“Tijd heelt alle wonden.” Ik hoor het vaak wanneer iemand een dier verloren heeft. Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar ik geloof niet dat het helemaal klopt. Sommige wonden verdwijnen niet. Sommige verliezen blijven je hele leven bij je. Niet omdat je niet goed gerouwd hebt of omdat je niet kunt loslaten, maar gewoon omdat dat dier belangrijk voor je was.
Wie ooit echt intens van een dier gehouden heeft, weet wat ik bedoel. Je kunt jaren later nog geraakt worden door een foto. Door een herinnering die plots opduikt. Door een hond die op straat even dezelfde blik heeft. Door een lege plek in huis waar je soms nog automatisch naar kijkt. Op zo’n moment kan het gemis ineens weer heel dichtbij zijn.
Betekent dat dan dat de tijd niets heeft gedaan? Nee. Er is wel degelijk iets veranderd. Alleen denk ik dat niet zozeer ons verdriet kleiner wordt, maar dat **wij eromheen groeien**.
Dat is ook het uitgangspunt van het Tonkin-model, een rouwmodel dat ik zelf heel herkenbaar vind. Het gaat niet uit van het idee dat verdriet steeds kleiner moet worden. Het verdriet mag er blijven. Ondertussen wordt je leven rondom dat verdriet opnieuw groter.
In het begin kan het verlies bijna alles overheersen. Zeker bij het overlijden van een dier merk je het gemis op de vreemdste momenten. Je staat op en er is niemand die je begroet. Je pakt bijna automatisch de voerbak. Je kijkt naar de lege mand. Je komt thuis en het huis klinkt anders. Zelfs je dagindeling kan plots veranderen omdat de wandelingen, verzorging en vaste rituelen wegvallen.
Op dat moment is het verdriet niet zomaar een stukje van je leven. Het lijkt je hele leven te zijn.
Maar langzaam verandert er iets. Je gaat opnieuw werken, spreekt af met mensen, kunt weer lachen, maakt plannen en geniet opnieuw van kleine dingen. Misschien komt er ooit een ander dier in je leven. Er komen nieuwe ervaringen en nieuwe herinneringen bij.
En toch kan dat verdriet om je overleden dier nog altijd bestaan.
Dat is precies wat ik zo mooi vind aan het Tonkin-model. Het zegt eigenlijk niet: *je verdriet moet kleiner worden*. Het zegt: **jouw leven mag opnieuw groter worden.** Jij en jouw leven zijn eromheen gegroeid.
Misschien is dat ook waarom ik moeite heb met de woorden “loslaten” en “verwerken”. Alsof er op een dag een punt moet komen waarop het klaar is. Alsof je een dier waarvan je jarenlang gehouden hebt ergens moet achterlaten om verder te kunnen.
Volgens mij hoeft dat niet.
Je kunt leren leven met het gemis zonder dat je de liefde moet loslaten. Je kunt een foto laten staan, een halsband bewaren en nog steeds over je dier praten. Je kunt twintig jaar later nog zeggen: “Dat was echt mijn bijzondere hond.” Je kunt zelfs opnieuw intens van een ander dier houden zonder dat de liefde voor het dier dat overleden is daardoor minder wordt.
Een nieuw dier vervangt het vorige ook niet. Dat kan niet. Iedere relatie is anders. Ieder dier neemt een eigen stukje van je leven in. Een nieuw dier schrijft een nieuw verhaal, het wist het vorige niet uit.
En soms gebeurt er iets onverwachts. Je denkt dat het ondertussen goed met je gaat en plots komt het verdriet weer keihard binnen. Een verjaardag. Een Facebookherinnering. Een bepaalde geur. Een wandeling die je vroeger samen maakte. Dat betekent niet dat je terug bij af bent.
Je bent niet terug bij het begin.
Je hebt ondertussen geleefd, geleerd en gegroeid. Alleen raakte iets even opnieuw die plek aan die er nog altijd is.
Misschien moeten we daarom anders kijken naar de uitspraak “tijd heelt alle wonden”. Tijd wist niet alles uit. Tijd maakt niet noodzakelijk ieder verdriet kleiner.
**Wij groeien. Ons leven groeit. En daardoor leren we het verdriet anders dragen.**
Je hoeft je dier niet te vergeten om verder te gaan. Je hoeft de liefde niet kleiner te maken om opnieuw gelukkig te mogen zijn. Het dier dat je verloren hebt, mag onderdeel blijven van je verhaal terwijl er nieuwe hoofdstukken bijkomen.
En misschien is dat uiteindelijk wat rouwen is: niet leren hoe je zonder verdriet moet leven, maar ontdekken dat verdriet en liefde mee mogen reizen terwijl jouw leven langzaam weer groter wordt.

