Castratie of sterilisatie bij honden (Deel 7)

Hormonen, hersenen en emoties: wat gebeurt er in het brein van een hond?

Wanneer we spreken over castratie en sterilisatie, denken veel mensen vooral aan voortplanting.

Maar geslachtshormonen doen veel meer dan zorgen voor vruchtbaarheid.

Testosteron, oestrogeen en progesteron hebben ook invloed op:

  • hersenontwikkeling;
  • stressverwerking;
  • emoties;
  • motivatie;
  • sociaal gedrag;
  • leerprocessen.

Daarom is een hormonale ingreep niet alleen een verandering aan het lichaam, maar ook een verandering in de biologische omgeving waarin de hersenen functioneren.

De vraag is dus niet alleen:

“Kan mijn hond nog pups krijgen?”

Maar ook:

“Welke invloed heeft het veranderen van de hormoonhuishouding op deze individuele hond?”


De hersenen van een hond blijven ontwikkelen

Veel mensen denken dat een hond volwassen is zodra hij lichamelijk volgroeid lijkt.

Maar de hersenen ontwikkelen nog langer door.

Vooral gebieden die betrokken zijn bij:

  • impulscontrole;
  • emoties reguleren;
  • omgaan met stress;
  • sociale communicatie;

rijpen geleidelijk verder.

De puberteit is daarom geen periode waarin een hond “lastig” is, maar een belangrijke ontwikkelingsfase.

Hormonen spelen hierbij een ondersteunende rol.


De rol van testosteron in het brein

Testosteron wordt vaak negatief voorgesteld.

Toch heeft dit hormoon ook belangrijke functies.

Testosteron beïnvloedt onder andere:

  • motivatie;
  • exploratiegedrag;
  • sociale interactie;
  • competitie;
  • zelfvertrouwen.

Bij bepaalde vormen van gedrag kan een daling van testosteron positief zijn.

Bijvoorbeeld:

  • sterk seksueel gedrag;
  • voortdurend zoeken naar loopse teven;
  • bepaalde vormen van competitie tussen reuen.

Maar testosteron is niet simpelweg een “agressiehormoon”.

Het beïnvloedt gedrag in combinatie met:

  • genetische aanleg;
  • ervaringen;
  • stressniveau;
  • omgeving.

Angst, onzekerheid en hormonen

Een belangrijk aandachtspunt in gedragstherapie is de onzekere hond.

Sommige honden reageren vanuit:

  • angst;
  • onzekerheid;
  • gebrek aan vertrouwen;
  • overprikkeling.

Bij deze honden moeten we voorzichtig zijn met de verwachting dat castratie het probleem oplost.

Angst is geen hormonaal probleem alleen.

Een hond die blaft naar andere honden omdat hij zich bedreigd voelt, heeft niet noodzakelijk te veel testosteron.

Hij kan een emotionele hulpvraag hebben.


Hormonen en stressregulatie

Geslachtshormonen hebben interacties met systemen die betrokken zijn bij stress.

Het lichaam werkt met verschillende hormonale systemen, waaronder:

  • de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as);
  • cortisolregulatie;
  • neurotransmitters zoals serotonine en dopamine.

Deze systemen beïnvloeden:

  • hoe snel een hond spanning opbouwt;
  • hoe goed hij herstelt na stress;
  • hoe hij reageert op prikkels.

Een verandering in hormonen kan dus bij sommige honden ook een verandering geven in emotionele reacties.


Serotonine, dopamine en gedrag

Gedrag ontstaat uit een complexe samenwerking tussen hormonen en neurotransmitters.

Dopamine

Speelt een rol bij:

  • motivatie;
  • beloning;
  • leren;
  • zoeken.

Serotonine

Heeft invloed op:

  • stemming;
  • impulscontrole;
  • stressgevoeligheid.

Hormonen beïnvloeden deze systemen indirect.

Daarom kan een hormonale verandering bij de ene hond weinig effect hebben en bij een andere hond duidelijk merkbaar zijn.


Waarom reageren honden verschillend na castratie?

Omdat elke hond een uniek biologisch systeem heeft.

Twee honden van hetzelfde ras en dezelfde leeftijd kunnen verschillend reageren.

Factoren die meespelen:

  • genetica;
  • vroege ontwikkeling;
  • socialisatie;
  • voeding;
  • darmgezondheid;
  • stress;
  • karakter.

Een stabiele hond kan weinig verandering tonen.

Een gevoelige hond kan meer impact ervaren.


De darm-hersen-as: lichaam en gedrag verbonden

Ook de darm speelt een belangrijke rol in gedrag.

De darm communiceert voortdurend met de hersenen via:

  • zenuwbanen;
  • hormonen;
  • immuunsysteem;
  • microbiële stoffen.

Een gezonde darmflora ondersteunt onder andere:

  • stressweerbaarheid;
  • immuunfunctie;
  • stofwisseling.

Daarom kijken we bij gedragsproblemen niet alleen naar training, maar ook naar het lichaam.

Een hond met chronische darmproblemen, pijn of ontsteking kan zich anders gedragen.


Castratie verandert niet de persoonlijkheid

Een veel voorkomende angst is:

“Wordt mijn hond nog wel zichzelf?”

Een castratie verandert niet automatisch de persoonlijkheid van een hond.

De hond blijft:

  • dezelfde herinneringen hebben;
  • dezelfde band met zijn eigenaar hebben;
  • dezelfde voorkeuren houden.

Maar sommige gedragingen kunnen veranderen doordat de hormonale invloed vermindert.

Bijvoorbeeld:

  • minder seksuele motivatie;
  • minder markeren;
  • minder zoekgedrag.

Andere eigenschappen blijven meestal gewoon aanwezig.


Waarom gedrag altijd eerst analyseren?

Wanneer een eigenaar zegt:

“Mijn hond is agressief, misschien moeten we castreren.”

dan zijn belangrijke vragen:

  • Tegen wie is hij agressief?
  • In welke situaties gebeurt dit?
  • Is hij bang?
  • Is er pijn?
  • Is er frustratie?
  • Wat probeert hij te communiceren?

Gedrag is communicatie.

Als we alleen het zichtbare gedrag proberen te onderdrukken, missen we soms de echte oorzaak.


Mijn visie als gedragstherapeut

Binnen Toscanzahoeve kijken we naar de hond als geheel.

Niet alleen naar:

  • hormonen;
  • training;
  • voeding;
  • gedrag.

Maar naar de verbinding tussen alles. Een hond is een lichaam met emoties. Een brein met ervaringen. Een individu met een eigen verhaal. Daarom geloof ik in een aanpak waarbij we eerst begrijpen en daarna handelen.


Besluit

Castratie en sterilisatie veranderen de hormonale omgeving van een hond. Hormonen beïnvloeden het brein, maar bepalen niet volledig wie een hond is. Soms kan een hormonale ingreep gedrag positief beïnvloeden. Soms verandert er weinig. En soms blijkt dat het echte probleem ergens anders ligt. De beste beslissing ontstaat wanneer we niet alleen kijken naar het gedrag dat we zien, maar ook naar de biologische en emotionele processen erachter. Want achter elk gedrag zit een verhaal. En dat verhaal verdient het om begrepen te worden.


Wetenschappelijke bronnen

  • Hart, B.L. et al. (2020). Assisting Decision-Making on Age of Neutering for 35 Breeds of Dogs.
  • Nelson, R.J. & Kriegsfeld, L.J. (2017). An Introduction to Behavioral Endocrinology.
  • McEwen, B.S. (2007). Physiology and Neurobiology of Stress and Adaptation.
  • Cryan, J.F. & Dinan, T.G. (2012). Mind-altering microorganisms: the impact of the gut microbiota on brain and behaviour.
  • Kustritz, M.V.R. (2007). Determining the optimal age for gonadectomy of dogs and cats.

Scroll naar boven