Heeft mijn hond autisme? Wanneer honden de wereld anders ervaren

De laatste jaren horen we steeds vaker het woord autisme. Niet alleen bij mensen, maar ook bij dierenliefhebbers die zich afvragen: “Kan mijn hond ook autistisch zijn?”

Als gedragsdeskundige krijg ik regelmatig honden op consultatie die door hun omgeving omschreven worden als “anders”. Ze reageren niet zoals andere honden, vinden sociale situaties moeilijk, raken snel overprikkeld of lijken helemaal op te gaan in bepaalde gedragingen.

Kunnen we dan zeggen: mijn hond heeft autisme?

Het wetenschappelijke antwoord is vandaag: nee, we kunnen bij honden geen officiële autismediagnose stellen zoals bij mensen.

Maar betekent dit dat honden geen eigenschappen kunnen hebben die sterk lijken op wat we bij mensen met autisme zien?

Daar wordt het interessanter.


Autisme bij mensen: een andere manier van informatie verwerken

Autisme is geen ziekte, maar een neuro-ontwikkelingsverschil. De hersenen verwerken informatie op een andere manier.

Bij mensen zien we bijvoorbeeld verschillen in:

  • sociale communicatie;
  • prikkelverwerking;
  • behoefte aan voorspelbaarheid;
  • verwerking van emoties en lichaamstaal;
  • herhalend gedrag;
  • sterke interesses of intense focus.

Bij honden kunnen we natuurlijk niet vragen hoe zij de wereld ervaren. Een hond kan ons niet vertellen: “Ik vind deze drukke omgeving te veel” of “Ik begrijp sociale signalen moeilijk.”

Maar we kunnen wel kijken naar gedrag, lichaamstaal en reacties.


Zie ik autistische kenmerken bij honden?

In mijn werk zie ik honden waarbij bepaalde patronen opvallend overeenkomen met kenmerken die we ook kennen binnen neurodiversiteit.

Ik spreek dan liever over autisme-achtige kenmerken of een neurodivergent profiel.

Voorbeelden:

1. Een andere sociale verwerking

Sommige honden lijken minder geïnteresseerd in sociaal contact.

Ze:

  • zoeken weinig toenadering;
  • lijken menselijke signalen minder goed op te pikken;
  • reageren niet zoals verwacht op stem, gebaren of emoties;
  • verkiezen hun eigen wereld.

Dit betekent niet dat ze geen band kunnen aangaan. Vaak zie ik juist dat deze honden heel sterke verbinding maken met één of enkele personen, maar minder goed functioneren in algemene sociale situaties.


2. Overgevoeligheid voor prikkels

Een groot aantal “moeilijke” honden blijkt eigenlijk een hond te zijn die te veel informatie binnenkrijgt.

Denk aan:

  • geluiden die extreem binnenkomen;
  • moeite met drukke plaatsen;
  • niet graag aangeraakt worden;
  • snel overschakelen naar vluchten, bevriezen of uitvallen.

Deze honden zijn niet koppig. Hun zenuwstelsel staat sneller “aan”.


3. Sterke voorkeur voor voorspelbaarheid

Sommige honden hebben heel veel nood aan duidelijkheid.

Een verandering in:

  • de dagelijkse routine;
  • een andere wandelroute;
  • bezoek in huis;
  • een nieuw gezinslid;

kan veel stress veroorzaken.

Waar een andere hond denkt: “Leuk, iets nieuws!”, denkt deze hond misschien: “Mijn veilige patroon valt weg.”


4. Herhalend gedrag of sterke fixaties

Bij sommige honden zien we gedrag dat lijkt op repetitief gedrag:

  • obsessief achter lichtjes of schaduwen aangaan;
  • staartjagen;
  • voortdurend hetzelfde patroon lopen;
  • extreem gefocust zijn op één object of activiteit.

Dit gedrag kan verschillende oorzaken hebben: stress, genetische aanleg, verveling, neurologische factoren of een andere manier van prikkelverwerking.


Zijn dit dan “autistische honden”?

Hier moeten we voorzichtig blijven.

Een hond met deze kenmerken heeft niet automatisch autisme.

Vergelijk het met mensen: iemand die graag alleen is, heeft ook niet automatisch autisme. Iemand die gevoelig is voor geluid heeft niet automatisch ASS.

Gedrag heeft altijd context nodig.

Een hond kan bijvoorbeeld teruggetrokken lijken door:

  • trauma;
  • pijn;
  • slechte socialisatie;
  • angst;
  • genetische aanleg;
  • chronische stress;
  • lichamelijke problemen.

Daarom is een goede gedragsanalyse altijd belangrijk.


Waarom vind ik dit onderwerp toch belangrijk?

Omdat het label “moeilijke hond” vaak te snel gebruikt wordt.

Een hond die:

  • niet graag aangeraakt wordt;
  • anders reageert;
  • niet houdt van drukke groepen;
  • moeilijk leert in een standaard hondenschool;

is niet noodzakelijk ongehoorzaam.

Misschien vraagt deze hond gewoon om een andere aanpak.

Net zoals we bij kinderen met autisme niet zeggen: “Je moet gewoon normaal doen” maar kijken naar ondersteuning, omgeving en communicatie, kunnen we ook bij honden meer kijken naar hun individuele behoeften.


Niet elke hond moet een sociale vlinder zijn

Onze maatschappij verwacht soms dat elke hond:

  • iedereen leuk vindt;
  • overal mee naartoe kan;
  • graag geaaid wordt;
  • rustig blijft in elke situatie.

Maar honden zijn individuen.

De ene hond is een echte allemansvriend.
De andere hond is een stille observator.
De ene hond geniet van drukte.
De andere hond bloeit op in rust.

Beide zijn waardevol.


Een andere kijk op “anders zijn”

Misschien moeten we minder vragen:

“Wat is er mis met deze hond?”

en vaker:

“Hoe ervaart deze hond de wereld?”

Of honden letterlijk autisme kunnen hebben zoals mensen, weten we wetenschappelijk nog niet.

Maar dat sommige honden een andere neurologische verwerking, andere prikkelgevoeligheid en andere sociale stijl hebben, daar kunnen we niet omheen.

En misschien begint goede begeleiding wel met erkennen dat niet elke hond dezelfde hond hoeft te zijn.


Bij Toscanzahoeve kijken we niet alleen naar gedrag, maar naar het volledige dier: emoties, lichaam, omgeving, voeding, ervaringen en de unieke persoonlijkheid van elke hond. Want begrijpen komt altijd vóór veranderen.


Scroll naar boven