Wanneer we lezen over de vroege symptomen van alvleesklierkanker bij mensen, is het verleidelijk om ons af te vragen of dezelfde signalen ook bij onze honden voorkomen. Toch kunnen we die informatie niet zomaar vertalen naar honden. Tumoren van de alvleesklier zijn bij honden relatief zeldzaam en geven vaak weinig specifieke klachten. Bovendien kunnen dezelfde symptomen voorkomen bij veel andere, veel vaker voorkomende aandoeningen.
Dat maakt het niet minder belangrijk om veranderingen bij je hond serieus te nemen. Integendeel: honden kunnen ons niet vertellen waar het pijn doet of dat ze zich al weken misselijk voelen. Vaak zijn het kleine veranderingen in gedrag, eetlust, gewicht of activiteit die ons vertellen dat er iets aan de hand is.
Wat doet de alvleesklier bij een hond?
De alvleesklier, of pancreas, ligt in de buikholte in de buurt van de maag en de twaalfvingerige darm. Het orgaan heeft twee belangrijke functies.
Enerzijds produceert de pancreas enzymen die nodig zijn om voedsel te verteren. Dit noemen we het exocriene gedeelte van de pancreas. Anderzijds produceert hij hormonen, waaronder insuline, die onder andere de bloedsuikerspiegel regelen. Dat is het endocriene gedeelte.
Daarom bestaan er ook verschillende soorten pancreastumoren. Een tumor die ontstaat uit het exocriene gedeelte kan bijvoorbeeld heel andere klachten veroorzaken dan een tumor van de insulineproducerende cellen.
Een kwaadaardige tumor van het exocriene gedeelte, zoals een pancreasadenocarcinoom, is bij honden gelukkig zeldzaam. Helaas wordt deze vorm vaak pas in een gevorderd stadium ontdekt, juist omdat de eerste klachten zo weinig specifiek kunnen zijn.
Zeven signalen waarbij verder onderzoek verstandig kan zijn
Het zou niet correct zijn om te spreken over zeven typische vroege symptomen waarmee je zelf alvleesklierkanker bij je hond kunt herkennen. Die bestaan eigenlijk niet. Wel zijn er veranderingen die je beter niet langdurig negeert, zeker wanneer verschillende klachten samen voorkomen of steeds erger worden.
1. Onverklaarbaar gewichtsverlies
Een hond die vermagert terwijl je daar geen duidelijke verklaring voor hebt, verdient aandacht. Zeker wanneer hij ongeveer dezelfde hoeveelheid blijft eten maar toch gewicht of spiermassa verliest.
Gewichtsverlies kan tientallen oorzaken hebben, van gebitsproblemen en darmziekten tot hormonale aandoeningen en kanker. Het betekent dus zeker niet automatisch dat er iets met de pancreas aan de hand is. Maar aanhoudend onverklaarbaar gewichtsverlies is wel een reden om verder te laten onderzoeken.
2. Minder eten of plots kieskeurig worden
Sommige honden stoppen niet volledig met eten wanneer ze zich niet goed voelen. Ze eten gewoon wat trager, laten af en toe een maaltijd staan of beginnen voedsel te weigeren dat ze vroeger graag aten.
Ook misselijkheid kan zich subtiel tonen. Een hond kan naar zijn eten lopen en vervolgens weer weggaan, veel slikken of smakken, gras eten of onrustig worden rond de maaltijd.
Wanneer zo’n verandering enkele dagen blijft duren of regelmatig terugkomt, is het belangrijk om niet alleen te denken: hij wordt wat ouder of hij is gewoon kieskeurig.
3. Terugkerend braken, diarree of veranderde ontlasting
Omdat de pancreas een belangrijke rol speelt in de spijsvertering, kunnen aandoeningen van dit orgaan maag-darmklachten veroorzaken.
Braken en diarree zijn natuurlijk ontzettend algemene symptomen bij honden en worden veel vaker veroorzaakt door iets anders dan een tumor. Maar wanneer de klachten blijven terugkomen, samengaan met vermageren of de algemene conditie van de hond achteruitgaat, is verder onderzoek aangewezen.
Ook veranderingen in hoeveelheid, kleur of samenstelling van de ontlasting kunnen relevante informatie geven. Het kan daarom nuttig zijn om dergelijke veranderingen bij te houden en met je dierenarts te bespreken.
4. Buikpijn en veranderingen in houding of gedrag
Een hond kan niet zeggen: ik heb pijn in mijn bovenbuik. We moeten het daarom afleiden uit zijn gedrag.
Een hond met buikpijn kan bijvoorbeeld minder graag aangeraakt worden, een gespannen buik hebben, onrustig zijn of juist meer slapen. Sommige honden willen minder springen of bewegen. Andere nemen een gebogen houding aan of gaan met de voorhand naar beneden terwijl de achterhand omhoog blijft.
Dat laatste wordt soms de ‘gebedshouding’ genoemd en kan voorkomen bij buikpijn, onder andere bij pancreatitis. Het is echter geen specifiek teken van een pancreasaandoening.
Juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar één houding te kijken, maar naar veranderingen in het totale gedrag van je hond.
5. Minder energie en minder zin om dingen te doen
Een hond die normaal enthousiast klaarstaat voor zijn wandeling en steeds vaker in zijn mand blijft liggen, vertelt ons iets.
Natuurlijk verandert het activiteitenniveau wanneer een hond ouder wordt. Maar ouder worden mag geen automatische verklaring worden voor iedere gedragsverandering.
Sloomheid, sneller moe worden, minder willen wandelen, zich afzonderen of minder interesse tonen in activiteiten kunnen signalen zijn dat een hond zich lichamelijk niet goed voelt.
Het zijn geen specifieke tekenen van kanker, maar ze verdienen wel aandacht wanneer ze nieuw zijn, duidelijk toenemen of samengaan met andere lichamelijke veranderingen.
6. Geelverkleuring van ogen of slijmvliezen
Een opvallender alarmsignaal is geelzucht. Daarbij kunnen onder andere het oogwit, het tandvlees of andere slijmvliezen geel verkleuren.
Geelzucht ontstaat wanneer bilirubine zich ophoopt in het lichaam en kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld problemen met de lever, galwegen of afbraak van rode bloedcellen. Ook een massa in de omgeving van de pancreas kan in bepaalde gevallen de galafvoer hinderen.
Geelzucht is daarom geen bewijs voor alvleesklierkanker, maar wel een symptoom waarmee je snel naar een dierenarts moet gaan.
7. Verschillende kleine veranderingen die samenkomen
Misschien is dit wel het belangrijkste punt.
Bij ernstige aandoeningen zien we lang niet altijd één spectaculair alarmsignaal. Soms verandert een hond langzaam.
Hij eet wat minder.
Hij is een kilo afgevallen.
Hij slaapt meer.
Zijn ontlasting is vaker anders.
Hij wil niet meer zo graag mee wandelen.
Afzonderlijk lijken die veranderingen misschien onschuldig. Samen kunnen ze aangeven dat er meer aan de hand is.
Kijk daarom niet alleen naar symptomen, maar ook naar patronen en veranderingen ten opzichte van wat voor jouw hond normaal is.
Een insulinoom geeft heel andere symptomen
Wanneer we over ‘alvleesklierkanker’ spreken, is het bovendien belangrijk te beseffen dat niet iedere pancreastumor hetzelfde is.
Een bijzonder voorbeeld bij honden is het insulinoom. Dit is een tumor van de insulineproducerende bètacellen van de pancreas. Zo’n tumor kan te veel insuline produceren, waardoor de bloedsuikerspiegel te laag wordt.
Daardoor kunnen heel andere klachten ontstaan dan bij een tumor van het exocriene gedeelte van de pancreas.
Een hond kan plots zwak worden, beven, wankelen of vreemd gedrag vertonen. In ernstigere gevallen kan hij instorten of aanvallen krijgen die op epilepsie lijken. Klachten kunnen bijvoorbeeld optreden na inspanning of wanneer de hond langere tijd niet gegeten heeft.
Terugkerende episoden van plotselinge zwakte of neurologisch lijkende verschijnselen verdienen daarom altijd veterinair onderzoek. Ook hier geldt: er zijn verschillende mogelijke oorzaken en een insulinoom is er slechts één van.
Is plots ontstane diabetes bij honden een teken?
Bij mensen wordt nieuw ontstane of plots moeilijker te regelen diabetes soms genoemd in verband met pancreaskanker. Bij honden moeten we daar voorzichtig mee omgaan.
Diabetes mellitus bij een hond betekent niet dat we meteen aan pancreaskanker moeten denken. Er zijn veel andere en veel waarschijnlijkere verklaringen.
Wanneer diabetes moeilijk te reguleren is of samengaat met andere onverklaarde klachten, kan een dierenarts uiteraard besluiten verder onderzoek te doen.
Kun je alvleesklierkanker met een bloedtest opsporen?
Helaas bestaat er geen eenvoudige standaardbloedtest waarmee we bij een hond kunnen zeggen: deze hond heeft wel of geen pancreaskanker.
Bloedonderzoek kan wel afwijkingen aantonen en helpen om andere aandoeningen op te sporen of uit te sluiten. Afhankelijk van de klachten kan een dierenarts daarnaast bijvoorbeeld urineonderzoek, specifieke bloedtesten en beeldvorming voorstellen.
Een echografie van de buik kan belangrijk zijn om de pancreas en omliggende organen te beoordelen. Wanneer een afwijkende massa wordt gevonden, kan verder onderzoek noodzakelijk zijn. Uiteindelijk kan onderzoek van cellen of weefsel nodig zijn om te bepalen om welk soort afwijking het precies gaat.
Dat is ook belangrijk omdat bijvoorbeeld een ontstoken pancreas er op beeldvorming soms afwijkend kan uitzien zonder dat er sprake is van kanker.
En wat met voeding, supplementen en ‘natuurlijke kankerremmers’?
Online vind je gemakkelijk artikels waarin wordt beweerd dat suiker vermijden, vasten, vitamine D, berberine, broccoli, groene thee of andere natuurlijke stoffen kanker zouden kunnen voorkomen of afremmen.
Hier moeten we heel voorzichtig mee zijn.
Dat een bepaalde stof in laboratoriumonderzoek invloed heeft op kankercellen, betekent nog niet dat het eten of toedienen ervan een tumor bij een hond voorkomt of behandelt. Ook betekent ‘natuurlijk’ niet automatisch veilig. Sommige stoffen en supplementen kunnen bij honden schadelijk zijn of interfereren met medicatie en behandeling.
Goede voeding, een passend lichaamsgewicht, voldoende beweging en aandacht voor het algemene welzijn blijven natuurlijk belangrijk voor iedere hond. Maar voeding en supplementen mogen niet als vervanging worden voorgesteld voor diagnostiek of behandeling van kanker.
Kijk vooral naar wat voor jouw hond normaal is
Je hoeft als eigenaar niet voortdurend bang te zijn dat achter iedere diarree, slechte eetdag of rustige wandeling kanker schuilgaat. De meeste van deze klachten hebben veel vaker een andere oorzaak.
Wat wél belangrijk is, is je hond kennen.
Hoeveel eet hij normaal? Hoe actief is hij? Hoe ziet zijn ontlasting eruit? Wat weegt hij? Hoe gedraagt hij zich wanneer hij zich goed voelt?
Juist doordat je dat normale patroon kent, kun je veranderingen sneller opmerken.
Een losse klacht zegt vaak weinig. Een verandering die blijft bestaan, steeds terugkomt of samengaat met andere veranderingen verdient aandacht.
En misschien is dat een veel belangrijkere boodschap dan een lijstje met ‘zeven symptomen van kanker’: niet zelf proberen een diagnose te stellen, maar leren kijken, observeren en veranderingen serieus nemen.
Deze blog is bedoeld als algemene informatie en vervangt geen veterinair onderzoek, diagnose of behandeling. Bij aanhoudende, ernstige of plotselinge klachten neem je contact op met je dierenarts.

