Castratie of sterilisatie bij honden (Deel 2)

Hormonen, gedrag en waarom een castratie geen wondermiddel is

In het eerste deel van deze blogreeks bespraken we de medische voor- en nadelen van castratie en sterilisatie. In dit tweede deel wil ik dieper ingaan op een onderwerp waar nog veel misverstanden over bestaan: de invloed van hormonen op gedrag.

Als gedragstherapeut krijg ik regelmatig de vraag: “Mijn hond is druk, valt uit naar andere honden of luistert slecht. Zou castratie helpen?”

Mijn antwoord is bijna altijd hetzelfde: eerst begrijpen waarom een hond bepaald gedrag vertoont, en pas daarna beslissen welke behandeling eventueel aangewezen is.

Gedrag is nooit het gevolg van één hormoon

Gedrag is één van de meest complexe processen in het lichaam. Het ontstaat uit een samenspel van:

  • genetische aanleg;
  • rasgebonden eigenschappen;
  • hormonen;
  • ontwikkeling van de hersenen;
  • socialisatie;
  • leerervaringen;
  • pijn of lichamelijk ongemak;
  • stress;
  • voeding;
  • darmgezondheid;
  • leefomgeving.

Wie gedrag uitsluitend verklaart vanuit testosteron of oestrogeen, doet de hond tekort.

Hormonen spelen zeker een rol, maar vormen slechts één stukje van een veel grotere puzzel.

Testosteron: meer dan alleen een geslachtshormoon

Testosteron wordt vaak voorgesteld als “het agressiehormoon”. Dat is een te eenvoudige voorstelling.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat testosteron betrokken is bij verschillende vormen van gedrag, waaronder:

  • seksuele motivatie;
  • territoriaal gedrag;
  • competitie tussen reuen;
  • markeergedrag;
  • voortplantingsgedrag;
  • bepaalde vormen van agressie.

Vooral intermale agressie (agressie tussen reuen) en agressie die samenhangt met voortplanting kunnen beïnvloed worden door testosteron.

Maar dat betekent niet dat elke agressieve hond baat heeft bij een castratie.

Niet alle agressie is hormonaal

In mijn praktijk zie ik veel honden die agressief gedrag vertonen uit:

  • angst;
  • onzekerheid;
  • frustratie;
  • chronische stress;
  • pijn;
  • overprikkeling.

Bij deze honden is testosteron meestal niet de oorzaak van het probleem.

Wanneer de onderliggende emotie niet wordt aangepakt, zal een castratie het gedrag vaak weinig of niet verbeteren.

Soms kan het gedrag zelfs veranderen op een manier die de eigenaar niet had verwacht.

Daarom is een grondige gedragsanalyse voor mij altijd de eerste stap.

Hormonen hebben ook een beschermende functie

Geslachtshormonen hebben veel meer functies dan alleen voortplanting.

Ze spelen onder andere een rol bij:

  • de ontwikkeling van botten en gewrichten;
  • spieropbouw;
  • stofwisseling;
  • hersenontwikkeling;
  • stressregulatie;
  • emotionele ontwikkeling.

Dat is één van de redenen waarom steeds meer onderzoekers adviseren om niet standaard op zeer jonge leeftijd te castreren of te steriliseren, zeker niet bij middelgrote en grote rassen.

De puberteit is een cruciale ontwikkelingsfase

Tijdens de puberteit rijpen de hersenen verder.

In deze periode leert een hond onder andere:

  • impulsen beheersen;
  • sociale signalen interpreteren;
  • omgaan met frustratie;
  • herstellen van stress;
  • zelfvertrouwen ontwikkelen.

Geslachtshormonen ondersteunen deze ontwikkeling.

Daarom is de timing van een eventuele castratie een belangrijke afweging en geen beslissing die je zomaar neemt.

Mijn visie op chemische castratie

Sommige dierenartsen gebruiken een chemische castratie als tijdelijke proef om na te gaan of een chirurgische castratie wenselijk is.

Persoonlijk ben ik daar eerder terughoudend in.

Niet omdat ik geloof dat dit voor elke hond schadelijk is, maar omdat ook een tijdelijke hormonale onderdrukking invloed heeft op het lichaam en het gedrag.

Bovendien blijft het voor mij belangrijk om eerst de echte oorzaak van een gedragsprobleem te begrijpen.

Wanneer een hond uitvalt door angst, pijn of chronische stress, zal een hormonale behandeling zelden de kern van het probleem oplossen.

Ik verkies daarom eerst een uitgebreide gedragsanalyse, een medische evaluatie indien nodig en een gerichte begeleiding voordat hormonale ingrepen worden overwogen.

De wetenschap evolueert

Een van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren is dat onderzoekers steeds meer aandacht besteden aan ras-specifieke verschillen.

Uit grote studies blijkt dat sommige rassen gevoeliger zijn voor de gevolgen van een vroege castratie dan andere.

Bij bepaalde grote rassen werd een verhoogd risico gevonden op gewrichtsproblemen wanneer de ingreep vóór de lichamelijke volwassenheid gebeurde.

Dat betekent niet dat castratie slecht is, maar wel dat de juiste timing belangrijk is.

Een standaardadvies voor alle honden past niet meer bij de huidige wetenschappelijke kennis.

Gedrag begint niet bij de hormonen alleen

Binnen Toscanzahoeve kijken we daarom altijd naar het volledige plaatje.

We onderzoeken onder andere:

  • lichamelijke gezondheid;
  • pijn;
  • voeding;
  • darmgezondheid;
  • stressniveau;
  • leefomgeving;
  • emoties;
  • leerervaringen;
  • communicatie tussen hond en eigenaar.

Pas wanneer al deze factoren in kaart zijn gebracht, kunnen we beoordelen welke begeleiding het meest aangewezen is.

Soms is een medische behandeling nodig.

Soms helpt gedragstherapie.

Soms spelen voeding of chronische pijn een grotere rol dan gedacht.

En in sommige gevallen kan een castratie inderdaad een onderdeel van de oplossing zijn.

Mijn besluit

Ik ben geen voor- of tegenstander van castratie of sterilisatie.

Ik ben wel een voorstander van maatwerk.

Elke hond verdient een individuele beoordeling waarbij gezondheid, gedrag, leeftijd, ras en leefomgeving samen worden bekeken.

Een castratie mag nooit een automatische oplossing zijn voor een gedragsprobleem.

Gedrag vertelt een verhaal. Wie alleen de hormonen bekijkt, mist vaak een belangrijk deel van dat verhaal.

Wanneer we echt willen begrijpen waarom een hond doet wat hij doet, moeten we verder kijken dan de hormonen alleen. Pas dan kunnen we een keuze maken die zowel wetenschappelijk onderbouwd als afgestemd is op de individuele hond.

Scroll naar boven