Blog

Blog

Wat is arousal bij honden en waarom is het zo belangrijk?

In de wereld van hondengedrag hoor je steeds vaker het woord arousal. Toch wordt het vaak verkeerd begrepen. Veel mensen denken dat een drukke hond gewoon “meer beweging nodig heeft”, maar dat is lang niet altijd de oplossing.

Wat betekent arousal bij honden?

Arousal verwijst naar de mate van opwinding of activatie in het lichaam van je hond. Het gaat dus niet alleen om energie, maar om hoe “aan” het zenuwstelsel staat.

Je kunt het zien als een schaal:

  • Lage arousal: ontspannen, slaperig, rustig
  • Gemiddelde arousal: alert, gefocust, leerbaar
  • Hoge arousal: hyperactief, reactief, overprikkeld

Een hond met de juiste (middelmatige) arousal kan goed luisteren en leren. Zit je hond te hoog, dan lijkt het alsof hij “niet luistert”, maar in werkelijkheid kán hij dat op dat moment gewoon niet.

Wat gebeurt er in het lichaam?

Bij hoge arousal komen er stoffen vrij zoals adrenaline, noradrenaline en dopamine. Deze zorgen ervoor dat je hond klaar is voor actie:

  • Snellere hartslag
  • Meer spierspanning
  • Snelle reacties
  • Minder denkvermogen

Dat laatste is belangrijk: hoe hoger de arousal, hoe minder je hond nog bewust nadenkt.

Waarom moe maken niet altijd werkt

Veel baasjes proberen hun hond rustig te krijgen door hem flink te laten rennen of spelen. Logisch gedacht — een moeie hond is een rustige hond, toch? Niet per se.

Als activiteiten juist de arousal verhogen (zoals wild spelen, ballen gooien of constant actie), kan je hond:

  • Overprikkeld raken
  • Moe zijn, maar toch “aan” blijven staan
  • Moeite hebben met ontspannen
  • Je krijgt dan een hond die fysiek moe is, maar mentaal nog steeds “aan het stuiteren”.
  • Signalen van te hoge arousal

Let op deze signalen:

  • Moeite met stil liggen
  • Overmatig blaffen of piepen
  • Slecht luisteren naar bekende commando’s
  • Snel happen of opspringen
  • Niet kunnen ontspannen na activiteit

De juiste balans vinden

Het doel is niet om arousal altijd laag te houden, maar om balans te creëren.

Wat helpt:

  • Rustmomenten inbouwen
  • Snuffelwandelingen in plaats van alleen rennen
  • Voorspelbare routines
  • Mentale uitdaging zonder overprikkeling
  • Kalmerende activiteiten zoals kauwen
  • voldoende slaapen
  • goede voeding

Tot slot

Een hond die “druk” is, is niet altijd een hond met teveel energie , vaak is het een hond met een te hoge arousal. Door beter te kijken naar de interne staat van je hond, kun je hem echt helpen ontspannen en in balans komen.

Blog

Van “te zacht” naar vanzelfsprekend: hoe hondentraining veranderde

Wanneer je vandaag spreekt over emoties bij honden, stresssignalen of de invloed van de begeleider op gedrag, knikt bijna iedereen instemmend. Het lijkt logisch geworden. Maar toen ik in 2003 startte, was dat anders. Hondentraining draaide vooral rond gehoorzaamheid. Een hond moest luisteren. Probleemgedrag moest opgelost worden. Snel en zichtbaar. Wanneer ik sprak over spanning bij de mens, over de leefomgeving of over de hond als spiegel binnen de relatie, kreeg ik vaak dezelfde reactie: dat is toch wat overdreven? Toch voelde ik toen al dat gedrag nooit op zichzelf staat.


Wat betekent holistisch werken?

Holistisch werken betekent eenvoudig gezegd: je kijkt naar het volledige plaatje.

Een hond is geen verzameling oefeningen. Gedrag ontstaat uit een samenspel van factoren:

  • emoties en stressniveau
  • fysieke toestand
  • leerervaringen
  • omgeving
  • communicatie met de begeleider

Gedrag is dus geen probleem op zich, maar een gevolg.

Voorbeeld

Een hond die trekt aan de lijn wordt vaak gezien als “ongehoorzaam”.

Maar wanneer je breder kijkt, zie je vaak:

  • te weinig mentale rust
  • hoge prikkelgevoeligheid
  • spanning bij de begeleider
  • onduidelijke communicatie

Pas wanneer al die elementen aangepakt worden, verandert het gedrag duurzaam. Dat is holistisch trainen.


De hond als dierenspiegel

De term dierenspiegel wordt soms verkeerd begrepen. Het betekent niet dat een hond onze emoties letterlijk kopieert.

Het betekent dat honden extreem gevoelig zijn voor:

  • lichaamstaal
  • spanning
  • voorspelbaarheid
  • emotionele veiligheid

Een hond reageert op wat wij uitstralen, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn.

Voorbeeld

Een begeleider die onzeker wordt wanneer andere honden naderen:

  • verkort onbewust de lijn
  • spant zijn lichaam aan
  • houdt de adem vast

De hond voelt spanning → verhoogde waakzaamheid → uitvalgedrag.

Wanneer de mens leert ontspannen en duidelijker communiceren, verandert het gedrag van de hond vaak vanzelf mee. De hond toont wat er in de interactie gebeurt. Dat is de spiegel.


Synergie: wanneer alles samenkomt

Wat ik vroeger intuïtief beschreef, noemen we vandaag vaak synergie. Synergie betekent dat verschillende elementen elkaar versterken.

In hondentraining:

  • emoties beïnvloeden leren
  • omgeving beïnvloedt gedrag
  • mens beïnvloedt hond
  • hond beïnvloedt mens

Wanneer één onderdeel verandert, verandert het geheel. Wanneer alles samen klopt, ontstaat rust — en leren honden sneller en stabieler. Niet door harder te trainen, maar door beter te begrijpen.


De evolutie in hondentraining

De afgelopen twintig jaar is er veel veranderd. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt steeds vaker wat praktijkervaring al liet zien:

  • stress blokkeert leervermogen
  • veiligheid versnelt leren
  • verbinding verhoogt samenwerking

Wat ooit “soft” leek, is vandaag steeds vaker de basis. En dat is een mooie evolutie. Niet omdat iemand gelijk kreeg. Maar omdat honden steeds minder moeten functioneren in een systeem dat hen niet begrijpt.


Gelukkig voor de honden

De grootste verandering in hondentraining is geen nieuwe techniek. Het is een andere manier van kijken.

Niet:
Hoe controleer ik mijn hond?

Maar:
Hoe kunnen mens en hond elkaar beter begrijpen? Wat vroeger uitzonderlijk was, wordt vandaag steeds normaler. En gelukkig maar. Vooral voor de honden.


Blog

Emoties bij honden: geen simpele schakelaars

Lang dachten wetenschappers dat emoties in het brein werken als simpele schakelaars: druk op de “angstknop” en een hond reageert met angst. Simpel, overzichtelijk en makkelijk te begrijpen… toch?

Toen onderzoekers echt gingen kijken, bleek het veel complexer te zijn. Emoties zijn geen aparte knoppen of categorieën. Het is handiger om ze te zien als een kaart met twee assen:

  • Horizontaal: van prettig naar onprettig
  • Verticaal: van kalm naar geactiveerd

Samen bepalen deze twee dimensies elke emotionele toestand van een dier.

  • Hoge activatie + prettig gevoel = opwinding of vreugde
  • Hoge activatie + onprettig gevoel = angst of paniek
  • Lage activatie + prettig gevoel = tevredenheid of ontspanning
  • Lage activatie + onprettig gevoel = verdriet of neerslachtigheid

Dit heet de Core Affect-theorie (Mendl et al., 2010) en het heeft onze manier van kijken naar emoties bij honden volledig veranderd.


Wat gebeurt er in het brein van je hond?

De plek van je hond op deze kaart komt overeen met concrete neurochemische processen:

  • Positieve dimensie: gestuurd door het beloningssysteem (dopamine) en het strafvermijdingssysteem (serotonine).
  • Activatiedimensie: weerspiegelt stresshormonen (cortisol via HPA-as) en noradrenaline. Hoge activatie betekent dat het lichaam klaarstaat voor actie: hartslag omhoog, aandacht scherper, energie beschikbaar.

Hier wordt het écht belangrijk voor de praktijk: deze twee dimensies bepalen wat je hond op dat moment cognitief aankan.

Een hond die hoog geactiveerd is en negatieve emoties voelt, zit vol cortisol en noradrenaline. Het strafvermijdingssysteem staat op scherp en het beloningssysteem werkt nauwelijks. Prefrontale hersengebieden die nodig zijn voor flexibel gedrag functioneren beperkt.

Conclusie: een reactieve hond die aan de lijn trekt is niet “stubborn” of ongehoorzaam. Zijn hersenen staan gewoon tijdelijk uit voor leren.


“Over de drempel” is geen grens

We zeggen vaak: “hij is over de drempel.” Alsof er een heldere lijn is tussen leren en niet leren. In werkelijkheid bevindt de hond zich in een zone van hoge activatie. Daar neemt cognitieve flexibiliteit af, de aandacht vernauwt, en complex gedrag leren lukt simpelweg niet.

Daarom verliezen honden die thuis rustig zijn zich plots in de buurt van een trigger. Hun emotionele positie verandert, en daarmee ook hun hele breinfunctie. Honden in deze zone lijken soms glazig, afwezig of overdreven reactief. Vooruitgang gaat traag, omdat je probeert de hond te verplaatsen naar een andere plek op de emotionele kaart – dat kost tijd en consistente neurochemische verandering.


Wat betekent dit voor gedragsaanpak?

1. Werken aan emotie (stemming):
Klassieke counter-conditionering koppelt een trigger aan iets positiefs. Zo verschuif je de emotie van onprettig naar prettig, het beloningssysteem wordt actief en leren wordt weer mogelijk. Maar dit werkt alleen als de activatie laag genoeg is. Daarom is werken op afstand cruciaal: houd de hond in een zone waar leren kan plaatsvinden.

2. Werken aan activatie (stressniveau):
Activatie verlagen doe je via management, rust, verrijking en voorspelbaarheid. Verminder onvoorspelbare stressoren en bied vaste routines. Zo verschuif je de hond structureel naar een lagere activatiezone, van waaruit werken aan de emotie überhaupt mogelijk wordt.

Belangrijk: deze twee dimensies vragen verschillende aanpakken. Wil je de stemming veranderen? Activeer het beloningssysteem via positieve ervaringen. Wil je activatie verlagen? Werk aan het zenuwstelsel via rust en structuur.


Praktische les voor hondenscholing

De emotionele kaart laat zien dat je nooit alleen het gedrag verandert. Je werkt aan de emotionele toestand van je hond. Begrijp je waar je hond op dat moment staat, dan weet je:

  • Wanneer leren wél kan
  • Hoe je vooruitgang realistisch plant
  • Welke strategie prioriteit heeft: stemming of activatie

Met deze kennis wordt gedragsmodificatie niet alleen effectiever, maar ook diervriendelijker.


Bron: Mendl, M., Burman, O. H., & Paul, E. S. (2010). An integrative and functional framework for the study of animal emotion and mood. Proceedings of the Royal Society B, 277(1696), 2895–2904.

Blog

Wanneer “hyperactief gedrag” eigenlijk een medisch probleem blijkt: een casus uit een gedragsconsult

In mijn werk zie ik regelmatig honden die worden aangemeld als “hyperactief”, “onrustig” of “moeilijk tot rust te brengen”. Vaak ligt de focus in eerste instantie op training, prikkelmanagement of meer (of net minder) beweging. Maar soms zit er iets anders onder. In deze blog deel ik een casus uit een gedragsconsult waarbij een hond die ogenschijnlijk gewoon erg druk was, uiteindelijk gediagnosticeerd werd met IBD (Inflammatory Bowel Disease) en een vitamine B12-tekort.

De hulpvraag: een hond die nooit “uit” stond

De hond in kwestie werd aangemeld omdat hij:

– Continu in beweging was

– Moeite had om te ontspannen, zelfs thuis

– Snel overprikkeld reageerde op omgevingsprikkels

– Slecht leek te slapen

De eigenaar omschreef hem als “altijd aan”. Klassiek een profiel dat vaak als hyperactiviteit wordt bestempeld. Tijdens het consult viel echter iets op: de onrust voelde niet “functioneel”. Het was geen doelgericht, energiek gedrag — het had iets geforceerds, iets ongemakkelijks.

Gedrag als signaal

Wat mij triggerde om verder te kijken dan gedrag alleen:

– De hond kon fysiek moeilijk tot rust komen

– Er was een vorm van interne onrust, geen pure externe prikkelreactie

– Kleine signalen van mogelijk lichamelijk ongemak (subtiel, maar aanwezig)

In zulke gevallen is het belangrijk om een stap terug te nemen. Niet meteen méér training, maar eerst de vraag: voelt deze hond zich wel goed in zijn lichaam?
Na doorverwijzing en verder veterinair onderzoek kwam de diagnose:

– IBD (chronische darmontsteking)

– Een tekort aan vitamine B12 (cobalamine)

IBD verstoort de opname van voedingsstoffen in de darmen. B12 wordt specifiek opgenomen in een deel van de dunne darm dat vaak aangetast is bij deze aandoening. Het gevolg? Een lichaam dat:

– Niet efficiënt voedingsstoffen opneemt

– Chronisch geïrriteerd is

– Subtiele maar constante fysieke stress ervaart

De impact op gedrag (vaak onderschat). Wat deze casus opnieuw bevestigde: lichamelijke problemen kunnen zich sterk uiten in gedrag.
Bij deze hond zagen we:

– Aanhoudende onrust (niet kunnen ontspannen)

– Slechte slaapkwaliteit

– Snelle overprikkeling

– Moeite met focus

Een B12-tekort kan bovendien het zenuwstelsel beïnvloeden, wat leidt tot:

– Rusteloosheid of juist apathie

– Verminderde concentratie

– Verhoogde prikkelgevoeligheid

Wat als “hyperactief” werd gezien, bleek in werkelijkheid een combinatie van lichamelijk ongemak en neurologische impact.

Na de diagnose: een ander traject

De behandeling lag volledig in de medische hoek:

– De juiste voeding

– Medicatie om de darmontsteking te verminderen

– B12-suppletie

Pas daarna kreeg gedragstherapie weer echt zin. En het verschil?

– Meer rust in het lichaam

– Betere herstelmomenten

– Minder constante “aan-stand”

– Meer leerbaarheid

Belangrijke les voor gedragstherapie

Deze casus onderstreept iets essentieels: Gedragstherapie zonder lichamelijke check is soms bouwen op een wankele basis.

Als een hond:

– Niet tot rust komt

– Extreem druk of juist vlak gedrag vertoont

– Slecht reageert op training

…dan is het cruciaal om ook medische oorzaken uit te sluiten.

Want een hond die zich niet goed voelt, kan simpelweg niet het gedrag laten zien dat we verwachten. En pas wanneer het lichaam weer in balans komt, ontstaat er ruimte voor echte gedragsverandering.
Deze casus was voor mij opnieuw een reminder: kijk altijd naar het volledige plaatje. Gedrag is nooit losstaand — het is een spiegel van wat er vanbinnen gebeurt.

Blog

Welke vaccinaties zijn verplicht voor honden in België?

Veel hondeneigenaars denken dat er in België meerdere vaccinaties wettelijk verplicht zijn. Maar klopt dat wel? Het antwoord is genuanceerder dan vaak gedacht.

In dit artikel zetten we alles helder op een rij: wat wettelijk verplicht is, wat medisch noodzakelijk is, en welke vaccinaties in de praktijk verplicht worden om deel te nemen aan activiteiten met andere honden.


Zijn vaccinaties wettelijk verplicht voor honden in België?

Kort antwoord: meestal niet.

In België bestaat er geen algemene wettelijke vaccinatieplicht voor honden die in het land blijven.

De uitzondering: rabiës (hondsdolheid)

De rabiësvaccinatie is enkel wettelijk verplicht:

  • wanneer je met je hond naar het buitenland reist
  • wanneer een hond België binnenkomt vanuit het buitenland

Binnen België zelf is rabiës niet verplicht, omdat het land officieel vrij is van hondsdolheid.


Wat is wél wettelijk verplicht?

Voor elke hond in België:

✔️ je hond moet gechipt zijn
✔️ je hond moet geregistreerd zijn in DogID


Pups: basisvaccinaties zijn wél noodzakelijk

Voor pups geldt dat zij wel degelijk ingeënt moeten worden tegen:

  • hondenziekte (distemper)
  • parvovirus
  • infectieuze hepatitis

Deze zogenaamde DHP-vaccinaties beschermen tegen ernstige en vaak levensbedreigende infectieziekten. Ze vormen de basis van een verantwoord vaccinatieprogramma en worden beschouwd als noodzakelijk voor de gezondheid van de pup én de hondenpopulatie.


Vaccinaties die in de praktijk verplicht zijn

Hoewel niet altijd wettelijk vastgelegd, worden bepaalde vaccinaties verplicht gesteld zodra honden met andere honden in contact komen.

Kennelhoest

De vaccinatie tegen kennelhoest is doorgaans verplicht bij:

  • hondenscholen
  • hondenpensions
  • groepsopvang of trainingsactiviteiten

In principe geldt dit ook voor hondenweides, al wordt dit daar meestal niet gecontroleerd en ligt de verantwoordelijkheid bij de eigenaar.

Controle door hondenscholen en pensions

Hondenscholen en hondenpensions controleren doorgaans ook of honden beschermd zijn tegen:

  • parvovirus
  • hepatitis
  • distemper

Dit gebeurt om uitbraken van besmettelijke ziekten te voorkomen wanneer honden samenkomen.


Moeten vaccinaties elk jaar herhaald worden?

Niet noodzakelijk.

Niet alle vaccinaties hoeven jaarlijks toegediend te worden. Voor de DHP-vaccinatie kan in veel gevallen gekozen worden voor titreren: een bloedtest die nagaat of je hond nog voldoende antistoffen heeft en dus nog beschermd is.

Zo kan vaccinatie afgestemd worden op de individuele hond, zonder onnodige herhalingen.


Aanvullende vaccinaties (afhankelijk van levensstijl)

Naast de basisvaccins kan een dierenarts extra vaccinaties adviseren, afhankelijk van risico en omgeving:

  • Leptospirose – bacteriële infectie die ook op mensen overdraagbaar is
  • Kennelhoest – bij sociaal actieve honden
  • Lyme (Borrelia) – bij honden die vaak in tekenrijke gebieden komen

Waarom vaccineren belangrijk blijft

Vaccinaties:

  • beschermen tegen ernstige infectieziekten
  • verminderen verspreiding tussen honden
  • beschermen kwetsbare pups en oudere dieren
  • voorkomen vaak zware medische behandelingen

Ziekten zoals parvo kunnen zonder bescherming snel levensbedreigend worden.


Hoe ziet een vaccinatieschema eruit?

Meestal:

  • 6–8 weken: eerste vaccinatie
  • 9–12 weken: herhaling
  • 15–16 weken: laatste puppyvaccinatie
  • daarna: boosters of titreren volgens advies van de dierenarts

Het schema wordt altijd afgestemd op de individuele hond.


Conclusie

✔️ In België bestaat geen algemene wettelijke vaccinatieplicht.
✔️ Rabiës is verplicht bij reizen of invoer.
✔️ Pups moeten wel degelijk basisvaccinaties krijgen tegen distemper, parvo en hepatitis.
✔️ Kennelhoest en basisvaccins zijn in de praktijk verplicht bij hondenscholen en pensions.
✔️ Niet elke vaccinatie moet jaarlijks — titreren kan een alternatief zijn.
✔️ Chippen en registreren zijn altijd wettelijk verplicht.


Twijfel je over wat voor jouw hond nodig is? Overleg dan met je dierenarts en bekijk het vaccinatieschema op maat van levensstijl, omgeving en risico’s.

Scroll naar boven