Blog

Blog

Klashonden in het onderwijs: meer dan een warme aanwezigheid

Recent verscheen er een artikel over klashonden, met reacties van Ben Weyts. Het thema leeft duidelijk. Honden in de klas spreken tot de verbeelding: ze brengen rust, verbinding en warmte. Maar tegelijk roept het ook belangrijke vragen op.

Een klashond kan een enorme meerwaarde zijn binnen een schoolcontext. Dat staat voor mij buiten kijf. Alleen mag het nooit een vrijblijvende keuze zijn. Een hond meebrengen naar school “omdat het leuk is” of omdat het goed oogt, is niet voldoende. Wie kiest voor een klashond, kiest voor een doordachte en professionele aanpak.

Opleiding is geen detail, maar een basisvoorwaarde

Zowel de begeleider als de hond moeten degelijk opgeleid zijn. Een klashond wordt doelgericht ingezet: om welbevinden te ondersteunen, om leerprocessen te versterken, om sociale vaardigheden te stimuleren. Dat vraagt kennis van hondengedrag, stresssignalen, klasdynamiek en pedagogische doelen.

Een brave huishond is niet automatisch een geschikte klashond. En een goede leerkracht is niet automatisch een goede hondengeleider. Beide rollen vragen specifieke competenties.

Rekening houden met de volledige schoolcontext

Een school is een gedeelde werkplek. Dat betekent dat er rekening gehouden moet worden met:

collega’s die angstig zijn voor honden

kinderen met allergieën

leerlingen die negatieve ervaringen hebben met honden

ouders met vragen of bezorgdheden

Duidelijke afspraken binnen het schoolteam zijn essentieel. Transparantie naar ouders toe ook. Een klashond mag nooit een bron van verdeeldheid of ongemak worden.

Welzijn en ethiek van de hond

Misschien wel het belangrijkste aspect: de hond is geen pedagogisch hulpmiddel, maar een levend wezen.

Dat betekent:

beperkte werktijden

voldoende rustmomenten

een veilige terugtrekplek

aandacht voor stresssignalen

geen overprikkeling

geen inzet voor “mediahype” of profilering

Een hond die continu moet presteren of voortdurend in de belangstelling staat, betaalt daar vroeg of laat de prijs voor. Respect voor het welzijn van het dier moet altijd primeren.

Aansprakelijkheid en verzekering

Tot slot is er ook de juridische verantwoordelijkheid. De begeleider blijft aansprakelijk. Een correcte verzekering en duidelijke afspraken zijn geen formaliteit, maar een noodzaak. Professioneel werken betekent ook administratief in orde zijn.

Besluit

Klashonden kunnen een prachtige meerwaarde zijn in het onderwijs. Ze kunnen rust brengen, motivatie verhogen en verbinding creëren. Maar enkel wanneer ze doelgericht, professioneel en ethisch worden ingezet.

Niet vanuit enthousiasme alleen.

Wel vanuit kennis, respect en verantwoordelijkheid.

Volg nu het webinar: On demand: Klashond

Blog

Wat is arousal bij honden en waarom is het zo belangrijk?

In de wereld van hondengedrag hoor je steeds vaker het woord arousal. Toch wordt het vaak verkeerd begrepen. Veel mensen denken dat een drukke hond gewoon “meer beweging nodig heeft”, maar dat is lang niet altijd de oplossing.

Wat betekent arousal bij honden?

Arousal verwijst naar de mate van opwinding of activatie in het lichaam van je hond. Het gaat dus niet alleen om energie, maar om hoe “aan” het zenuwstelsel staat.

Je kunt het zien als een schaal:

  • Lage arousal: ontspannen, slaperig, rustig
  • Gemiddelde arousal: alert, gefocust, leerbaar
  • Hoge arousal: hyperactief, reactief, overprikkeld

Een hond met de juiste (middelmatige) arousal kan goed luisteren en leren. Zit je hond te hoog, dan lijkt het alsof hij “niet luistert”, maar in werkelijkheid kán hij dat op dat moment gewoon niet.

Wat gebeurt er in het lichaam?

Bij hoge arousal komen er stoffen vrij zoals adrenaline, noradrenaline en dopamine. Deze zorgen ervoor dat je hond klaar is voor actie:

  • Snellere hartslag
  • Meer spierspanning
  • Snelle reacties
  • Minder denkvermogen

Dat laatste is belangrijk: hoe hoger de arousal, hoe minder je hond nog bewust nadenkt.

Waarom moe maken niet altijd werkt

Veel baasjes proberen hun hond rustig te krijgen door hem flink te laten rennen of spelen. Logisch gedacht — een moeie hond is een rustige hond, toch? Niet per se.

Als activiteiten juist de arousal verhogen (zoals wild spelen, ballen gooien of constant actie), kan je hond:

  • Overprikkeld raken
  • Moe zijn, maar toch “aan” blijven staan
  • Moeite hebben met ontspannen
  • Je krijgt dan een hond die fysiek moe is, maar mentaal nog steeds “aan het stuiteren”.
  • Signalen van te hoge arousal

Let op deze signalen:

  • Moeite met stil liggen
  • Overmatig blaffen of piepen
  • Slecht luisteren naar bekende commando’s
  • Snel happen of opspringen
  • Niet kunnen ontspannen na activiteit

De juiste balans vinden

Het doel is niet om arousal altijd laag te houden, maar om balans te creëren.

Wat helpt:

  • Rustmomenten inbouwen
  • Snuffelwandelingen in plaats van alleen rennen
  • Voorspelbare routines
  • Mentale uitdaging zonder overprikkeling
  • Kalmerende activiteiten zoals kauwen
  • voldoende slaapen
  • goede voeding

Tot slot

Een hond die “druk” is, is niet altijd een hond met teveel energie , vaak is het een hond met een te hoge arousal. Door beter te kijken naar de interne staat van je hond, kun je hem echt helpen ontspannen en in balans komen.

Blog

Van “te zacht” naar vanzelfsprekend: hoe hondentraining veranderde

Wanneer je vandaag spreekt over emoties bij honden, stresssignalen of de invloed van de begeleider op gedrag, knikt bijna iedereen instemmend. Het lijkt logisch geworden. Maar toen ik in 2003 startte, was dat anders. Hondentraining draaide vooral rond gehoorzaamheid. Een hond moest luisteren. Probleemgedrag moest opgelost worden. Snel en zichtbaar. Wanneer ik sprak over spanning bij de mens, over de leefomgeving of over de hond als spiegel binnen de relatie, kreeg ik vaak dezelfde reactie: dat is toch wat overdreven? Toch voelde ik toen al dat gedrag nooit op zichzelf staat.


Wat betekent holistisch werken?

Holistisch werken betekent eenvoudig gezegd: je kijkt naar het volledige plaatje.

Een hond is geen verzameling oefeningen. Gedrag ontstaat uit een samenspel van factoren:

  • emoties en stressniveau
  • fysieke toestand
  • leerervaringen
  • omgeving
  • communicatie met de begeleider

Gedrag is dus geen probleem op zich, maar een gevolg.

Voorbeeld

Een hond die trekt aan de lijn wordt vaak gezien als “ongehoorzaam”.

Maar wanneer je breder kijkt, zie je vaak:

  • te weinig mentale rust
  • hoge prikkelgevoeligheid
  • spanning bij de begeleider
  • onduidelijke communicatie

Pas wanneer al die elementen aangepakt worden, verandert het gedrag duurzaam. Dat is holistisch trainen.


De hond als dierenspiegel

De term dierenspiegel wordt soms verkeerd begrepen. Het betekent niet dat een hond onze emoties letterlijk kopieert.

Het betekent dat honden extreem gevoelig zijn voor:

  • lichaamstaal
  • spanning
  • voorspelbaarheid
  • emotionele veiligheid

Een hond reageert op wat wij uitstralen, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn.

Voorbeeld

Een begeleider die onzeker wordt wanneer andere honden naderen:

  • verkort onbewust de lijn
  • spant zijn lichaam aan
  • houdt de adem vast

De hond voelt spanning → verhoogde waakzaamheid → uitvalgedrag.

Wanneer de mens leert ontspannen en duidelijker communiceren, verandert het gedrag van de hond vaak vanzelf mee. De hond toont wat er in de interactie gebeurt. Dat is de spiegel.


Synergie: wanneer alles samenkomt

Wat ik vroeger intuïtief beschreef, noemen we vandaag vaak synergie. Synergie betekent dat verschillende elementen elkaar versterken.

In hondentraining:

  • emoties beïnvloeden leren
  • omgeving beïnvloedt gedrag
  • mens beïnvloedt hond
  • hond beïnvloedt mens

Wanneer één onderdeel verandert, verandert het geheel. Wanneer alles samen klopt, ontstaat rust — en leren honden sneller en stabieler. Niet door harder te trainen, maar door beter te begrijpen.


De evolutie in hondentraining

De afgelopen twintig jaar is er veel veranderd. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt steeds vaker wat praktijkervaring al liet zien:

  • stress blokkeert leervermogen
  • veiligheid versnelt leren
  • verbinding verhoogt samenwerking

Wat ooit “soft” leek, is vandaag steeds vaker de basis. En dat is een mooie evolutie. Niet omdat iemand gelijk kreeg. Maar omdat honden steeds minder moeten functioneren in een systeem dat hen niet begrijpt.


Gelukkig voor de honden

De grootste verandering in hondentraining is geen nieuwe techniek. Het is een andere manier van kijken.

Niet:
Hoe controleer ik mijn hond?

Maar:
Hoe kunnen mens en hond elkaar beter begrijpen? Wat vroeger uitzonderlijk was, wordt vandaag steeds normaler. En gelukkig maar. Vooral voor de honden.


Blog

Emoties bij honden: geen simpele schakelaars

Lang dachten wetenschappers dat emoties in het brein werken als simpele schakelaars: druk op de “angstknop” en een hond reageert met angst. Simpel, overzichtelijk en makkelijk te begrijpen… toch?

Toen onderzoekers echt gingen kijken, bleek het veel complexer te zijn. Emoties zijn geen aparte knoppen of categorieën. Het is handiger om ze te zien als een kaart met twee assen:

  • Horizontaal: van prettig naar onprettig
  • Verticaal: van kalm naar geactiveerd

Samen bepalen deze twee dimensies elke emotionele toestand van een dier.

  • Hoge activatie + prettig gevoel = opwinding of vreugde
  • Hoge activatie + onprettig gevoel = angst of paniek
  • Lage activatie + prettig gevoel = tevredenheid of ontspanning
  • Lage activatie + onprettig gevoel = verdriet of neerslachtigheid

Dit heet de Core Affect-theorie (Mendl et al., 2010) en het heeft onze manier van kijken naar emoties bij honden volledig veranderd.


Wat gebeurt er in het brein van je hond?

De plek van je hond op deze kaart komt overeen met concrete neurochemische processen:

  • Positieve dimensie: gestuurd door het beloningssysteem (dopamine) en het strafvermijdingssysteem (serotonine).
  • Activatiedimensie: weerspiegelt stresshormonen (cortisol via HPA-as) en noradrenaline. Hoge activatie betekent dat het lichaam klaarstaat voor actie: hartslag omhoog, aandacht scherper, energie beschikbaar.

Hier wordt het écht belangrijk voor de praktijk: deze twee dimensies bepalen wat je hond op dat moment cognitief aankan.

Een hond die hoog geactiveerd is en negatieve emoties voelt, zit vol cortisol en noradrenaline. Het strafvermijdingssysteem staat op scherp en het beloningssysteem werkt nauwelijks. Prefrontale hersengebieden die nodig zijn voor flexibel gedrag functioneren beperkt.

Conclusie: een reactieve hond die aan de lijn trekt is niet “stubborn” of ongehoorzaam. Zijn hersenen staan gewoon tijdelijk uit voor leren.


“Over de drempel” is geen grens

We zeggen vaak: “hij is over de drempel.” Alsof er een heldere lijn is tussen leren en niet leren. In werkelijkheid bevindt de hond zich in een zone van hoge activatie. Daar neemt cognitieve flexibiliteit af, de aandacht vernauwt, en complex gedrag leren lukt simpelweg niet.

Daarom verliezen honden die thuis rustig zijn zich plots in de buurt van een trigger. Hun emotionele positie verandert, en daarmee ook hun hele breinfunctie. Honden in deze zone lijken soms glazig, afwezig of overdreven reactief. Vooruitgang gaat traag, omdat je probeert de hond te verplaatsen naar een andere plek op de emotionele kaart – dat kost tijd en consistente neurochemische verandering.


Wat betekent dit voor gedragsaanpak?

1. Werken aan emotie (stemming):
Klassieke counter-conditionering koppelt een trigger aan iets positiefs. Zo verschuif je de emotie van onprettig naar prettig, het beloningssysteem wordt actief en leren wordt weer mogelijk. Maar dit werkt alleen als de activatie laag genoeg is. Daarom is werken op afstand cruciaal: houd de hond in een zone waar leren kan plaatsvinden.

2. Werken aan activatie (stressniveau):
Activatie verlagen doe je via management, rust, verrijking en voorspelbaarheid. Verminder onvoorspelbare stressoren en bied vaste routines. Zo verschuif je de hond structureel naar een lagere activatiezone, van waaruit werken aan de emotie überhaupt mogelijk wordt.

Belangrijk: deze twee dimensies vragen verschillende aanpakken. Wil je de stemming veranderen? Activeer het beloningssysteem via positieve ervaringen. Wil je activatie verlagen? Werk aan het zenuwstelsel via rust en structuur.


Praktische les voor hondenscholing

De emotionele kaart laat zien dat je nooit alleen het gedrag verandert. Je werkt aan de emotionele toestand van je hond. Begrijp je waar je hond op dat moment staat, dan weet je:

  • Wanneer leren wél kan
  • Hoe je vooruitgang realistisch plant
  • Welke strategie prioriteit heeft: stemming of activatie

Met deze kennis wordt gedragsmodificatie niet alleen effectiever, maar ook diervriendelijker.


Bron: Mendl, M., Burman, O. H., & Paul, E. S. (2010). An integrative and functional framework for the study of animal emotion and mood. Proceedings of the Royal Society B, 277(1696), 2895–2904.

Blog

Wanneer “hyperactief gedrag” eigenlijk een medisch probleem blijkt: een casus uit een gedragsconsult

In mijn werk zie ik regelmatig honden die worden aangemeld als “hyperactief”, “onrustig” of “moeilijk tot rust te brengen”. Vaak ligt de focus in eerste instantie op training, prikkelmanagement of meer (of net minder) beweging. Maar soms zit er iets anders onder. In deze blog deel ik een casus uit een gedragsconsult waarbij een hond die ogenschijnlijk gewoon erg druk was, uiteindelijk gediagnosticeerd werd met IBD (Inflammatory Bowel Disease) en een vitamine B12-tekort.

De hulpvraag: een hond die nooit “uit” stond

De hond in kwestie werd aangemeld omdat hij:

– Continu in beweging was

– Moeite had om te ontspannen, zelfs thuis

– Snel overprikkeld reageerde op omgevingsprikkels

– Slecht leek te slapen

De eigenaar omschreef hem als “altijd aan”. Klassiek een profiel dat vaak als hyperactiviteit wordt bestempeld. Tijdens het consult viel echter iets op: de onrust voelde niet “functioneel”. Het was geen doelgericht, energiek gedrag — het had iets geforceerds, iets ongemakkelijks.

Gedrag als signaal

Wat mij triggerde om verder te kijken dan gedrag alleen:

– De hond kon fysiek moeilijk tot rust komen

– Er was een vorm van interne onrust, geen pure externe prikkelreactie

– Kleine signalen van mogelijk lichamelijk ongemak (subtiel, maar aanwezig)

In zulke gevallen is het belangrijk om een stap terug te nemen. Niet meteen méér training, maar eerst de vraag: voelt deze hond zich wel goed in zijn lichaam?
Na doorverwijzing en verder veterinair onderzoek kwam de diagnose:

– IBD (chronische darmontsteking)

– Een tekort aan vitamine B12 (cobalamine)

IBD verstoort de opname van voedingsstoffen in de darmen. B12 wordt specifiek opgenomen in een deel van de dunne darm dat vaak aangetast is bij deze aandoening. Het gevolg? Een lichaam dat:

– Niet efficiënt voedingsstoffen opneemt

– Chronisch geïrriteerd is

– Subtiele maar constante fysieke stress ervaart

De impact op gedrag (vaak onderschat). Wat deze casus opnieuw bevestigde: lichamelijke problemen kunnen zich sterk uiten in gedrag.
Bij deze hond zagen we:

– Aanhoudende onrust (niet kunnen ontspannen)

– Slechte slaapkwaliteit

– Snelle overprikkeling

– Moeite met focus

Een B12-tekort kan bovendien het zenuwstelsel beïnvloeden, wat leidt tot:

– Rusteloosheid of juist apathie

– Verminderde concentratie

– Verhoogde prikkelgevoeligheid

Wat als “hyperactief” werd gezien, bleek in werkelijkheid een combinatie van lichamelijk ongemak en neurologische impact.

Na de diagnose: een ander traject

De behandeling lag volledig in de medische hoek:

– De juiste voeding

– Medicatie om de darmontsteking te verminderen

– B12-suppletie

Pas daarna kreeg gedragstherapie weer echt zin. En het verschil?

– Meer rust in het lichaam

– Betere herstelmomenten

– Minder constante “aan-stand”

– Meer leerbaarheid

Belangrijke les voor gedragstherapie

Deze casus onderstreept iets essentieels: Gedragstherapie zonder lichamelijke check is soms bouwen op een wankele basis.

Als een hond:

– Niet tot rust komt

– Extreem druk of juist vlak gedrag vertoont

– Slecht reageert op training

…dan is het cruciaal om ook medische oorzaken uit te sluiten.

Want een hond die zich niet goed voelt, kan simpelweg niet het gedrag laten zien dat we verwachten. En pas wanneer het lichaam weer in balans komt, ontstaat er ruimte voor echte gedragsverandering.
Deze casus was voor mij opnieuw een reminder: kijk altijd naar het volledige plaatje. Gedrag is nooit losstaand — het is een spiegel van wat er vanbinnen gebeurt.

Scroll naar boven