Blog

Blog

Op reis met je viervoeter!

Velen onder ons  dromen nu al reeds van de zomervakantie  en beginnen op zoek te gaan naar een geschikte reisbestemming.
Onze hond gaat als deeltje van ons gezin uiteraard liefst gewoon mee op vakantie! Dit brengt echter wel de nodige zorgen en dingen om over na te denken met zich mee.

Waar moeten we rekening  mee houden als we onze hond mee op reis willen nemen?

Vervoersmiddel:
Met de hond op reis gaan gebeurt in de meeste gevallen met de auto.
Hierbij moeten we rekening houden met enkele veiligheidsregels net zoals we voor onze menselijke gezinsleden doen.
De hond voorzien van een veiligheidsgordel is zeker geen overbodige  luxe.
Hiervoor bestaan speciale tuigjes waarmee je je hond kan vastklikken aan  voorziene veiligheidsgordels.
Ook als je je hond in de kofferruimte  vervoert, kan je best een tussenrekje  of bench gebruiken, waardoor de hond bij een ongeluk niet naar voor in de auto geslingerd kan worden.

Als we denken aan auto en zomer, kunnen we ook nooit genoeg benadrukken  je hond nooit achter  te laten in de wagen.
Deze kan bij warm weer namelijk heel snel veranderen in een echte oven!

Tijdens de reis enkele pauzes inlassen om even de beentjes te strekken, te drinken en te plassen zijn zowel voor baas als hond een aangename tussenstop.

Let er steeds op dat je hond tijdens zo’n pauze niet de benen kan nemen, en zo op een parking naast een levensgevaarlijke autostrade op de loop gaat.
je hond aanleren van te wachten bij het opendoen van de auto kan hierbij een zeer nuttige training zijn!

De reisbestemming:
Wanneer  je op zoek bent naar een gepaste reisbestemming kan je best op voorhand informeren waar je met je huisdier welkom bent en welke regels er gelden .

Hou ook best rekening met de reisduur, het vervoer dat je nodig hebt, het klimaat waar je naartoe gaat en natuurlijk naar de conditie van je hond, zodat de vakantie ook voor hem zo aangenaam mogelijk kan zijn.

Een zeer belangrijk punt om na te kijken is de buitenlandse wet- en regelgeving.
Hou hierbij ook in gedachten dat deze regels spijtig genoeg ook per hondenras kunnen verschillen!
volgende links zijn nuttig om de regels per land op te zoeken:

Binnen Europa

Buiten Europa:

Inentingen:
Bij het reizen met je viervoeter is het ook belangrijk om na te kijken of je hond in orde is met al zijn inentingen en Europees paspoort.
De verplichte inentingen kunnen verschillen van land tot land, deze vind je ook terug op de link met de invoereisen per land.
Opzoekwerk doen of navragen bij de dierenarts welke dierziekten er per regio vaker voorkomen kan ook nuttig zijn.
De inenting tegen Rabiës/hondsdolheid is voor de meeste landen en zelfs voor een tripje naar onze Belgische  Ardennen een vereiste!
Je hond hier standaard mee beschermen eens om de 3 jaar kan dus best nuttig zijn.

Wat nemen we mee Checklist:
– Europees paspoort, inentingsboekje, chipnr document
– stamboompapieren
– etens-en drinkbak
– water voor onderweg
– eigen vertrouwde voer
– EHBO kit, tekenpen
– Halsband voorzien van adresgegevens (eventueel v vakantiehuisje) en telefoonnr
-duidelijke foto van je huisdier
– extra leiband en halsband
-eventueel muilkorf indien verplicht in bepaalde regio
– poepzakjes
– eventueel medicijnen
– vertrouwde deken of kussen
-speeltjes
-verzorgingsproducten (bv shampoo, borstel)

Huisdier kan niet mee…
Na wat opzoekwerk te hebben verricht blijkt jouw droombestemming toch niet zo geschikt om je dierenvriendje  mee naartoe te nemen.
Wat nu?
Op zoek naar een geschikte opvang!
Dit kan bij familie- en vrienden zijn, je kan een iemand vragen om aan huis te komen om voor je dieren te zorgen of ze onderbrengen in een dierenpension.

Als je op zoek gaat naar een dierenpension hou er dan rekening mee dat deze vaak al ver op voorhand volgeboekt zitten en dat  je dit dus ook best lang op voorhand regelt.
Kies voor een erkend pension ( erkend diploma, eventueel aansluiting beroepsvereniging APBCT)  en ga er zelf zeker eerst eens een kijkje nemen.
Het spreekt voor zich dat je je meer op je gemak zult voelen bij een pensionhouder die je een open rondleiding geeft en antwoord heeft op al je vragen.

Vraag ook de voorwaarden van het pension na wat betreft inentingen, ontvlooing  en dergelijke, zodat je met jouw huisdier in orde kan zijn, maar natuurlijk ook gerustgesteld te zijn dat de ander pensiongastjes geen ziektes op jouw vriendje kunnen overdragen.

Toscanzahoeve heeft zelf een hondenhotel en kattenhotel waar je dieren optimaal verzorgd en vertroeteld worden.

Ook wanneer je kiest voor een hondenuitlaatdienst / oppas aan huis ( erkend diploma, eventueel aansluiting beroepsvereniging APBCT en op www.therapiedier.be voor iemand in je buurt)   kan het nooit kwaad om ruimschoots op voorhand kennis te maken en na te gaan wat al de voorwaarden zijn; op deze manier kunnen zowel jijzelf als je dieren een gerust gevoel bij deze  persoon hebben.
Als je voor deze optie kiest kan het ook geruststellend zijn als er toch iemand van je familie of vrienden van tijd tot tijd een binnenspringt bij je thuisfront en ook kan dienen als noodnummer die je kan doorgeven aan de dierenoppas.

Op voorhand afspreken rond de gewoontes, een lijstje opstellen en zien dat alles klaar ligt voor de oppas, draagt bij tot een vlot verloop en een vertrouwde sfeer voor je huisdieren.

Zijn er nog nuttige tips waaraan jij denkt bij het op reis gaan met je viervoeter, dan horen wij ze graag…

Ook leuke reisbestemmingen om met je hond naartoe te trekken, pensions en dierenoppassers die je zou aanraden zijn altijd leuk om te delen!

Blog

Tips over de wat, hoe en wanneer van socialisatie bij honden

Socialisatie bij honden

Wanneer?

–      Hond met leeftijd tussen 5 weken en 16 weken (gevoelige fase voor socialisatie) laten kennismaken met zoveel mogelijk verschillende prikkels (geluiden, voorwerpen, geuren,…)

–      2de gevoelige fase/ angstfase: vanaf 16 weken tot net voor de geslachtsrijpheid (afhankelijk van hond tot hond), in deze periode kan het nodig zijn om de hond terug op een positieve manier bloot te stellen aan verschillende prikkels.

Hoe?

–      Op een speelse, rustige manier

–      Opbouwend werken:  * grote afstand , geen aandacht voor prikkel, spelen met hond
*  na een tijdje afstand verkleinen als hond niet reageert op
prikkel.
* intensiteit prikkel opbouwen bv. Afspelen geluid-cd à eerst
stil, verder in training volume verhogen.

Hoe reageren als de hond schrikt?
Als de hond blaft of onrustig wordt : ga je rustig blijven staan en niets zeggen.
Je mag een steun zijn voor je hond . Dit wil zeggen dat je hond mag aanleunen of dat hem kan aanraken door bijvoorbeeld je hand op zijn zij te leggen.

Let op:
Te veel praten/ betuttelen, aaien, snoep geven wanneer onrustig kan hond juist bevestigen in zijn angst!

Hierbij kan ondersteuning met kruiden nuttig zijn om hem bij te staan in zijn zelfvertrouwen.

Waarop Socialiseren?

  1. Mensen:
    – kinderen
    – ouderen
    – verschillende nationaliteiten
    – hoofddeksels, bril, baard
    – mensen met bepaalde kledij bv.: werkmannen, postbode, politieagent,…
    – druk bevolkte plaatsen bezoeken (bv.: markt)
  2. Dieren:
    – honden
    – katten
    – bezoek kinderboerderij
  3. Huishouden:
    – stofzuiger
    – borstel
  4. Geluiden:
    – geluids-cd
    -deurbel-training
    – verschillende voorwerpen die geluid maken gebruiken (bv: flesje met steentjes, clicker,  flessen die aan elkaar gebonden zijn, blikken,…)
  5. Ondergronden/parcours:
    – pad maken met allerlei verschillende ondergronden (takje, steentjes, zand, loopplank, mat, repels stof, papier,…)
  6. Socialisatie tijdens wandeling:
    – op wandeling kom je allerlei zaken/situaties tegen die nieuw kunnen zijn voor je hond, hoe te reageren op bv: jogger, hond die op je afkomt, onverwacht geluid, groep kinderen die langsloopt,…)
  7. Verkeer:
    – langskomend verkeer tijdens wandeling
    – auto-training
    – openbaar vervoer : bus, tram, trein, roltrap,…
  8. Winkeltraining:
    – bv tuincentrum bezoeken
  9. Terras/café:
    – rustig naast baasje blijven zitten
    – mensen/ andere honden die passeren
  10. Dierenarts:
    – bezoekje dierenarts (verschillende geuren, voorwerpen, uitzicht dierenarts, wachten in wachtzaal,…)
    – aanrakingen  vreemde
    – verzorging
  11. Watergewenning:
    – bij warm weer: waterspelletjes, zwembadje
    – gewenning hydro-ruimte (douche, loopplank, bad,…)
  12. Verzorging:
    – je hond overal kunnen aanraken (oortjes, tandjes, oogjes, pootjes,…)
    – borstel (zowel gewennin aan het voorwerp aan als het borstelen zelf)
    – verzorgingsdoekjes
  13. Luchtballon:
    bezoekje aan een ballonvaarder, voldoende afstand (gewenning geluid en uitzicht groot vliegend voorwerp)
  14. Ballonnen:
    tijdens spel, ballon ontploft.
  15. Hondensporten:
    als je van plan bent om een bepaalde hondensport te gaan beoefen, kan het nuttig zijn om de hond als pup al een skennis ta laten maken met het terrein, de voorwerpen die gebruikt worden, enz.

Sociaal leren spelen onder begeleiding
Het sociaal spelen gebeurt aan het einde van de les in een goede hondenschool, zodat we ruimschoots de tijd hebben gehad om de lichaamstaal van de verschillende hondjes te observeren. Dit moment is altijd onder begeleiding van een erkende hondentrainer of hondengedragstherapeut.
Door de juiste karakters samen te plaatsen blijft het spel voor iedere pup een fijne ervaring.

Tijdens het spelen is kan je ook oefenen op het terugroepen van je hondje, telkens hij tot bij je komt, heel goed belonen en benoemen (bv. Flinke “kom hier”).
Door hem daarna verder te laten spelen, leert hij dat tot bij de baas komen, niet noodzakelijk betekend dat het tijd is om te stoppen met spelen/ te vertrekken.

Heb jij nog opmerkingen of tips over socialisatie bij honden? Schrijf het hieronder!

Blog

De evolutie van pup tot hond en de invloeden van die ontwikkeling op het latere gedrag

 

Het is belangrijk om je als mens in de verschillende ontwikkelingsfases te verdiepen zodat je je kameraad beter begrijpt.

Bovendien is het een feit dat een pup veel leert van zijn ouders en dat wij een deel van die taak op ons moeten nemen. Want onze hond is het resultaat van zijn genetisch materiaal én van de invloeden van zijn omgeving.

Een goede stamboom is geen garantie op een leuke hond als hij niet goed opgevoed werd. Een hond is geen machine waarin alles mooi geprogrammeerd is, het is een wezen dat leert en ervaart. Hij staat open voor de dingen in zijn omgeving. Hij kan zich aanpassen aan verschillende (levens)omstandigheden.

De hieronder beschreven periodes en de typische ontwikkelingen en gedragingen maken het voor ons mensen helder. De fases zijn niet op een dag nauwkeurig te bepalen en verschillen van hond tot hond. Bovendien gaat de ene fase geleidelijk over in de andere.

Heb je zelf recent een pup in huis gehaald, of zelfs een oudere hond (geadopteerd?)… dan raden we onze challenge aan: in 8 weken een geweldige pup in huis.

De bevruchting

In het wild plant het merendeel van de teven zich niet voort, omdat ze geen alfavrouwtje (de partner van de leider) zijn.

Als mensen hen dwingen om zich voort te planten zijn het vaak teven die de verantwoordelijkheid van een nest niet aankunnen en afwijkend gedrag zoals agressie en paniek vertonen.

Vaak zijn mensen verbaasd als een loopse teef en een reu niet paren. Behalve het feit dat de teef de verantwoordelijkheid niet aankan, kunnen daar nog andere redenen voor zijn: de honden voelen zich niet op hun gemak, de teef of de reu is niet gezond genoeg of het is nog niet het juiste moment om te paren. Een veel voorkomende reden is ook dat het niet klikt tussen de teef en de reu en daar kunnen wij als mensen niet veel aan veranderen. Wij kiezen onze partner toch ook zelf?!

Week 1 en 2: geboorte en vegetatieve fase

De draagtijd van de meeste rashonden schommelt tussen 63 en 65 dagen. Vanaf dag 30 is de teef de baas over de reu.

Als de pups geboren worden is hij er om haar van voedsel te voorzien en om het nest te verdedigen. Later zal hij de pups mee helpen opvoeden. Omdat vooral de reu de bewaking van het nest op zich neemt, zal de teef zich daar veel minder mee bezighouden.

Aangezien een hond een wezen is dat nog dicht bij de natuur staat, maakt het niet uit in welke temperatuur ze geboren worden. De pups groeien sterk en gezond op, ook als het koud is. Voor de teef is het een enorme krachtinspanning om te bevallen en het is goed dat de pups met tussenpozen komen, zodat de teef de pups kan schoonlikken, de navelstreng doorbijten, de nageboorte opeten en even bekomen tot de volgende pup geboren wordt. Zes pups is een normaal aantal in een tijdspanne van ongeveer twee uur. Met een kreet worden de pups geboren. Ze willen een tepel en beginnen dadelijk krachtig te zuigen.

Het geven van een pootje wanneer honden iets willen van mensen is waarschijnlijk ontstaan uit het gebaar dat pups maken wanneer ze melk willen: ze trappelen dan met hun pootjes tegen de borst van de moeder. Als een pup dat gebaar niet maakt, dan is er iets mis en wordt het vaak door de moeder doodgebeten of genegeerd, zodat het uiteindelijk toch sterft. Wij vinden dit grof en doen vaak alles om een ongezonde pup in leven te houden, uit medelijden maar ook uit winstbejag (als fokker), omdat je er dan eentje meer kan verkopen. Maar als het lichaam of het gedrag in het begin al niet goed is, hoe zal het dan in de toekomst zijn?

Pups worden met de ogen en oren dicht geboren en ze zijn 100 procent afhankelijk van de moederteef. Ook voor het ontlasten helpt de moeder hen door hen op de buik te likken. Ze kunnen zich auditief uitdrukken met gepiep, zodat ze bijvoorbeeld kunnen klagen als er iets niet goed is. De moeder reageert daar normaal onmiddellijk op.
Verder zijn pups ook in staat om te kruipen, ze moeten zich immers kunnen voeden om zo te groeien. Ze kruipen nooit in een rechte lijn, alleen in een kring zodat ze de weg niet kwijtraken.

Pups verdriedubbelen hun oorspronkelijke gewicht. De hersenen van een volwassen hond van dertig kilo zijn bij de geboorte slechts 10 cm³ groot. Ze zullen uitgroeien tot ongeveer 100cm³.
De hersenen van pups worden al beïnvloed van voor de geboorte. Onderzoek heeft aangetoond dat wanneer de moeder tijdens haar zwangerschap stress heeft (het stresshormoon corticosteroïden), de pups minder leervermogen hebben en vaak erg emotioneel reageren.
Het nest is een plaats waar het zacht, warm (de pups kruipen tegen elkaar aan) en veilig is. Ze hebben niet echt behoefte aan sociaal contact of contact met de omgeving. Ze leiden een bijna onbewust bestaan, net als toen ze nog in de buik van hun moeder zaten.

24u na de geboorte neemt de reu ook deel aan de opvoeding, dan gebeurt de inprenting: pups richten zich op het eerste bewegende voorwerp dat hun zintuigen prikkelt.
De inprenting kan gebeuren op ouders, soortgenoten, mensen en soms ook andere huisdieren zoals katten die nieuwsgierig komen kijken naar de pups.
Persoonlijk vind ik het ook al nuttig om de pup eens op te pakken en aan een heel kleine hoeveelheid stress bloot te stellen. Ik ben ervan overtuigd dat het hen later minder angstig maakt en meer zelfvertrouwen geeft, zodat ze beter bestand zijn tegen stress en problemen.

Week 3: overgangsfase

Vanaf de dag 13 gaan de ogen en de gehoorgangen open en vanaf dag 17 kunnen pups zien.

Tijdens de overgangsfase gaan ze hun nestgenootjes en directe omgeving actief ontdekken. Als ze even buiten het nest gaan, speelt de reu ruw met hen om te leren dat alleen het nest veilig is en om actieve onderwerping (zichzelf op de rug gooien en muisstil blijven liggen) en respect aan te leren.

Het is een gouden hondenregel dat je moet doen zoals de ouderen als je wilt dat ze je respecteren. De teef en de reu geven bijvoeding door halfverteerd voedsel terug op te braken in het nest. Vandaar het bedelgedrag en het likken van de mondhoek als de ouders terug komen. Hetzelfde zullen ze ook bij mensen doen.

Challenge: in 8 weken tijd een fantastische pup (of hond) in huis!

In deze 8-weken-durende challenge dagen we je uit om echt aan de slag te gaan met je pup of nieuwe hond.

In die 8 weken geven we je elke week een uitdaging om rond te werken. Zo maak je een fijne start met je nieuwe hond.

geweldige pup
Neem deel voor 29,98 EURO of klik hier voor meer info

Week 4 tot 16: de gevoelige fase

Wat een pup tijdens deze fase leert, zal het altijd onthouden.
Maar het omgekeerde geldt ook: wat het niet leert, zal het later heel moeilijk nog kunnen aanleren. Een minimum aan ervaring tijdens deze periode heeft een maximum aan effect op latere leeftijd.
De gevoelige fase kan opgedeeld worden in een aantal subfases.

De inprentingsfase (vanaf de derde week maar vooral van de 4de tot de 7de week)

Inprenting is een zeer snel leerproces, zonder beloning of straf.
Wat de pups op dat moment leren, vergeten ze nooit meer.
Op het einde van deze fase zijn de zintuigen volledig ontwikkeld en slapen de pups niet meer zo veel.
Pups kunnen hun eigen lichaamstemperatuur op peil houden.
Het sociaal gedrag (elkaar dingen aanleren, communiceren, onderhandelen, leren door observatie en imitatie enzovoort) begint zich te ontwikkelen: kwispelen, staart tussen de benen, borstelen…Vanaf dan zal hun aandacht ook visueel op de moeder gericht zijn. En ze leren van haar door middel van observatie en imitatie. Ze leren ook dat hun moeder gehoorzaamt aan de mens.
Bovendien neemt de fokker heel wat belangrijke taken op zich, zoals het schoonmaken van het nest, het geven van eten, spelen enzovoort… Dat is belangrijk voor de komende weken en de rest van hun leven.
De pups zullen zich ook wat verder van het nest begeven om de omgeving te verkennen (maximum 50 meter).
De inprentingsfase wordt gekenmerkt door nieuwsgierigheid en leergierigheid. Alles wordt onderzocht en op alles wordt gekauwd. Aanraking is het belangrijkste, ook met mensen. Wat ze tijdens deze periode te eten krijgen, kennen ze ook het best in een latere periode. Ze moeten immers ook leren wat eetbaar is en wat niet.  Deze periode wordt ook wel eens de primaire socialisatie genoemd.

De socialisatiefase (vanaf de 3 de week maar vooral van de 8ste tot de 12de week)

Deze fase is een langzamer leerproces waarin er kennis wordt gemaakt met prikkels, voorwerpen en situaties. Herhaling is noodzakelijk.
De moeder zal, zo rond de vierde of vijfde levensweek, vaker weglopen van de pups die willen drinken. Op die manier maakt ze een einde aan hun totale afhankelijkheid en geeft ze het startschot voor een sociaal leven waarin ze moeten leren opkomen voor zichzelf, onderdanig zijn, rangorde respecteren enzovoort.
In het wild brengen de ouders kleine levende prooien mee zodat het jachtinstinct van de pups ontwikkeld wordt. Onze honden doen dat dat niet meer, maar de ouders zullen hun pups wel eerst laten eten, tot ze genoeg hebben.
De pups strijden onderling voor het voedsel en dat is al een eerste sociale indicatie. Ze leren om zo voor hun rechten op te komen.
Er zijn ook steeds meer gevechtsspelletjes waarin elke pup de rol van zowel winnaar als verliezer krijgt. Hierdoor leren de pups enerzijds om te winnen en anderzijds om zich over te geven en om de eigen kracht te kennen en te beheersen.
Het is ook belangrijk dat je als mens leert dat je handen niet gemaakt zijn om in te bijten. De spelletjes met de vader gaan ook door; hij test de pups en maakt ze hun plaats duidelijk. De pups erkennen zijn autoriteit door bijvoorbeeld te likken en pootje te geven. Het is heel belangrijk om in deze fase aan de socialisatie van geluiden, voorwerpen, andere rassen en mensen te werken.
Als mens moet je ervoor zorgen dat de omgang met de pups plezierig is en dat je fouten kunt voorkomen. Want net zoals ze dat bij hun vader doen, zullen de pups ook hun baasjes uittesten. Dat betekent dat we ze altijd in het oog moeten kunnen houden. Wanneer dat niet kan, dan moeten we ze in hun nest zetten.
Als je iets van een jonge hond gedaan wil krijgen, dan lukt dat alleen met een beloning, of beter gezegd, met wat hij als een beloning ervaart.
Tijdens deze periode wordt de basis gelegd voor de band tussen mens en hond.

Een grote verantwoordelijkheid ligt bij de fokker want daar verblijft de pup de eerste acht weken van zijn leven.
Vanaf zeven à acht weken is een pup al op ontdekking en vanaf twaalf weken treedt de angstfase op (die fase komt nog eens terug na ongeveer zes maand).
Dus op alles waaraan ze wennen tijdens de eerste gevoelige fase kunnen ze opnieuw angstig reageren tijdens de tweede gevoelige fase. Het is daarom belangrijk om daar als eigenaar en fokker rekening mee te houden.
Je kan het best nog een tweede socialisatieperiode inbouwen wanneer je hond ongeveer zes maanden oud is, waarbij je hem aan verschillende prikkels, voorwerpen en situaties blootstelt.
Let daarbij op dat hij de kans krijgt om zelf aan die dingen te wennen en om zelf zijn eventuele angsten (opnieuw) te overwinnen.

Habituatie of gewenning aan iets of iemand kan dus het hele leven door gebeuren, socialisatie aan mensen, personen en voorwerpen niet. Wanneer een hond weinig of niet gesocialiseerd wordt, zal hij tijdens zijn latere leven ook minder wennen aan nieuwe dingen.

Een gouden regel bij socialisatie en habituatie is de volgende: het fenotype (of het gedrag) bestaat uit het genotype (of het genetisch materiaal) en de omgeving (of het milieu). De opvoeding van de hond, de socialisatie en de ervaringen die hij opdoet zijn minstens even belangrijk als het genetisch materiaal dat de hond bij zijn geboorte meekreeg.

De rangordefase (vanaf de 7de week maar vooral van de 13de tot de 16de week)

Door een bepaald gedrag te vertonen, naar aanleiding van prikkels in de omgeving, gaan de pups hun plaats in de roedel herkennen en innemen.

Het ene ras is vroeger rijp dan het andere en de periode is moeilijk te onderscheiden. Rangorde heeft te maken met psychologisch overwicht (bijvoorbeeld ervaring) en niet noodzakelijk of alleen met lichamelijk overwicht.
Bij honden van hetzelfde nest wordt de rangorde bepaald door spel, bij onbekende honden door een (schijn)gevecht.

Als we onze rang als mens willen bepalen is het verstandig om tijdens deze fase de reu na te doen. Speel jacht- en prooispelletjes, want het is voor de pups geen spel meer, maar een oefening en een rang gebonden aangelegenheid.
Zorg dat je de spelletjes afwisselt, om verveling tegen te gaan maar ook om te voorkomen dat de pups denken dat ze het niet goed hebben gedaan.
Oefen en speel ook niet langer dan een kwartier. In deze fase ligt de nadruk niet meer op het eigen kunnen, maar op het groepsgebeuren.

Vanaf nu kunnen we alle aandacht besteden aan een gouden regel: alles waarvan we willen dat de hond het leuk vindt, maken we leuk; alles waarvan we willen dat hij het niet leuk vindt, maken we onprettig.

Belangrijk om te onthouden is dat ook na de socialisatiefase het aangeleerde gedrag af en toe moet worden bekrachtigd om uitdoving te voorkomen.
Dit werd aangetoond door een test waarin jonge wolven, na goed gesocialiseerd te zijn bij de mens, werden teruggezet in een groep wolven die nauwelijks met mensen in contact kwam.

De goed gesocialiseerde wolven reageerden na een tijd op dezelfde wijze op de mens als hun soortgenoten die niet gesocialiseerd waren, namelijk met vluchtgedrag.

Ook van honden is bekend dat hun verbondenheid met de mens verbroken kan worden als ze na een goede socialisatie, op een leeftijd van drie à vier maanden,  in een kennel worden geplaatst.
Dit verschijnsel noemt men desocialisatie of verlies van socialisatie.

Denk bij een hond niet aan leiderschap en dominantie maar aan ouderschap.
In een roedel wolven of honden mag een pup tot die leeftijd heel veel mispeuteren voordat een volwassen hond zal ingrijpen. Geweld is dus niet nodig. Waarom zou je een kleine, vaak weerloze pup vrezen?
Natuurlijk moet de pup de regels respecteren, maar niet alles kan in een keer geleerd worden en het wordt zeker niet geleerd met straf en geweld, zoals bijvoorbeeld bij het nekvel pakken en door elkaar schudden. De pup zal dan alleen maar angstig worden, je ontlopen, of stress krijgen.
Een pup vertrouwt je als hij bij je komt en verwacht liefdevolle en geduldige mensen rondom zich, net zoals zijn ouders. Behandel je pup zoals je jouw eigen kinderen behandelt: liefdevol en met respect en geduld.

Koop alsjeblieft je pup niet bij broodfokkers! Ze worden te jong van de moeder weggehaald en zijn daardoor in hun sociaal leren niet ontwikkeld. Bovendien zijn ze vaak ziek, komen ze van een slechte bloedlijn en zijn ze niet gesocialiseerd. Het is een zielig zicht als je de arme stakkers in de winkel achter het venster ziet zitten, of in een houten bak met z’n allen bij elkaar, maar zolang wij ze kopen, blijft er een markt voor en gaat de verkoop van deze sukkelaars door. Koop dus nooit (meer) een pup in een winkel of in een puppyfarm, waar bijna alle rassen verkocht worden en waar ze in bakken bij elkaar of achter een venster zitten.

Als je gaat kijken naar een nest bij mensen thuis, bij een fokker of in het asiel, denk dan rustig na over je beslissing want een hond haal je in huis voor het leven. Een hond kopen is geen modetrend. Je moet jezelf een aantal vragen stellen voordat je een hond koopt. Past het karakter, ras, instinct enzovoort wel bij jouw gezin? Doe je het niet uit medelijden of om andere verkeerde redenen? Kan je huidige hond met de nieuwe om?

Zet eventueel afspraken op papier met de verkoper voor je betaalt. Het is belangrijk dat het dierenpaspoort in orde is en dat alle inentingen en de ontworming gebeurd zijn. Laat de verkoper over zijn honden spreken en voel aan of het goed zit. Kijk ook hoe hij de pups en eventueel andere honden die er aanwezig zijn behandelt. En let erop of de moeder aanwezig is, dat is een must bij pups, want dan kun je haar karakter bekijken.

Week 12 tot 24: de juveniele fase

Tijdens de juveniele periode zal het (sociale) gedrag van de pups volwassen vormen aannemen.

Een jonge hond van 16 weken komt binnen, al bijtend in en trekkend aan de hondenlijn. De eigenaar klaagt over het onstuimige gedrag van haar pup en over het feit dat de pup ook al durft grommen naar haar. ‘Wat doe je met zo’n kleine duivel in huis? Was het wel het juiste ras? Hoe leer je deze hond alles aan?’

Tijdens mijn puppylessen en -party’s krijg ik vaak vragen over verschillende onderwerpen in verband met puppy’s. Vaak hebben de mensen er zichzelf al een beeld over gevormd door iets wat ze gelezen of gehoord hebben van vrienden, familie, de dierenarts… Soms blaas ik dan kaartenhuisjes omver. Ik tracht wel altijd uit te leggen vanwaar mijn theorie komt. Laat ons je meest gestelde vragen overlopen.

–                     Tot welke leeftijd is een hond een pup? Persoonlijk vind ik dat je vanaf ongeveer zestien weken, dus vier maanden, en zeker na vijf tot zes maanden je pup als een hond mag beschouwen.

–                     Wanneer mag ik mijn hond uit het nest mee naar huis nemen? Ik ben van mening dat een pup bij zijn moeder moet blijven tot hij minimum acht weken oud is. Sommigen zeggen nog langer (tien, twaalf of zelfs zestien weken), maar daar spreek ik mij niet over uit omdat ik vind dat er nog niet genoeg onderzoek naar gedaan is. Alles heeft zijn voor- en nadelen. Natuurlijk, als de pup uit een winkel komt, is hij daar het best zo snel mogelijk weg, ook al is hij maar 3 weken!

–                     Wat is socialisatie? Socialisatie heeft tot doel sociaal te functioneren binnen een groep. Weten wat kan, mag en niet kan. Het is belangrijk te socialiseren op allerlei soorten honden, mensen, omgevingen en geluiden en om dit te doen in zowel de socialisatieperiode als in de angstfase.

–                     Hoe kan ik het best omgaan met prooigedrag? Het is heel goed voor je pup om hem tussen bijvoorbeeld kippen of konijnen te laten lopen, zodat hij leert dat deze dieren geen prooien zijn, ook niet als ze gaan lopen.

–                     Waarom bijt mijn pup in de hondenlijn? Mogelijke oorzaken voor dit gedrag kunnen zijn: te lange wandeling, beloning in het verleden om de lijn in de mond te nemen (‘want dat is schattig’), trekspel, er zit druk op de lijn (door het trekken) en de pup wil dat dit ophoudt, protest tegen de beperking van de vrijheid, de pup wil niet in de hand bijten van de eigenaar en bijt daarom in de lijn, uit verveling… Om het gedrag op te doen houden moet je het proberen te voorkomen en indien nodig de pup een time-out geven.

–                     Waar kan ik terecht voor inentingen en ziektes? Daarvoor kun je terecht op puppypartys die regelmatig door dierenartsen en gedragstherapeuten worden georganiseerd. Je leert er veel over basisopvoeding, voeding en alles wat met inentingen en ziektes te maken heeft.

1 commando voor je hond per week challenge (14 weken)

Begin elke week met je hond een nieuw commando aan te leren op een moderne, positieve manier.

De hondenschool bij je thuis, wanneer het jou uitkomt.

Schrijf in voor 25 euro of klik voor meer info

Maand 5 tot 6: de ordefase

Onder de jonge dieren van een nest is de taak en de werkverdeling vastgesteld. Kenmerkend voor deze fase is dat de jonge hond op zwerf- en jachttochten wil gaan.

Onze honden blijven in zekere zin in deze fase steken, want in plaats van hem zelf zijn eten te laten zoeken, brengen we het naar hem toe. Hij blijft ook zijn hele leven bij ons en sticht hij geen eigen roedel, zoals dat wel het geval is in het wild.

Het is belangrijk om de hond dingen te blijven leren, te blijven spelen en om duidelijk taken af te spreken.

Het woord roedelleider kan je ook verplaatsen door het woord ouder. Want onze honden worden nooit echt helemaal volwassen. Als de baas of leider of ouder als roedelleider faalt, moet de hond zijn plaats innemen want een roedel zonder leider of ouderfiguur, is voor een hond is niet denkbaar.

Op het einde van deze fase luistert de hond, kent hij zijn plaats en maakt hij deel uit van de groep. Maar de opvoeding mag niet stoppen!

Bij wolven is het zo dat tot 11 weken elke geur en elk dier opgenomen wordt in de roedel. Vanaf ongeveer 12 weken is elke nieuwe geur een mogelijke indringer of vijand.

Tijdens de samenwerkings- of roedelfase (vanaf 16 weken) leert de pup volwassen gedrag en werk.

In deze periode  vindt ook de tweede socialisatie- of angstfase plaats, waarin de hond plots angstig is ten opzichte van bekende dingen.

Het is belangrijk hier geduldig en stimulerend mee om te gaan in plaats van het gedrag te bestraffen.

Na ongeveer zeven maanden komt een nieuwe fase, de puberteit, en daarna de volwassen fase vanaf de seksuele rijpheid. De hond functioneert nu volledig mee in de roedel en kan worden opgeleid voor specifiek werk, zoals bewaken, als blindengeleidehond enzovoort.

Als je deze fases bekijkt, zijn er enkele belangrijke aandachtspunten:

– Jonge pups moeten de geur van honden en mensen kunnen waarnemen, zodat beide kunnen worden ingeprent.

– In de eerste weken moeten ze de gelegenheid krijgen om hun spel zowel op mensen als op honden te richten.

– Pups moeten de gelegenheid krijgen hun omgeving te onderzoeken, en deze moet rijk zijn aan prikkels.

– Ze moeten de gelegenheid krijgen om alles te ontdekken wat ze in hun verdere leven zullen tegenkomen.

– De pup moet van in het begin duidelijk gemaakt worden welke plaats hij inneemt in de roedel en de wetten en leefregels moeten hem worden bijgebracht.

– Een fokker heeft een enorme verantwoordelijkheid in verband met de inprenting en eerste socialisatiefase van pups. Hij dient hen bezig te houden en niet alleen maar op te voeden en te verzorgen.

– Pups die op een leeftijd van 3-4 weken in een menselijke omgeving terechtkomen zonder contact met soortgenoten, zullen zich op latere leeftijd asociaal gedragen ten opzichte van soortgenoten.

– De beste periode om een pup in huis te nemen is in de helft van de socialisatiefase. Hij heeft dan de leerschool van de teef en de andere honden achter de rug en er blijft nog tijd over om een band te vormen met de mens.

– Op de leeftijd van 8-12 weken hecht de pup zich sterk aan zijn omgeving en kan een plotselinge verandering hem behoorlijk uit zijn evenwicht brengen.

– Honden die een groot deel van de dag alleen thuis zijn omdat hun eigenaar uit werken is, kunnen zich sociaal geïsoleerd voelen en daarom gedragsproblemen gaan vertonen.

– Overmatige vertroeteling, voortdurende bescherming of de hond laten opgroeien in een prikkelarme omgeving beperkt de pup sterk in zijn ontwikkeling en ervaringsmogelijkheden.

De dieren zijn over het algemeen bang en vertonen vaak stressgedrag, zoals bijvoorbeeld in

rondjes lopen.

– Het weghouden van jonge honden bij andere mensen is erg schadelijk voor een goede socialisatie. Ook na de socialisatiefase is regelmatig contact met meerdere mensen

en dieren noodzakelijk.

Maand 6 tot geslachtsrijpheid (2 à 3jaar): de puberteit

De puberteit wordt ook wel eens de tweede angstfase genoemd, want de hond schrikt opeens weer van bekende dingen.
Hij gaat ook dingen doen om de rangorde te ondermijnen, zoals slopen, onzindelijkheid, weglopen, niet meer apporteren enzovoort. Het is belangrijk om in deze fase aan de rangorde te blijven werken.

Omstreeks deze tijd treden het ‘pootje heffen’ bij het urineren en de eerste loopsheid op. Als een teef voor de eerste keer loops is, zal ze zich normaal nog niet laten dekken omdat ze emotioneel nog niet volwassen is.
Het is mogelijk dat een teef binnen hetzelfde jaar een tweede keer loops wordt.
Na het tweede jaar is de hond volgroeid, lichamelijk en psychologisch, hoewel onze honden eigenlijk nooit echt volwassen lijken te worden.
Ik vind het onverantwoord om een teef te laten dekken voor ze deze leeftijd bereikt heeft.

De reu begint met het oplikken van urine en met het klapperen van de tanden.
In tegenstelling tot bij een teef valt bij een reu de emotionele en lichamelijke volwassenheid wel samen, maar dat gebeurt iets later dan bij de teef.

Tijdens de eerste twee levensjaren van een hond ervaren de meeste mensen miscommunicatie en ongewenst gedrag. De relatie moet worden opgebouwd, de hond moet leren gehoorzamen, getraind worden en zijn grenzen leren kennen.

De opvoeding en dus ook de meeste gedragsproblemen concentreren zich in de eerste twee levensjaren. In deze periode vindt ook de socialisatie, de tweede angstfase en de puberteit plaats.

We leven in een snelle maatschappij waar veel zaken vluchtig zijn en waar tijd geld is. De mens dreigt zijn geduld te verliezen, en geduld heb je nu net nodig als je honden wilt opvoeden en trainen.
Een hond kopen, hem leren gehoorzamen in tien lessen en klaar is de opvoeding. Dat werkt niet!
De haast die vaak gebruikt wordt bij het trainen van een hond werkt averechts.
Een hond opvoeden, trainen en begeleiden kost zijn hele leven, met de nadruk op de eerste drie jaar.

Een hond wist waar zijn grenzen waren in de nest bij zijn moeder. Hij gaat ons, zijn nieuwe roedel, ook uittesten en kijken hoe wij erop reageren.
Als wij zijn ongewenst gedrag niet corrigeren gaat hij over de grens en leert hij dat het kan.

Tijdens de opvoeding smeed je ook een band met je hond door ermee bezig te zijn, door rangorderegels toe te passen, door hem zo veel mogelijk mee te nemen, door ontspanning en (leer)activiteit te voorzien, door te reageren op oogcontact en door positief en gewenst gedrag te belonen.

Senior

Als de hond senior wordt, ontstaat een tweede belangrijke periode van zorg. Zijn zintuiglijke capaciteit en algemene gezondheid verzwakken.
Vaak ontstaan er gedragsproblemen door een medische oorzaak of door angsten van de oude hond.

Iedereen die honden fokt, opvoedt of zich bezighoudt met welke vorm van training ook, dient inzicht te hebben in de verschillende levensfasen. Deze zijn niet zwart-wit afgelijnd en kunnen verschuiven, afhankelijk van de hond zelf.

Als de hond senior wordt, gaat hij minder snel iets leren, verbruikt hij minder energie/voeding, zijn gewrichten en zintuigen kunnen minder goed mee, hij heeft minder energie enzovoort.

Over het algemeen is een oudere hond aan jou gewend en omgekeerd. Hij is opgevoed en zijn lichaamstaal en gedrag zijn duidelijk.

Waar houd je het best rekening mee?

Een hond die in de seniorfase van zijn leven is, is over het algemeen rustiger en heeft minder voeding nodig omdat hij minder energie verbruikt.

Het is belangrijk hier oog voor te hebben, zodat je voorkomt dat je senior zwaarlijvig wordt en bijgevolg extra druk op zijn bewegingsapparaat ervaart.

De botten en spieren worden over het algemeen brozer en stijver en kunnen niet zo goed tegen belasting, laat staan dat ze dan nog extra gewicht zouden moeten meedragen.

Oudere honden kunnen ook gaan dementeren.

Dit heeft tot gevolg dat ze minder snel en goed leren, minder onthouden, snel schrikken en op het eerste gezicht onverklaarbare angsten vertonen.
Een ouder wordende hond is vaak niet graag alleen.
Zijn zintuigen, vooral het gezicht en gehoor, takelen af.

Als je hond ineens niet meer gehoorzaamt, is het vaak een zintuiglijk probleem en heeft hij het wellicht niet gehoord.

Schuif je ouder wordende hond niet aan de kant, maar pas je aan, aan zijn wijzigende levensstijl en behoeften!

In welke fase zit jouw hond? Wat herken je wel/niet? Welke tips kan je hiero

Blog

De loopband bij honden

Waarom de hond op de loopband? Beweging is voor je hond net zo belangrijk als voor jou. Het houdt zijn hart, longen en bloedcirculatie op peil. Dagelijkse beweging is geen extraatje, het is noodzakelijk! Zonder beweging kan je hond zich gaan vervelen. Een verveelde hond kan plots gedrag gaan vertonen dat je liever niet had gezien. Misschien is een loopband wel dé oplossing.

Loopbanden voor honden zien er anders uit dan die voor mensen.

Honden stappen dan ook anders dan mensen. Een hondenloopband is dus specifiek gebouwd om aan alle behoeftes van je viervoeter te voldoen. Meer beweging houdt je hond actief. Hij zal zich ook minder vervelen en hierdoor ook alerter zijn. De loopband zorgt er niet alleen voor dat de hond zijn spieren gebruikt maar ook zijn hersens. Als de hond de loopband eenmaal goed kent zal je zien dat hij heel geconcentreerd bezig is, en dat is vermoeiender dan een gewone wandeling van een half uur. Een loopband is nooit bedoelt als vervanging van de dagelijkse wandelingen maar kan wel een waardevolle aanvulling zijn.

De loopband is bijvoorbeeld goed bij revalidatie, of voor training en soms ook in zeer praktische zin om bij honden met een hoog energieniveau dit als hulpmiddel inzetten om het doel te bereiken.

• Gecontroleerd opbouwen van tempo en beweging in geval van revalidatie
• Extra gecontroleerde beweging om te vermageren
• In het kader van revalidatie
• Stabiele ondergrond en beweging bij (conditie) training
• Beweging ook bij te koude en te warme temperatuur buiten
• Beweging op het juiste tempo van de hond

Indien we te maken krijgen met zeer angstige of agressieve honden of katten zetten we als ondersteunend hulpmiddel Bachbloesem therapie, homeopathische middelen en gecombineerd met gedragstraining in.
Steeds vaker worden wij geconfronteerd met honden met gedragsproblemen en een hoog energieniveau. Deze honden verlangen een bepaalde mate van fysieke inspanning. Ze raken sneller gefrustreerd als ze hun energie niet kwijt kunnen, vertonen vaak ongewenst gedrag en worden dan naar het asiel gebracht. De honden leren dat goed en kalm gedrag wordt beloond.

Voordelen van een loopband bij honden      

In geval van operaties, botbreuken en (overgewicht) en wervelkolom aandoeningen en overgewicht
– maakt optimale revalidatie
– verbetert de hartfunctie en na gewrichtschirurgie mogelijk
– verbetert de gewrichtsflexibiliteit belastbaarheid
– zorgt voor opbouw en toename
– verbetert de spierspanning van spiermassa
– afname vetpercentage – verbetert de coördinatie tussen
– zienderogen verbetering in de ledematen gedrag en algemeen welbevinden
– versnelt het herstel na orthopedische ingrepen

Artritis en andere gewrichtsproblemen
– verbetering van de algemene
– het krijgen van een optimaal doorbloeding door gecontroleerde uiterlijk (bespiering bij vooral training kortharige honden)
– bevordering van de bewegelijkheid
– extra vachtverzorging als gevolg door spieropbouw van activiteiten
– de stijgende hellingshoek helpt bij weer kan worden vermeden revalidatie van heupen, hakken en de
– algemene training en conditie onderste rugwervels
– de dalende hellingshoek helpt bij de – honden zijn razend enthousiast revalidatie van de schouder, elleboog en het polsgewricht

Wedstrijd en show voorbereiding
– Rassen die veel lichaamsbeweging nodig hebben kunnen op deze manier het hele jaar door getraind worden.

Bij gedragsproblemen

Hoe kennis maken/starten?

Op de allereerst plaats is het allerbelangrijkste dat het baasje of vrouwtje zich realiseert dat het succes afhangt van de manier waarop de hond kennis maakt met de loopband. Het heeft geen enkele zin om de hond te forceren. De hond moet de loopband associëren met een leuke ervaring. Voor de meeste honden is dat iets lekkers. Kies voor het aanleren van het gebruik van de loopband iets lekkers uit dat niet kruimelt en wat de hond normale wijze niet (vaak) krijgt of iets waarvan u weet dat hij er dol op is. De meeste honden zijn van nature nieuwsgierig en zullen zonder problemen op de band klimmen als je er wat lekkers op legt. Iedere hond is anders en zal dus ook anders reageren. Een oude hond of een hond die moet revalideren na een operatie kun je beter op de band tillen en er ook weer af tillen. Een angstige hond kun je laten toekijken als een soortgenoot, die niet bang is, op de band gaat. Het lopen op een ondergrond die beweegt is in de hersenen een ander proces dan gewoon lopen op een vaste ondergrond. Iedereen die in het fitnesscentrum van een loopband gebruik maakt zal zich zeker die eerste keer nog herinneren, het is een merkwaardig gevoel. Voor een hond is dat niet anders. Dat betekent dat ook een hond eraan moet wennen. Voor de meeste honden is dit geen probleem, andere honden moeten er behoorlijk aan wennen. Iedere hond gaat stapvoets op zijn eigen snelheid. Een hond met lange poten heeft een ander tempo waarop hij comfortabel loopt dan een hond met kortere poten. Leeftijd, gezondheid, lichamelijke fitheid en gewenning zijn ook belangrijke factoren. Tijdens het gebruik van de loopband is er altijd begeleiding en toezicht.

Ook al is de loopband uitgerust met een mechanisme in de vorm van een clip die aan de computer en aan de halsband vastgemaakt kan worden waardoor een noodstop gemaakt wordt op het moment dat de hond gaat zitten.

Hoe oud moet een pup zijn voor hij op de loopband mag?

Monotone bewegingen over een langere periode zijn slecht voor iedere pup. Hun gewrichten en botten kunnen deze belasting nog niet aan, dat geldt niet alleen voor lange wandelingen maar ook voor oefenen op een loopband. Voor een pup moet de loopband gezien worden als een leuke spannende gebeurtenis die maar heel kort duurt. Hou het aantal meters dat de pup gelopen heeft nauwkeurig in de gaten. Dertig meter achter elkaar op de loopband lopen is voor een pup van 10 weken al heel ver. Stapvoets lopen is de eerste zes maanden de enige vorm van bewegen die op de loopband toegestaan is. Daarna kan men beginnen om af en toe een klein stukje in draf te laten gaan. Voor grote hondenrassen is het aan te raden om zelfs nog langer te wachten met in draf gaan. Naarmate de pup groeit zal ook de snelheid waarop hij comfortabel loopt veranderen.

Hoe leer ik mijn hond aan om met veel plezier op de loopband te lopen?

Op de allereerst plaats is het allerbelangrijkste dat het baasje of vrouwtje zich realiseert dat het succes afhangt van de manier waarop de hond kennis maakt met de loopband. Het heeft geen enkele zin om de hond te forceren. De hond moet de loopband associëren met een leuke ervaring. Voor de meeste honden is dat iets lekkers. Kies voor het aanleren van het gebruik van de loopband iets lekkers uit dat niet kruimelt en wat de hond normale wijze niet (vaak) krijgt of iets waarvan u weet dat hij er dol op is.

Als de loopband opgebouwd is zet de band dan in het begin NIET aan waar de hond bij is. Geef de hond de gelegenheid om dat rare ding eerst eens goed te besnuffelen, klimt hij er vanzelf op, prima, dan krijgt hij wat lekkers. Altijd aan de achterkant van de loopband weer laten afstappen. Klimt hij er niet op, niets aan de hand, gewoon negeren, morgen is er weer een dag. Wij zijn er geen voorstander van om zelf met de hond aan de lijn op de loopband te klimmen omdat je dat ook niet doet als de hond er mee werkt. De meeste honden zijn van nature nieuwsgierig en zullen zonder problemen op de band klimmen als je er wat lekkers op legt. Iedere hond is anders en zal dus ook anders reageren. Een oude hond of een hond die moet revalideren na een operatie kun je beter op de band tillen en er ook weer af tillen. Een goede baas weet wat zijn hond wel of niet aan kan. Een angstige hond kun je laten toekijken als een soortgenoot, die niet bang is, op de band gaat.

Meer info en prijzen op https://www.toscanzahoeve.be/massage-loopband-advanced-photonic-therapie/

bron: http://www.fitfurlife.com/

Wat vind jij van een loopband voor honden? Heb je het al eens geprobeerd met je hond? Wij lezen het graag in en reactie hieronder.

Blog

Toscanzahoeve steekt kansarme honden een warm hart onder de riem

actie kansloze honden

Ook dit jaar zet het team van Toscanzahoeve, gedragscentrum voor mens en dier, zich in voor kansarme honden.

Op 9 februari zullen zij, net als vorig jaar, nuttige gebruiksvoorwerpen en voedsel doneren aan het asiel van Aarschot. “Hiervoor hebben we een heuse inzamelactie gedaan.” Zegt Inge Pauwels, bezieler van Toscanzahoeve en bekend gedragstherapeute. “Iedereen die iets te veel had, of ongebruikte zaken had liggen, kon die bij ons binnenbrengen. Wij zorgen dat die spullen zondag in het asiel terecht komen.”
Na hun bezoekje aan het asiel zal Inge met haar team verder rijden naar Antwerpen. Daar nemen ze deel aan de voedselbedeling van vzw Dakant. “Op die manier zullen we ervoor zorgen dat kansarmen en daklozen die een hond of kat hebben, ook eens voedsel voor hun dier in hun pakket krijgen. Deze actie was vorig jaar zo’n succes dat we niet getwijfeld hebben om het dit jaar opnieuw te doen. “  vertelt een enthousiaste Inge Pauwels.
Het afgelopen half jaar kon iedereen bij Toscanzahoeve deelnemen aan een tombola, waarvan de opbrengst  ook integraal naar deze actie gaat. “Voor Toscanzahoeve is het belangrijk om ook iets te doen voor dieren die niet alle kansen krijgen in het leven. Op deze manier kunnen we toch een beetje het verschil maken voor hen.”

Planning 9 februari 2014:

16.00: bezoek asiel VVD Aarschot – Herseltsesteenweg 247, Aarschot

18.00 : start voedselbedeling i.s.m. vzw Dakant – Koninklijk Atheneum Antwerpen, Van Stralenstraat, 2060 Antwerpen

 

Scroll naar boven