Castratie of sterilisatie bij honden (Deel 3)

Waarom ras, grootte en individuele aanleg bepalen wat de beste keuze is

In de vorige blogs bespraken we waarom castratie en sterilisatie geen eenvoudige ja-of-neenbeslissing zijn. Hormonen beïnvloeden niet alleen voortplanting, maar ook ontwikkeling, gedrag, botten, spieren en gezondheid.

Een belangrijke nieuwe evolutie binnen de wetenschap is dat onderzoekers steeds minder spreken over “de juiste leeftijd voor elke hond” en steeds meer kijken naar ras-specifieke verschillen. Een Chihuahua, Border Collie, Labrador en Berner Sennenhond zijn allemaal honden, maar biologisch gezien verschillen ze sterk van elkaar. Daarom bestaat er geen universeel advies dat voor elke hond geldt.


Waarom speelt het ras zo’n belangrijke rol?

Hondenrassen verschillen niet alleen in uiterlijk, maar ook in:

  • lichaamsbouw;
  • groeisnelheid;
  • hormonale ontwikkeling;
  • genetische aanleg;
  • gevoeligheid voor bepaalde aandoeningen.

Een kleine hond bereikt vaak sneller lichamelijke volwassenheid dan een grote hond.
Bij een reuzenras kan het skelet nog volop ontwikkelen wanneer een klein ras al volwassen lijkt.

Geslachtshormonen spelen tijdens deze groei een belangrijke rol bij:

  • sluiten van groeischijven;
  • ontwikkeling van spieren;
  • stabiliteit van gewrichten;
  • lichaamsverhoudingen.

Wanneer deze hormonen vroeg worden weggehaald, kan dit bij sommige rassen de kans op bepaalde problemen verhogen.


De grote UC Davis-studie

Een van de meest besproken onderzoeken op dit gebied is de studie van Hart en collega’s aan de University of California Davis.
Onderzoekers bekeken gegevens van 35 hondenrassen en onderzochten de relatie tussen leeftijd van castratie/sterilisatie en het voorkomen van:

  • gewrichtsproblemen;
  • bepaalde kankers;
  • urine-incontinentie.

De belangrijkste conclusie:

Er bestaat geen standaardleeftijd die voor alle hondenrassen ideaal is.

De risico’s verschillen sterk afhankelijk van:

  • ras;
  • geslacht;
  • leeftijd waarop de ingreep gebeurt.

Bij sommige rassen werden nauwelijks verschillen gevonden, terwijl andere rassen gevoeliger bleken. (ucdavis.edu)


Grote rassen: vaak langer wachten

Bij grote en zeer grote honden zien we vaker dat een vroege castratie of sterilisatie extra aandacht vraagt.

Voorbeelden van rassen waarbij onderzoekers voorzichtigheid adviseren:

  • Golden Retriever;
  • Labrador Retriever;
  • Duitse Herder;
  • Berner Sennenhond;
  • Rottweiler;
  • sommige Mastiff- en Dog-achtigen.

Bij deze honden kan het verstandig zijn om de lichamelijke ontwikkeling eerst verder te laten verlopen. Dit betekent niet dat deze honden nooit gecastreerd mogen worden. Het betekent wel dat timing belangrijk is. Een ingreep op 6 maanden is iets anders dan een ingreep na volledige lichamelijke volwassenheid.

(Frontiers)


Golden Retriever en Labrador: een bekend voorbeeld

Golden Retrievers zijn één van de rassen waarbij veel onderzoek gebeurde. Bij dit ras werd gevonden dat de timing van castratie invloed kan hebben op bepaalde gezondheidsrisico’s. Dat betekent niet dat een intacte Golden Retriever automatisch gezonder is of dat elke gecastreerde Golden problemen krijgt.

Het toont vooral aan dat we niet meer mogen denken:

“Elke hond op dezelfde leeftijd opereren.”

Een individuele risico-inschatting is belangrijk.


Kleine rassen: vaak minder invloed

Bij veel kleine hondenrassen worden de negatieve effecten van vroege castratie minder duidelijk gezien.

Kleine honden:

  • groeien sneller uit;
  • bereiken eerder volwassen skeletontwikkeling;
  • hebben vaak minder risico op bepaalde orthopedische problemen.

Maar ook hier blijft het individu belangrijk. Een kleine angstige hond met gedragsproblemen vraagt een andere aanpak dan een stabiele hond waarbij voortplanting moeilijk te controleren is.


Border Collie, werkhonden en gevoelige rassen

Bij actieve en intelligente rassen zoals de Border Collie kijken we niet alleen naar gezondheid, maar ook naar gedrag.

Deze honden zijn vaak:

  • gevoelig;
  • snel lerend;
  • sterk gericht op samenwerking;
  • gevoelig voor stress.

Hormonen spelen mee in de ontwikkeling van zelfvertrouwen en emotionele stabiliteit. Bij een onzekere hond kan een hormonale verandering soms anders uitpakken dan verwacht.

Daarom is het belangrijk om altijd te kijken:

  • Waarom wil men castreren?
  • Welk probleem wil men oplossen?
  • Is dit probleem werkelijk hormonaal?

Teven: een andere afweging dan reuen

Bij teven spelen andere factoren.

Een intacte teef heeft een risico op:

  • baarmoederontsteking (pyometra);
  • schijnzwangerschap;
  • melkkliertumoren.

Daar tegenover staan mogelijke nadelen van vroegtijdig verwijderen van de hormonen, zoals:

  • invloed op gewrichten;
  • verhoogd risico op urine-incontinentie bij sommige honden.

De keuze is dus altijd een afweging tussen verschillende risico’s. Er bestaat geen perfecte oplossing zonder voor- en nadelen.


Gedrag: kijk verder dan het ras

Ook binnen hetzelfde ras kunnen honden enorm verschillen. Een Labrador die angstig is, vraagt een andere aanpak dan een zelfzekere Labrador. Een Duitse Herder met onzekerheid vraagt een andere begeleiding dan een stabiele werkhond.

Daarom kijk ik als gedragstherapeut altijd naar:

  • karakter;
  • emoties;
  • leerervaringen;
  • stressniveau;
  • gezondheid;
  • relatie met de eigenaar.

Een operatie verandert de biologie, maar niet automatisch de onderliggende emotie.


Mijn visie: geen standaardregel, maar een individuele beslissing

De moderne wetenschap bevestigt steeds sterker wat we in de praktijk al jaren zien:

Elke hond is een individu.

Castratie of sterilisatie kan een goede keuze zijn wanneer:

  • er medische redenen zijn;
  • hormonaal gedrag een belangrijke rol speelt;
  • voortplanting niet verantwoord beheerd kan worden;
  • de voordelen duidelijk groter zijn dan de risico’s.

Maar een castratie mag nooit gebruikt worden als snelle oplossing voor elk gedragsprobleem.

Eerst begrijpen. Dan begeleiden. En pas daarna beslissen.


Besluit

De vraag is niet:

“Wanneer moet mijn hond gecastreerd worden?”

De betere vraag is:

“Wat heeft deze specifieke hond nodig om gezond en evenwichtig te ontwikkelen?”

De toekomst van hondenwelzijn ligt niet in standaardregels, maar in gepersonaliseerde begeleiding. Door kennis van genetica, gedrag, voeding, gezondheid en hormonen te combineren, kunnen we betere keuzes maken voor elke individuele hond. Want een hond is geen ras alleen. Een hond is een uniek individu met zijn eigen lichaam, emoties en verhaal.


Wetenschappelijke bronnen

  • Hart, B.L. et al. (2020). Assisting Decision-Making on Age of Neutering for 35 Breeds of Dogs: Associated Joint Disorders, Cancers, and Urinary Incontinence. Frontiers in Veterinary Science. (Frontiers)
  • Torres de la Riva, G. et al. (2013). Neutering Dogs: Effects on Joint Disorders and Cancers in Golden Retrievers.
  • Zink, M.C. et al. (2014). Onderzoek naar leeftijd van gonadectomie en gezondheidsrisico’s.
  • Beauvais, W. et al. (2012). Onderzoek naar castratie en kruisbandproblemen.

Scroll naar boven