Waarom liggen de producten die we het makkelijkst herkennen vaak precies in het schap waar we het minst over zouden moeten nadenken?
Loop door een supermarkt en je ziet het meteen. Felgekleurde verpakkingen, aantrekkelijke foto’s, woorden als natuurlijk, ambachtelijk, fit, light, high protein, zonder toegevoegde suikers en met extra vitamines.
De verpakking vertelt ons vooral waarom we het product zouden moeten kopen.
Maar zelden vertelt ze ons het hele verhaal.
En dat is precies waar marketing zo krachtig wordt.
We kopen niet alleen voeding, we kopen een verhaal
Een voedingsproduct kan op de verpakking een heel gezond imago krijgen zonder dat het daarom een gezonde basisvoeding is.
Een koekje kan bijvoorbeeld “met volkoren granen” bevatten.
Een ontbijtproduct kan “rijk aan vezels” zijn.
Een drankje kan “met vitamines” worden aangeprezen.
Een kinderproduct kan fruit op de verpakking hebben staan.
En een snack kan worden verkocht als een verantwoord tussendoortje.
Allemaal kunnen die beweringen technisch gezien kloppen.
Maar de belangrijkste vraag wordt soms vergeten:
Wat zit er nog meer in?
Hoeveel suiker? Hoeveel energie? Hoeveel vezels? Hoeveel eiwit? Hoe sterk is het bewerkt? En vooral: hoeveel van het product eten we omdat de marketing ons vertelt dat het gezond is?
De halo van gezondheid
Een interessant psychologisch effect is de zogenaamde health halo.
Wanneer één positief kenmerk op een verpakking staat, kunnen we het hele product als gezonder gaan beoordelen.
“Met volkoren.”
“Met olijfolie.”
“Bron van calcium.”
“Rijk aan eiwitten.”
“Zonder kunstmatige kleurstoffen.”
Ons brein maakt daar gemakkelijk van:
gezond product.
Terwijl één positieve eigenschap niets zegt over het volledige voedingsprofiel.
Een product kan bijvoorbeeld veel eiwit bevatten én tegelijkertijd veel suiker, zout of calorieën leveren.
“High protein” betekent dus niet automatisch “gezond”.
De verpakking is ontworpen om je aandacht te trekken
Marketing is geen toevallig onderdeel van de voedingsindustrie.
Kleur, vorm, foto’s, woorden, lettertypes en plaatsing op het schap worden bewust gebruikt om ons gedrag te beïnvloeden.
Kinderen zijn daar bijzonder gevoelig voor.
Een product met een vrolijk figuurtje, felle kleuren of een speeltje spreekt een kind heel anders aan dan een eenvoudige verpakking met alleen de ingrediëntenlijst.
Ook aanbiedingen werken.
“2 + 1 gratis.”
“Family pack.”
“Nu extra groot.”
“Limited edition.”
We krijgen het gevoel dat we een goede deal krijgen.
Maar een goedkoop product dat je eigenlijk niet nodig had, is nog altijd geen besparing.
De goedkoopste calorieën krijgen vaak de mooiste verpakking
Er zit bovendien een interessant verschil tussen echte voedingsmiddelen en sterk bewerkte producten.
Een appel heeft nauwelijks marketing nodig.
Een wortel ook niet.
Een zak linzen evenmin.
Maar een nieuw koekje, ontbijtgranenproduct, energiedrankje of snack moet zich onderscheiden van tientallen concurrenten.
Daarom wordt er een verhaal rond gebouwd.
De verpakking moet je vertellen waarom juist dit product beter, lekkerder, gezonder of moderner is.
Hoe sterker een product afhankelijk is van marketing om zich te onderscheiden, hoe belangrijker het wordt om zelf naar de ingrediënten en voedingswaarde te kijken.
“Zonder…” is niet hetzelfde als gezond
Een van de slimste marketingtechnieken is benadrukken wat er niet in een product zit.
Zonder suiker.
Zonder gluten.
Zonder lactose.
Zonder kunstmatige kleurstoffen.
Zonder palmolie.
Zonder toegevoegde suikers.
Maar iets weglaten maakt een product niet automatisch gezond.
Een koekje zonder suiker kan nog steeds een sterk bewerkt product zijn.
Een glutenvrij product kan nog steeds veel calorieën bevatten.
Een lactosevrij dessert kan nog steeds rijk zijn aan suiker.
En “natuurlijk” zegt op zichzelf bijna niets over de voedingskwaliteit.
De vraag moet altijd zijn:
Wat is er dan wél voor in de plaats gekomen?
Ook hondenvoer ontsnapt niet aan marketing
En hier wordt het voor mij als hondenprofessional helemaal interessant.
Want precies hetzelfde gebeurt bij hondenvoeding.
We zien woorden als:
natuurlijk
premium
holistic
grain free
single protein
hypoallergenic
high meat
biologisch
met superfoods
met prebiotica
met antioxidanten
voor een gezonde huid
voor een sterk immuunsysteem
Allemaal kunnen ze interessant zijn.
Maar geen enkel marketingwoord vertelt ons automatisch of een voeding daadwerkelijk geschikt is voor déze hond.
“Grain free” is bijvoorbeeld geen synoniem voor gezond
Een graanvrije voeding klinkt voor veel mensen automatisch beter.
Maar graanvrij betekent simpelweg dat er geen granen in zitten.
Er kunnen vervolgens andere koolhydraatbronnen worden gebruikt, zoals aardappel, erwten, linzen of andere ingrediënten.
Daarom is het veel interessanter om naar de volledige samenstelling te kijken dan naar één claim op de voorkant.
Hetzelfde geldt voor “high meat”.
Een product kan op de voorkant grote stukken vlees afbeelden, terwijl het uiteindelijke voedingsprofiel veel genuanceerder is.
De foto op de verpakking eet je hond niet.
Hij eet wat er daadwerkelijk in de verpakking zit.
Marketing speelt ook in op onze liefde voor onze dieren
Dit maakt hondenmarketing extra krachtig.
We willen het allerbeste voor onze hond.
Dus als een verpakking suggereert dat een voeding:
“het beste voor zijn gezondheid”
is, willen we dat graag geloven.
We kopen niet alleen voer.
We kopen het gevoel dat we goed voor onze hond zorgen.
En precies daar moeten we kritisch blijven.
Want goede zorg is niet hetzelfde als het duurste product kopen.
Kijk eens naar de achterkant
De voorkant is ontworpen om je te laten kopen.
De achterkant geeft je veel meer informatie.
Kijk naar:
– de ingrediëntenlijst
– de analytische bestanddelen
– de energie-inhoud
– de hoeveelheid eiwit en vet
– de voedingswaarde
– de bereidingswijze
– de volledige samenstelling
– de aanbevolen hoeveelheid
– en bij dieren: of het product compleet of aanvullend is
En stel vervolgens de belangrijkste vraag:
Past dit daadwerkelijk bij wat mijn lichaam of mijn dier nodig heeft?
Hetzelfde geldt voor supplementen
Ook supplementen hebben fantastische marketing.
“Detox.”
“Immuniteit.”
“Anti-aging.”
“Antioxidant.”
“Ontstekingsremmend.”
“Voor sterke gewrichten.”
“Voor een gezonde darm.”
Sommige stoffen hebben daadwerkelijk interessante eigenschappen.
Maar een mooie claim is nog geen bewijs dat een supplement bij iedereen nodig is.
Een orthomoleculaire benadering hoort daarom niet te betekenen dat we zoveel mogelijk supplementen verzamelen.
Juist het tegenovergestelde:
kijken wat iemand werkelijk nodig heeft en gericht aanvullen waar dat zinvol is.
Hoe meer je weet, hoe minder je afhankelijk bent van marketing
Misschien is dat uiteindelijk de grootste winst.
Je hoeft geen voedingswetenschapper te zijn.
Je hoeft ook niet iedere ingrediëntenlijst volledig te kunnen ontcijferen.
Maar je kunt wel leren om door de voorkant van de verpakking heen te kijken.
Niet:
“Wat belooft dit product mij?”
maar:
“Wat zit hier daadwerkelijk in?”
Niet:
“Waarom zou ik dit moeten kopen?”
maar:
“Heb ik dit eigenlijk nodig?”
En bij onze honden:
“Draagt dit iets wezenlijks bij aan zijn voeding, of koop ik vooral het verhaal op de verpakking?”
Want de beste marketing verkoopt niet noodzakelijk het beste product.
Ze verkoopt het product waarvan jij het beste gevoel krijgt om het te kopen.
En misschien is dat precies waarom we soms moeten leren om wat minder naar de voorkant van de verpakking te kijken…
en wat vaker naar de achterkant.

