achter het gedrag, raadpleeg dan zeker een gedragstherapeute. Zij kunnen jou hier zeker bij helpen. Maak in dit geval een afspraak via onze website.
Eén van onze puppy pakketten is misschien iets voor jou?!

Op zoek naar lekker en gezonde snacks om op te kauwen, snuffel dan eens rond op onze webshop of via Amazon

Voor meer tips en informatie raden we ons gratis YouTube kanaal aan. Ook op onze Facebookpagina kan je veel informatie terugvinden. Ook op Instagram zijn we erg actief.

Al onze online opleidingen kan je hier terugvinden. En we hebben een schat aan gratis blogartikelen en podcasts voor je.

Blog

Clickertraining voor honden: tips en mogelijkheden.

Je hebt er vast al een keer over gehoord, clickertraining is namelijk niet meer weg te denken uit de hondentraining. Toch is niet iedereen ermee bekend en gebruiken veel mensen hem op de verkeerde manier. Dat is erg jammer want het kan een waardevolle aanvulling op je hondentraining zijn. Maar wat houdt het nu in, zo een clickertraining bij honden? Ontdek het in deze blog!

Wat is “clickertraining”?

Bij clickertraining honden staat belonen centraal! Het is een vorm van positieve training, het gaat met andere woorden uit van het belonen van gewenst gedrag. De clicker is bijna niet meer weg te denken uit de hondentraining. Toch is niet iedereen ermee bekend en gebruiken veel mensen hem op de verkeerde manier. Dat is heel erg jammer wat het kan een waardevolle aanvulling op je training zijn.

Een clicker is eigenlijk een beloning voor je hond, meer bepaalde de eerste van twee beloningen. Dit kleine apparaatje maakt een kort en duidelijk klikkend geluid. Dit maakt het mogelijk om je dier te belonen op een snelle, duidelijke en e ciënte manier. Het allerbelangrijkste voordeel van clickertraining is timing. Je kan je dier op precies het juiste moment belonen. Je hoeft geen tijd te verspillen met het zoeken naar een snoepje, waardoor je hond zich afvraagt waarvoor hij/zij beloond wordt.

Clickeren of clickertraining bij honden is baseert op 2 leerprincipes: dan van de klassieke conditionereing dan van operante conditionering.

Klassiek conditioneren werkt als volgt: ik hoor een geluid en er volgt iets lekkers. Denk maar aan de hond van Pavlov, die al begon te speeksel bij de bel dat zijn eten aankondigt. Je dagdagelijkse leven zit vol met dit soort van conditionering: ik neem mijn sleutel, ik ga weg; de voorbel rinkelt, er staat iemand voor de deur. Er wordt met andere woorden een link gelegd tussen het één en het ander. Het belangrijkste hier is voorspelbaarheid. Toegepast op clickertraining wil dit zeggen dat het geluid van de clicker in 99% van de gevallen opgevolgd wordt door de gebeurtenis (het snoep/beloning)

De tweede leerprincipe, operante conditionering, betekent het leren wat het gevolg is van bepaald gedrag. Als een hond tegen de deur op springt en daarbij per ongeluk de deurkruk raakt en de deur opent, zal hij leren dat dit gedrag hem wat oplevert. Andersom kan hij ook stoppen met springen omdat hij zichzelf pijn heeft gedaan.

Clickertraining is een combinatie van deze twee leerprincipes. Eerst leert het dier dat na de klik wat lekkers komt (klassieke conditionering). Vervolgens ga je gedrag dat hij/zij vertoont, belonen. Aangezien dit hem/haar wat oplevert, zal de hond het blijven uitvoeren (operante conditionering).

Soorten clickers

De soort clicker waar je mee werkt, hangt vooral af van je persoonlijke voorkeur. Heb je graag een clicker aan een armband of liever eentje rond je vinger? Hieronder heb je alle clickers even op een rijtje.

Klassieke clicker

Dit soort clicker heeft er vaak geen armband of uitrollend lijntje aanhangen. Dit maakt dat je de clicker steeds moet vasthouden in één hand, waardoor je vaak een beetje sukkelt met je lijn, snoep en clicker. Hoewel deze prima werken en vaak duurzaam zijn, is een klassieke clickers niet het gebruikvriendelijkst.

Clicker met armband

Een clicker met armband aan is gebruiksvriendelijker dan de klassieke clickers. Deze zijn vaak vlot in te drukken (zwaar op een clicker moeten duwen beïnvloedt je timing) en liggen goed in de hand. Heb je ze niet nodig, dan laat je ze gewoon los en blijven ze aan je pols hangen.

Fingerclicker

Deze clicker heeft een klein pastiche ringetje hangen op de achterkant zodat je hem als een ring rond je vinger kan dragen. Dat maakt deze clicker uitermate geschikt voor bepaalde hondensporten waarbij de trainer werkt met handgebaren, zoals treiball, doggy dance of agility. Je kan je handen namelijk volledig vrij gebruiken, zonder dat je je clicker moet ‘zoeken’ als je hem nodig hebt. Je brengt gewoon je duim naar de clicker en klik!

Target stick + clicker: een prachtige tool bij clickertraining voor honden

Dit is niet enkel een clicker maar ook een target stick. Een target stick kan gebruikt worden om je dier in een bepaalde richting te begeleiden.

Dit doe je als volgt: doe wat paté (is te vinden in dierenwinkels of bij de slager) op het bolletje van de target stick. Je hond wil het oplikken en zodra de hond het bolletje aanraakt, zeg je “touch”. Herhaal dit meerder malen tot je hond begrijpt wat je bedoeld.

Vervolgens doe je geen paté meer op het bolletje, je hond zal de target stick aanraken met zijn/ haar neus (op zoek naar dat lekkers van daarnet) en op dat moment herhaal je weer enkele keren “touch”, gevolgd door een beloning.

Als dit goed gaat, wijs je het bolletje in verschillende richtingen en steeds verder weg van de hond zodat de hond stappen moet ondernemen om naar het target te komen. Bouw dit rustig op en voor je het weet, heb je een dier dat de target volgt, waar het ook gaat. Denk maar aan alle slalommen en tunnels die je kan lopen dankzij zo’n target stick.

TIP: ouderen of trainers met fysieke klachten kunnen een target stick gebruiken om hun eigen lichaam minder te belasten tijdens een training. Een target stick zorgt er namelijk voor dat je je niet moet bukken. Het werkt grotendeels zoals een gewone clicker: je vraagt een opdracht van je hond, voert hij/zij deze goed uit, dan klik je op het juiste moment. Vervolgens doe je wat paté op het bolletje, je trekt de target stick uit en laat je hond de paté van het bolletje likken.

Hoe leer je het aan?

Het toepassen van de clicker is redelijk makkelijk. Iedereen kan het doen, jonge of oudere trainers, beginnende of ervaren trainers. Eerst moeten we de hond leren dat de klik een beloning is. Dit doen we simpelweg door te klikken en de hond vervolgens een snoepje te geven. Dit herhaal je in het begin veel en in enkele verschillende situaties/omgevingen.

Eens je dier doorheeft dat de klik gelijk staat aan een beloning, kan je de clicker gaan gebruiken om je hond te belonen voor een opdracht of kunstje. 


Begin met simpele oefeningen zoals zit en pootje. Voor elke goed uitgevoerde opdracht hoort de hond een klik op het moment dat het goed is en krijgt vervolgens een snoepje.

De clicker hoeft niet “voor altijd” gebruikt te worden, tenzij je dat zelf wil natuurlijk. Een clicker kan perfect toegepast worden voor het aanleren van een opdracht/kunstje in verschillende situaties. Eens de hond de opdracht goed begrijpt en uitvoert, kan je de clicker altijd achter wegen laten.

Waar moet je op letten bij clickertraining voor honden?

Zeker in het begin, wordt élke klik gevolgd door een snoepje of beloning. Ook als de timing van je klik niet helemaal juist was, dan nog krijgt je hond een snoep na de klik. Dit is uiterst belangrijk, en zelfs cruciaal bij het aanleren van de clicker.

Sommige honden zijn heel spelgevoelig. Denk maar aan die Border Collies die zo verliefd zijn op hun bal dat het opnieuw weggooien van de bal een grotere beloning is dan een stukje hesp. Ondanks het feit dat spel een uitstekende beloning is voor zulke honden, is het niet aangeraden om dit toe te passen bij een clicker. Spel is goed om je hond even te laten ontspannen en alle spanning eraf gooien, maar bij een clickertraining wil je net dat je hond met zijn aandacht bij jou blijft voor het uitvoeren van een volgende opdracht. Spel als beloning na een klik raden we dus niet aan. Spel als beloning op het einde van een training wel!

Voordelen van clickertraining bij honden:

  • je kan heel snel en doelgericht belonen
  • De klik is de eerste beloning voor de hond. Daarna heb je iets meer tijd om een snoepje te nemen en deze aan je hond te geven
  • Heel actieve of hyperactieve honden hebben soms met om hun concentratie lang genoeg bij een oefening te houden. Een clicker kan je hier helpen om die korte momenten van goed gedrag toch te kunnen belonen. Denk maar aan een kijk-oefening. Sommige honden kijken heel kort naar je en zijn dan alweer met iets anders bezig. Hier kan je perfect de clicker gebruiken om die zeldzame momenten van aandacht toch te kunnen belonen.
  • Je voorkomt overprikkeling. Je hoeft je hond niet de hele tijd toe te spreken. Dit betekent minder kans op overprikkeling bij gevoelige honden en meer tijd voor jou om de lichaamstaal van je hond te analyseren.
  • Een clicker voorkomt dat je eigen emoties een training moeilijker maken of dwarsbomen. Een klik is duidelijk en neutraal. Frustraties of andere emoties van de trainer kunnen de hond dus minder beïnvloeden, wat zeer bevorderlijk is voor elke training.

Ook enthousiasme kan een training negatief beïnvloeden. Niet elke hond is namelijk geholpen met een heel enthousiaste trainer. Dit verschilt van dier tot dier.

  • Je kan een klik heel precies timen. Op het exacte moment dat je hond een opdracht juist uitvoert, kan jij belonen.
  • Je kan het ook gebruiken bij andere dieren! Denk maar aan konijn, paarden, katten, etc.
  • Resultaten zijn vaak sneller zichtbaar dan bij andere trainingen
  • Je kan er vrijwel elke oefening mee aanpakken
  • Clickertraining versterkt de band met je dier

Nadelen van clickertraining:

  • Het is niet geschikt voor elke trainer en/of hond. Niet elke trainer traint graag en goed met een clicker. Is deze vorm van training niets voor jou, forceer het dan ook niet en ga op zoek naar een andere manier die beter bij je past. Hetzelfde geldt bij honden. Sommige honden zijn heel geluidsgevoelig en kunnen schrikken van het geluid van een clicker. Dit komt niet vaak voor, maar het gebeurd wel. Probeer ook hierbij niets te forceren, als het niet past voor je hond dan ga je best op zoek naar iets anders.
  • Het is wennen. In het begin is het werken met een clicker even wennen, zeker als je voordien enkel met je stem en/of snoep hebt gewerkt. Geef dus niet enkel je hond, maar ook jezelf wat tijd om te wennen aan deze manier van werken
  • Buiten de clicker met armband en de fingerclicker, moet je een clicker steeds in je hand houden. Zoek dus een clicker die bij jou, je hond en je training past.

Zoals je kan zien, kan een clicker een fantastisch hulpmiddel zijn om je dier iets nieuws aan te leren op een efficiënte manier. Een clicker zorgt voor zulke mooie resultaten, het zou zonde zijn om het niet eens te proberen. Wie weet past het wel perfect bij jou, je hond en de opdracht die hem/haar wilt aanleren.

TIP: je kan clickertraining niet alleen voor honden gebruiken, maar ook bij katten en konijnen.

Leuke blogs die deze trainingsvorm gebruiken, zijn: BLOG ADEMHALING

Op onze facebook pagina en youtube kanaal passeren regelmatig nuttige tips, ook over training. En ook op onze podcast krijg je regelmatig trainingtips en inzichten.

Wil je graag aan de slag met de juiste clicker? Vind het juiste trainingsmateriaal hier: https://www.toscanzahoeve.be/winkel/target-stick/ https://www.toscanzahoeve.be/winkel/clicker/ of via Amazon.de

Blog

Gedragstherapie voor een betere band met mens en dier

Gedragstherapie heeft tot doel om negatieve gevoelens en gewoontes te herkennen, te doorbreken en te veranderen om zo een betere band te bekomen met jezelf, je kind of je dier.

Gedragspatronen

Bij veranderingen en patronen van gedrag spelen gevoelens een belangrijke rol. De manier hoe je omgeving met je omging als kind, pup of kitten heeft een grote invloed op je gevoelsleven. Therapie en het veranderen van gedrag begint dus met het begrijpen waarom jij, je kind of je dier je op een bepaalde manier gedraagt en bijvoorbeeld angstig reageert.

Gedragsverandering bij jou en je dier of jij en je kind gaat niet alleen om het kind of het dier, maar ook om jou. Ook jij hebt patronen. Dus als je de andere wil ‘veranderen’, dien je ook jezelf te ‘veranderen’.

Bij mensen zien we verschillende gedragspatronen of -modi hebt. We onderscheiden er in hoofdzaak een viertal:

  1. Kindmodus: waarin je je emotioneel voelt: boos, zwak, … Je hebt behoefte aan troost, veiligheid en erkenning. Spel en spontaniteit worden hier onderdrukt.
  2. Oudermodus: je denkt negatief over jezelf, bent kritisch en straft of wijst af.
  3. Overlevingsmodus: als je nare dingen hebt meegemaakt die een trauma hebben veroorzaakt, ga je overleven en niet voelen. Je gaat je terugtrekken of verliezen in verslavingen. Je doet je vaak stoerder voor dan je bent om te overleven.
  4. Gezonde-volwassen modus: dit zijn gezonde of goed functionerende gedragspatronen. Het maakt dat je goed in vel zit, je leven kan organiseren, problemen kan oplossen en sociaal kan zijn met anderen.

We zien diezelfde gedragspatronen ook bij dieren (ik ga me beperken tot katten en honden).

  1. Dieren kunnen bang zijn. Ze hebben dan ook behoefte aan tijd, ruimte en vooral steun. Ze zijn dan te bang om snoep aan te nemen, te spelen of nieuwsgierig te ontdekken.
  2. Heel veel dieren worden opgevoed met te veel straf, nadruk op het ongewenste gedrag en geen ruimte voor beloning.
  3. Dieren kunnen ook trauma’s oplopen en gaan dan, als ze bang zijn, bijvoorbeeld aan zelfverminking doen door op hun eigen poot te knagen.
  4. Eén van de basissen van dierenwelzijn is om gelukkig en gezond door het leven te kunnen gaan. Zowel fysiek als mentaal. Dat betekent ook vrij zijn van chronische stress, kunnen spelen, vrijheid en keuzemogelijkheden hebben.

Coping

Als je heftige emoties ervaart, ga je je op een bepaalde manier gedragen en tracht je met de situatie om te gaan of te overleven. Dit wordt ook wel een copingstrategie genoemd. Deze strategie wordt bepaald door wat je in je jeugd als ervaringen hebt opgegaan en welke strategie succes had.
Het is natuurlijk niet verkeerd om manieren aan te leren om met negatieve en heftige gevoelens om te gaan. Je komt wel in de problemen als deze strategie negatieve gevolgen heeft voor jezelf en je omgeving. Je behoeften worden negatief vervuld en bieden slechts tijdelijk een succes of opluchting.

Copingstrategieën zijn op verschillende manieren ontstaan en ontwikkelen zich sterker door de reactie, aandacht of bevestiging van de omgeving en het succes dat er (kortstondig) mee behaald wordt.

Kindmodus

In je kindmodus reageer je zelf of reageert je dier op een bepaalde situatie veel heftiger en emotioneler. Je gevoelens overheersen. Je voelt je in de steek gelaten, onder druk gezet, … waardoor je basisbehoeftes bedreigd worden. Ieder mens en dier heeft deze basisbehoeftes volgens Young (2005) (naast eten, drinken, voorplanting ,…)

  • Een veilige band met je omgeving: zekerheid, stabiliteit, aandacht, liefde en acceptatie
  • Onafhankelijkheid en zelfstandigheid: je hebt het gevoel dat je je eigen weg kan gaan en mee kan beslissen over je leven
  • Vrijheid: het recht om je eigen behoeftes en gevoelens te uiten
  • Spontaniteit: spel en plezier
  • Realistische grenzen: je moet als kind of dier leren wat je grenzen zijn doordat de omgeving/ouder/opvoeder dit duidelijk maakt (op bij voorkeur een positieve manier)

Als je goed in je vel zit, zal je in je kindmodus in plaats van angstig of boos gelukkig en nieuwsgierig zijn, ongeremd om te spelen en te ontdekken. Het geeft plezier, je voelt je vrij, enthousiast en onbezorgd.  Je voelt je vertrouwd en in verbinding met anderen. Het beschermt je ook tegen stress, frustraties en psychische problemen.
Als jouw kind of dier dus niet ontdekt, speelt of nieuwsgierig is, maar eerder vaak bang, boos of op de hoede is er iets mis. Ga kijken welke omgeving, activiteiten, situaties of personen jezelf, je kind of dier in een gezonde kindmodus kunnen brengen.

Als je het gevoel hebt dat je niets kan of durft, vaak omdat je voor je acties gestraft werd, word je onzelfstandig en afhankelijk. Je kan dan aangeleerd hulpeloos worden. Je kan geen beslissingen of keuzes meer maken en neemt geen initiatief meer. Je wordt nog angstiger of zelfs depressief.

Als je het gevoel hebt dat je in de steek gelaten bent of je buitengesloten voelt of wordt, zit je niet goed in je vel en ben je vaak wantrouwig. Je mist immers de steun, troost en bevestiging van je omgeving. Je ervaart dan chronische stress en bent altijd op je hoede. Je bent overgevoelig aan prikkels en signalen en aan mensen of dieren die in je buurt komen. Je bent bij voorbaat achterdochtig en weet niet hoe je moet voorkomen dat de omgeving je pijn gaat doen.

Het is dus belangrijk om jezelf, je dier of je kind rust en steun te gunnen en te voorzien. Dat kan ook door middel van gedragstherapie.

Oudermodus:

Een disfunctionele oudermodus komt naar boven als je jezelf of anderen te veel onder druk zet en behoeften niet serieus neemt of gevoelens belachelijk vindt. Het gevolg is dat je te kritisch bent (voor jezelf, je kind of je dier), schuldgevoelens geeft of afstraft.

Als je je vooral richt op prestaties, de perfectie nastreeft en altijd de beste wil zijn, spreek je vaak in ‘moeten’ en ‘mag niet’. Je bent te veeleisend. Dit staat los van gezonde ambitie om je doelen te bereiken. Als je te veeleisend bent, ga je niet meer toekomen aan ontspanning, slaap en leuke dingen Bij gezonde ambitie wel.

Je kan ook meer waardering tonen en complimenten geven, en echt proberen om een gezond rolmodel te zijn voor je kinderen of dieren. Geef jezelf voldoende ruimte om te ontspannen en lol te hebben, laat marge voor fouten en spreek niet constant in termen van ‘goed’ of ‘slecht’.

In extremes word je boos als iemand niet aan je verwachtingen voldoet en die krijgt dan op zijn of haar beurt bang van jou, wil je altijd tevreden stellen of voelt zicht verantwoordelijk voor jouw welzijn. Je hanteert fysieke of mentale strafmethoden. Je gaat fysiek pijn doen, emotioneel verwaarlozen (wel eten en drinken, maar geen aandacht), deelt zware straffen uit zoals honger laten lijden, enz…

Overlevingsmodus

Om te overleven, kan je je onderwerpen, vermijden of overcompenseren.

Als je je onderwerpt (“onderdanig opstelt”), zie je geen andere mogelijkheid en denk je dat de omgeving gelijk heeft om je te straffen, …. Je laat toe dat anderen je slecht behandelen. Je doet dingen, tegen je eigenheid, omdat anderen dat willen en eisen en je doet dit vanuit angst. Je voelt je niet gelukkig en vaak leidt dat tot vermijding. Het kan ook leiden tot afhankelijkheid. Er is sprake van afhankelijkheid als je onzelfstandig, onderworpen en hulpeloos bent en altijd op zoek gaat naar goedkeuring, geruststelling of emotionele steun. Je kan niet alleen leven en hebt schrik om in de steek te worden gelaten. De cyclus kan alleen doorbroken worden door meer zelfstandig te worden, niet bang te worden of op te geven als je omgeving je daar niet direct in steunt.

Moeilijke of pijnlijke situaties uit de weg gaan door te vermijden (fysiek ervan weggaan) of jezelf verdoven met vb. alcohol of jezelf uithongeren (anorexia), verminken zorgen voor afleiding en een goed gevoel.  Je vermijdt vaak ook gewoon contact en zondert je af. Je stelt ook geen doelen meer en zeurt veel. Vermijden wordt dan ook een gewoonte.

Bij overcompensatie ga je je net groter en sterker voordoen dan dat je je voelt. Je vertoont machogedrag en probeert vaak de andere te ‘overheersen’. Vormen van overcompensatie kunnen zijn:

  • Arrogant en opschepperig. Je gaat de strijd en competitie graag aan met anderen want je vind jezelf de beste.
  • Controlebehoefte: je wantrouwt iedereen en gaat vaak op voorhand in de verdediging.
  • Aandacht trekken of overdreven om aandacht vragen. Je wil in het middelpunt van de belangstelling staan en wil niet genegeerd worden.
  • Je vertoont bedreigend of agressief gedrag.
  • Je gaat liegen, bedriegen en manipuleren om je eigen behoeften en belangen te vervullen.

Gezonde volwassen modus

In de psychologie wordt dit ook volwassen ik-functie genoemd.

Je kan je gevoelens normaal inschatten en hanteren. Kleine terechtwijzingen en problemen brengen je niet uit je evenwicht. Je kan om met conflicten en compromissen sluiten. Je hebt een evenwicht tussen jouw belangen en die van anderen,. Je geniet van de dingen en hebt gezonde interesses. Eigenlijk is het hetzelfde als een gezonde kindmodus, maar er is meer ruimte voor serieuze taken en verplichtingen.

Gedragstherapie is ook Patronen doorbreken

Allereerst dien je je gevoelens en behoeftes te accepteren en toe te laten. Het is ok om eens boos te zijn, te schrikken, enz. Zorg voor voldoende contact, aandacht en plezier in het dagelijkse leven. Hou van elkaar en probeer elkaars behoeften zo veel mogelijk te vervullen. Straf niet af, maar geef aandacht aan het gewenste gedrag en wees niet te veeleisend.

Als je wil omgaan met boosheid en agressie moet je goed weten wat de trigger is (factor die uitlokt) en heb je ook een manier nodig om die boosheid gezond te uiten. Vaak komt de boosheid van angst, verdriet of eenzaamheid. Boosheid en angst dien je serieus te nemen. Je moet gerustgesteld en zeker niet uitgesloten worden. Onvoldoende autonomie of ruimte ligt vaak ook aan de basis. Fysieke ruimte om vrijer te kunnen bewegen en bijvoorbeeld van de prikkel weggaan ipv uit te vallen of ruimte krijgen om in het dagdagelijks leven te zijn wie je bent en niet heel de tijd gefrustreerd of gestresst te zijn. Het kan ook een reactie zijn op iemand in de omgeving die vaak negatief of boos is of het kan een gebrek aan grenzen zijn. Je dient duidelijke grenzen aangeleerd te krijgen om frustratie, angst en boosheid te vermijden.

Ga het ongewenste gedrag van bijvoorbeeld woede onderbreken. Als je meteen op de eerste waarschuwingssignalen (van stress) reageert, hoeft het niet te escaleren en hoeft het negatieve gedrag zich niet te herhalen. Als het kwaad geschied is, is het moeilijker op weer rustiger te worden. Bovendien heb je dan je ongewenste gewoonte weer voeding gegeven en zal het zich makkelijker herhalen. Je kan ervan weg gaan, een korte pauze inlassen of kanaliseren naar iets anders vb dieper ademen, je zintuigen gebruiken, … Ga op zoek naar een positief alternatief voor het ongewenste gedrag. Versterk zeker ook je gelukkige kindmodus met spel, vriendelijke contacten, plezier, nieuwe ontdekkingen enz… Doe dit bij voorkeur samen met anderen waar je van houd en die je gelukkig maken.

Bepaal regels en grenzen die bijdragen tot een gezonde relatie met elkaar, een positieve sfeer en een zorgzame omgeving. Stop met straffen en de nadruk te leggen op wat fout gaat. Probeer elkaar te begrijpen en te steunen.

Gedragstherapie: Stap per stap

Als je een negatieve gewoonte wil veranderen is het belangrijk om te kijken wat je wel wil en hoe je het wilt aanpakken. Het is dus goed om er vooraf over na te denken en alles in kaart te brengen.

Hou er ook rekening mee dat de gewoonte van het patroon al in de hersenen verankert zit en dat het dus tijd nodig heeft om je copingstrategie te veranderen. Het kan zelfs eerst verergeren of een slechter gevoel geven voor het betert. Denk hierbij zeker aan de strategie ‘vermijden’. Als je vermijdend gedrag wil veranderen, geeft dat stress en onzekerheid. Je moet dus consequent zijn en geduld en doorzettingsvermogen hebben. Want de positieve gevolgen ervaar je pas op langere termijn. Je moet dus duidelijk een lange termijn visie voor ogen hebben en houden. Dat helpt ook om gemotiveerd te blijven en door te zetten.

Uit onderzoek blijkt dat zelfs hardnekkige negatieve patronen uiteindelijk doorbroken kunnen worden door gedragstherapie. Het kost enkel tijd en moeite. En vaak ook een onafhankelijk persoon om je op weg te zetten om je eigen patronen en copingstrategieën te ontdekken.

Veel succes!

Bij Toscanzahoeve helpen we je graag verder met persoonlijke coaching voor mensen, het ontdekken van verborgen patronen door dierenspiegel® en gedragstherapie voor je kat en hond.
Contacteer ons voor meer info of een afspraak.

Op onze facebook pagina en youtube kanaal passeren regelmatig nuttige tips. Onze podcast is ook een aanrader.

Blog

Hoe kan jij mee zorgen voor een hondenvriendelijke samenleving? Lees hier alles over de hondenetiquette.

Als baasje ben je natuurlijk trots op je hond en super blij met hem/haar. Maar niet iedereen vindt honden leuk en niet alle honden kunnen het even goed met andere honden vinden. We leven met veel mensen en vele honden. Dit zorgt helaas regelmatig voor ergernissen naar honden en hun eigenaren.

Een aantal simpele regels geeft houvast en duidelijkheid. Met kennis van deze regels en het uitvoeren daarvan zorgt ervoor dat we ons allemaal in een veilige, tolerante, schone en vriendelijke samenleving kunnen begeven, met en zonder hond!

Hondenetiquette

Opvoeding

Voed je hond goed op en volg enkele gehoorzaamheidscursussen. Op die manier voorkom je dat hij tegen iedereen opspringt die hij onderweg tegenkomt, mensen aflebbert, eten steelt van picknickers en joggers en fietsers achterna rent. In veel bossen en natuurgebieden waar honden los mogen lopen, moeten ze wel onder appel staan. Een goed opgevoede en getrainde hond komt netjes terug als zijn baas hem roept.

Honden die paarden, joggers, fietsers, wandelaars en kinderen achterna rennen of tegen hen opspringen

Het is niet fijn, en voor sommige mensen beangstigend, als zij door een hond worden besprongen of achterna gerend. Ook als u een lieve en sociale hond heeft die “het echt alleen maar enthousiast bedoelt” is niet iedereen daarvan gediend. Bij het najagen van een paard kunnen er zelfs levensgevaarlijke situaties ontstaan voor ruiter, paard én uw hond.

Oplossing:

Nadert u ruiters, fietsers, joggers of wandelaars? Roep uw hond bij u en lijn hem zichtbaar aan. Vervolgens passeert u rustig en op gepaste afstand.

Hoe zit het met aangelijnde honden?

Hondeneigenaren met een aangelijnde hond doen dit met een reden. De hond kan ziek of geblesseerd zijn, loops zijn, agressief zijn of de eigenaar vindt vrij contact met andere honden niet prettig om andere redenen. Een geel lintje aan de lijn is ook een duidelijk signaal dat de eigenaar zijn hond liever geen contact laat maken met andere honden, om welke reden dan ook.

Oplossing:

Nadert u een aangelijnde hond? Roep uw hond bij u en lijn uw hond zichtbaar aan. Passeer op gepaste afstand of loop met een boog om de ander heen.

Let op: laat aangelijnde honden nooit aan elkaar snuffelen. Door de lijn worden zij beperkt in hun gedrag en lichaamstaal en dit leidt tot onnodig veel spanning en kan zelfs tot agressie leiden.

Mag mijn hond los of moet hij vast?

Loslopende honden zijn vaak een grote bron van ergernis van recreanten, wildbeheerders en bewoners van woonwijken.

Oplossing:

Zorg dat u op de hoogte bent van waar uw hond los mag en kan. Vaak vind je aan de ingang van wandel- en natuurparken bordjes waar dit aangegeven staat. Houd in losloopgebieden rekening met het broedseizoen of wild.

Je kan uw hond beter aan de lijn houden als:

  • uw hond niet goed naar u luistert
  • u mensen, aangelijnde honden of paarden passeert
  • u met uw hond in een woonwijk loopt
  • bij twijfel

Spelen

Sommige honden spelen graag met andere honden. Maar het is een misverstand dat honden altijd met andere honden willen en kunnen spelen! Ook is het niet waar dat honden alles onderling wel kunnen oplossen. Het is zeer belangrijk om vrij spel van meerdere honden goed te bekijken en bij bepaalde signalen het spel te stoppen of de honden te (helpen) kalmeren.

Oplossing:

  • Vraag aan de eigenaar of de hond met uw hond mag spelen
  • Geen speelgoed tussen meerdere honden
  • Grijp in als spel te ruw wordt of de hond bang is of achterna wordt gezeten.
  • Geen groepen honden naar andere honden laten rennen

Werkende honden

Werkende honden zijn: hulphonden, therapiehonden, blindengeleidehonden, politiehonden en honden die aan het trainen zijn met hun eigenaar. Zij werken hard en zij moeten hun werk zonder afleiding kunnen uitvoeren. Toch worden zij zeer regelmatig gestoord door mensen of andere honden.

Oplossing:

Laat deze honden en hun geleiders met rust, zodat zij zich kunnen concentreren op hun werk. Lijn uw hond zichtbaar aan en passeer op gepaste afstand.

Ken je hond

Leer de lichaamstaal van uw hond (her)kennen zodat u angst, agressie, stress en kalmering leert zien. Het helpt u bij de opvoeding en de training van uw hond. En u kunt op de juiste manier reageren op het gedrag van uw hond in relatie tot andere mensen en honden. U kunt hondentaal leren herkennen door boeken te raadplegen en les te volgen op een goede hondenschool waar, naast de praktijk-, ook theorielessen worden gegeven.

Hondenpoep

Dit is één van de grootste irritaties van België. Maar toch zie je het overal liggen. Of uw hond doet zijn behoefte op een honden uitlaatplaats, of waar het is toegestaan of je ruimt het op met een poepzakje. Denk ook logisch na over de plaats waar je uw hond zijn behoeften laat doen.

Dus:

  • Ken je eigen hond en neem je verantwoordelijkheid!
  • Hou je hond op gepaste momenten aan de lijn!
  • Heb respect voor elkaar!
  • Neem steeds poepzakjes mee!
  • Water meenemen voor hond en baas is ook altijd handig

Dit artikel is gebaseerd op de Hondenetiquette,  gemaakt is door Jennifer de Jongh en Renate Steinfort.

Een hond neem je uiteraard voor jezelf en zal je enorm plezier bezorgen. Maar zorg ervoor dat hij ook voor andere mensen een bron van plezier is en geen bron van irritatie.
Heb jij nog andere tips of zijn er dingen die jouw irriteren i.v.m. honden?
Laat het ons weten door je commentaar hieronder te geven.

Scroll naar boven