Hond en begeleider veilig samen buiten tijdens een wandeling

Vitamine D: waarom zijn we zo bang geworden voor een vitamine die we hard nodig hebben?

Vitamine D kennen we vooral als de vitamine van de zon en van sterke botten. Maar eigenlijk doet vitamine D veel meer. Het speelt een belangrijke rol bij de calcium- en fosfaathuishouding, bij spieren en bij de normale werking van het immuunsysteem. Daarnaast zijn er in veel verschillende weefsels vitamine-D-receptoren aanwezig en wordt onderzocht welke rol vitamine D speelt bij onder andere ontstekingsprocessen, celgroei en celdifferentiatie.

Toch lijkt er rondom vitamine D een merkwaardige tegenstelling te ontstaan. Aan de ene kant horen we dat voldoende vitamine D belangrijk is en dat tekorten voorkomen. Aan de andere kant ligt de nadruk bij gesprekken over supplementen vaak onmiddellijk op de gevaren van een te hoge dosering. Natuurlijk is die waarschuwing terecht: een ernstige overdosering van vitamine D kan schadelijk zijn. Maar er is een groot verschil tussen waarschuwen voor een teveel en doen alsof vitamine D zelf iets is waar we bang voor moeten zijn.

We zijn anders gaan leven

Ons lichaam kan onder invloed van voldoende UVB-straling zelf vitamine D aanmaken in de huid. Dat is een bijzonder systeem, maar onze moderne leefstijl maakt er niet altijd optimaal gebruik van. We werken binnen, leven veel binnen, rijden met de auto en brengen veel tijd door achter schermen. In Noord-Europa is er bovendien gedurende een groot deel van het jaar onvoldoende UVB-straling om via de huid veel vitamine D aan te maken.

Daar komt bij dat kleding een groot deel van de huid bedekt en dat we verstandig moeten omgaan met overmatige blootstelling aan UV-straling. Het advies om huidverbranding te voorkomen staat natuurlijk overeind. Maar het is wel belangrijk om te beseffen dat onze leefstijl en ons klimaat invloed hebben op onze vitamine-D-status.

Daarom is het ook niet vreemd dat vitamine D in de gezondheidszorg regelmatig aandacht krijgt.

Vitamine D is geen luxe

Vitamine D is een essentiële voedingsstof. Het lichaam heeft het nodig om calcium en fosfaat goed te reguleren en daarmee onder andere voor de normale gezondheid van botten en spieren. Bij een ernstig tekort kunnen duidelijke gezondheidsproblemen ontstaan.

Maar vitamine D wordt steeds meer gezien als onderdeel van een veel groter fysiologisch netwerk. De vitamine-D-receptor komt in verschillende lichaamsweefsels voor. Dat is één van de redenen waarom onderzoekers geïnteresseerd zijn in de relatie tussen vitamine D en immuunfunctie, ontstekingsprocessen en celregulatie.

Dat betekent niet dat vitamine D een geneesmiddel is voor al deze processen. Het betekent wel dat we het wat vreemd mogen vinden wanneer vitamine D uitsluitend wordt gezien als “iets voor je botten”.

Een tekort én een teveel verdienen aandacht

Hier zit volgens mij de belangrijkste nuance.

Vitamine D is vetoplosbaar. Bij zeer hoge innames kan het lichaam te veel vitamine D binnenkrijgen, waardoor onder andere het calciumgehalte in het bloed te hoog kan worden. Een ernstige intoxicatie kan aanzienlijke schade veroorzaken.

Dat is een reëel risico en daar moeten we niet lichtzinnig mee omgaan.

Maar hetzelfde principe geldt voor veel andere essentiële voedingsstoffen. IJzer hebben we nodig, maar een ernstige overdosering is schadelijk. Selenium is essentieel, maar een teveel kan toxisch zijn. Vitamine A is noodzakelijk, maar ook daarvan kan een teveel problemen geven.

Niemand concludeert daaruit dat we deze voedingsstoffen dan maar helemaal moeten vermijden.

De juiste conclusie is dus niet dat vitamine D gevaarlijk is.

De juiste conclusie is dat zowel een tekort als een teveel ongewenst kan zijn.

Het doel is een passende vitamine-D-status.

Waarom worden we dan soms zo voorzichtig?

Een deel van de voorzichtigheid komt doordat vitamine-D-supplementen tegenwoordig gemakkelijk verkrijgbaar zijn en sommige producten zeer hoge doseringen bevatten. Mensen kunnen daardoor zonder begeleiding langdurig veel meer innemen dan nodig is.

Dat is iets anders dan iemand die onvoldoende vitamine D heeft en gericht wordt ondersteund.

Daarom vind ik “iedereen moet hoge doseringen vitamine D nemen” net zo weinig zinvol als “je mag nooit vitamine D supplementeren”.

De interessante vraag is:

Wat heeft dit specifieke lichaam nodig?

Leeftijd, lichaamsgewicht, voeding, seizoen, blootstelling aan zonlicht en individuele omstandigheden kunnen allemaal een rol spelen.

Vitamine D en kanker

Ook de relatie tussen vitamine D en kanker is interessant vanuit een orthomoleculaire invalshoek.

Er zijn onderzoeken waarin een lage vitamine-D-status samenhangt met een hoger risico op bepaalde gezondheidsproblemen en een hogere sterfte bij sommige aandoeningen. Daarnaast zijn er biologische mechanismen waardoor vitamine D interessant is in relatie tot celgroei, differentiatie en immuunregulatie.

Maar hier moeten we eerlijk blijven. Een verband tussen een lage vitamine-D-waarde en een bepaalde aandoening betekent niet automatisch dat vitamine-D-suppletie die aandoening voorkomt.

Ook voor kanker is het bewijs daarom niet sterk genoeg om te zeggen dat vitamine D kanker voorkomt of geneest. Grote gerandomiseerde onderzoeken hebben tot nu toe geen overtuigend bewijs geleverd dat vitamine-D-supplementen in het algemeen kanker voorkomen.

Dat maakt vitamine D echter niet onbelangrijk. Het betekent vooral dat we moeten oppassen met wonderclaims.

Een goede vitamine-D-status is onderdeel van een gezonde fysiologische basis; het is geen garantie tegen kanker.

En dan onze honden

Bij honden wordt het verhaal nog interessanter, omdat een hond geen kleine mens is.

Mensen kunnen onder invloed van UVB-straling vitamine D in de huid aanmaken. Honden zijn daar veel minder goed toe in staat. Voor honden is voeding daarom een veel belangrijkere bron van vitamine D.

Vitamine D is bij honden essentieel voor de regulatie van calcium en fosfor en daarmee voor processen die belangrijk zijn voor onder andere botten, tanden en spieren.

Dat betekent dat we bij honden niet alleen naar eiwitten, vetten en calorieën moeten kijken. Ook de micronutriënten moeten in de juiste verhouding aanwezig zijn.

Een voeding kan er op papier prachtig uitzien met veel vlees en hoogwaardige ingrediënten, maar uiteindelijk moet het volledige voedingsprofiel kloppen.

Maar geef je hond dan extra vitamine D?

Niet zomaar.

Juist omdat vitamine D zo belangrijk is, betekent dat niet dat meer automatisch beter is. Een ernstige overdosering kan bij honden leiden tot een gevaarlijk hoge calciumspiegel en ernstige nierschade. De FDA waarschuwt hier specifiek voor.

Daarom zou ik nooit zomaar een menselijke vitamine-D-capsule door de voeding van een hond mengen.

Een complete hondenvoeding hoort voldoende vitamine D te leveren. Wanneer er een specifieke reden is om aan een tekort te denken, hoort de aanpak afgestemd te worden op het individuele dier.

Dat is een belangrijk onderscheid: vitamine D is noodzakelijk, maar willekeurig doseren is niet hetzelfde als gericht ondersteunen.

Orthomoleculair kijken is niet hetzelfde als zoveel mogelijk supplementen nemen

Daar zit voor mij misschien wel de grootste misvatting.

Orthomoleculair werken zou niet moeten betekenen dat we zoveel mogelijk vitamines en mineralen in zo hoog mogelijke doseringen gebruiken. Het gaat juist om het lichaam voorzien van de voedingsstoffen die het nodig heeft om zijn normale processen zo goed mogelijk uit te voeren.

Daarbij begint het niet bij een potje.

Het begint bij voeding, opname, darmgezondheid, beweging, slaap, stress, zonlicht, lichaamsgewicht en de individuele situatie. Pas daarna komt de vraag of gerichte suppletie zinvol kan zijn.

Dat geldt voor mensen én voor dieren.

Meet waar mogelijk in plaats van te gokken

Wanneer er bij een mens aanleiding is om de vitamine-D-status te beoordelen, kan een bloedonderzoek veel zinvoller zijn dan blind een zeer hoge dosering nemen. De gebruikelijke bloedtest kijkt naar 25-hydroxyvitamine D, oftewel 25(OH)D.

Daarmee kunnen we veel gerichter nadenken over de individuele situatie.

Want een mens van twintig jaar, iemand van zeventig, iemand met een heel andere lichaamsbouw en een hond van vijf kilo hebben natuurlijk niet dezelfde behoefte.

Gezondheid is geen rekensom waarbij één dosering voor iedereen optimaal is.

Misschien moeten we dus stoppen met het zwart-witdenken

Vitamine D is geen wondermiddel.

Maar het is ook geen gevaarlijke stof die we uit angst maar beter vermijden.

Het is een essentiële voedingsstof die het lichaam nodig heeft. Een tekort verdient aandacht. Een teveel verdient eveneens aandacht.

Daartussen ligt de interessante zone: voldoende, passend en afgestemd op de behoefte.

Voor mensen betekent dat aandacht voor voeding, zonlicht en – wanneer daar aanleiding voor is – de vitamine-D-status. Voor honden betekent het vooral zorgen voor een complete, uitgebalanceerde voeding en niet zomaar zelf hoge doseringen toevoegen.

We hoeven dus niet bang te zijn voor vitamine D.

We moeten er ook niet blind achteraan lopen.

We moeten begrijpen wat het doet, waarom het nodig is en wanneer meer niet meer beter is.

Want uiteindelijk is goede orthomoleculaire voeding geen wedstrijd in wie de meeste supplementen gebruikt.

Het is de kunst om het lichaam precies die voedingsstoffen te geven waarmee het zijn eigen werk zo goed mogelijk kan doen.

Niet te weinig. Niet onnodig extreem veel. Maar voldoende voor het lichaam dat je wilt ondersteunen.

Scroll naar boven